Lesdoelen
 Aan het eind van de les kun je een naamwoordelijk
gezegde herkennen
 Aan het einde van de les kun je het vers...
Werkwoordelijk gezegde
 Alle werkwoorden in de zin
 Wij zijn gisteren gaan voetballen in het park.
 Abdel en Achraf lop...
Oefen
 Zet deze presentatie op pauze en maak oefening 1 hier
onder
Welkom terug
Naamwoordelijk gezegde
 Koppelt een eigenschap of kenmerk aan het
onderwerp
 (Bert) wil [dokter] worden
 Je ziet dat he...
Koppelwerkwoorden
 Zijn
 Worden Deze zijn het belangrijkst
 Blijven
 Blijken
 Lijken Deze moet je even onthouden
 Sc...
Naamwoordelijk deel
 Het naamwoordelijk deel van het gezegde bevat altijd
een zelfstandig of bijvoegelijk naamwoord dat e...
Oefenen
 Zet deze presentatie op pauze en maak oefening 2
hieronder
Welkom terug
verschillen
 Henk eet een appel werkwoordelijk gezegde
 Henk is leraar naamwoordelijk gezegde
Oefenen
 Maak oefening 3 hieronder
Naamwoordelijk gezegde
of 12

Naamwoordelijk gezegde

instructie wwgez en nwgez
Published on: Mar 3, 2016
Published in: Education      
Source: www.slideshare.net


Transcripts - Naamwoordelijk gezegde

  • 1. Lesdoelen  Aan het eind van de les kun je een naamwoordelijk gezegde herkennen  Aan het einde van de les kun je het verschil tussen een werkwoordelijk gezegde en een naamwoordelijk gezegde aangeven
  • 2. Werkwoordelijk gezegde  Alle werkwoorden in de zin  Wij zijn gisteren gaan voetballen in het park.  Abdel en Achraf lopen altijd samen te grijnzen.  Laura en Lieke hebben veel gelachen tijdens gym
  • 3. Oefen  Zet deze presentatie op pauze en maak oefening 1 hier onder
  • 4. Welkom terug
  • 5. Naamwoordelijk gezegde  Koppelt een eigenschap of kenmerk aan het onderwerp  (Bert) wil [dokter] worden  Je ziet dat het belangrijkste werkwoord in de zin, het werkwoord worden is.  Worden hoort in het rijtje met koppelwerkwoorden
  • 6. Koppelwerkwoorden  Zijn  Worden Deze zijn het belangrijkst  Blijven  Blijken  Lijken Deze moet je even onthouden  Schijnen  Heten  Dunken Deze komen bijna niet meer voor  voorkomen
  • 7. Naamwoordelijk deel  Het naamwoordelijk deel van het gezegde bevat altijd een zelfstandig of bijvoegelijk naamwoord dat een eigenschap of een kenmerk van het onderwerp geeft.  Marijn is [supersterk]  Tussen het onderwerp en het naamwoordelijk deel kun je vaak een = teken plaatsen
  • 8. Oefenen  Zet deze presentatie op pauze en maak oefening 2 hieronder
  • 9. Welkom terug
  • 10. verschillen  Henk eet een appel werkwoordelijk gezegde  Henk is leraar naamwoordelijk gezegde
  • 11. Oefenen  Maak oefening 3 hieronder