1
Naslagwerk introductie RAW 2015
2
VoorwoordVoorwoordVoorwoordVoorwoord
Dit naslagwerk bij de Informatiebijeenkomsten Standaard RAW Bepalingen 2015 bevat
a...
3
InhoudsopgaveInhoudsopgaveInhoudsopgaveInhoudsopgave
Totstandkoming RAW-systematiek .......................................
4
Totstandkoming RAWTotstandkoming RAWTotstandkoming RAWTotstandkoming RAW----systematieksystematieksystematieksystematiek...
5
OmnummerenOmnummerenOmnummerenOmnummeren
Algemeen
Door de jaren heen zijn er steeds meer onderdelen aan RAW toegevoegd. ...
6
De hoofdstukken 28 Funderingslagen alsmede 30 en 31 Wegverhardingen I en II zijn verplaatst naar
de 80-serie. Hier is on...
7
ProevenProevenProevenProeven
De beschrijvingen van de proeven, die voorheen altijd waren opgenomen in Hoofdstuk 02 van d...
8
RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012
In 2013 heeft CROW een document vastgesteld, waarmee het mo...
9
CECECECE----markering en prestatieverklaring (DoP)markering en prestatieverklaring (DoP)markering en prestatieverklaring...
10
RAWRAWRAWRAW----raamovereenkomstenraamovereenkomstenraamovereenkomstenraamovereenkomsten
RAWRAWRAWRAW----catalogus met ...
11
Artikel 01.21.01 - Begrippen
De lijst van begrippen in dit artikel is aangepast aan de inhoud van paragraaf 01.21.
Arti...
12
de omstandigheden die de uitvoering van de werkzaamheden binnen een periode in de weg
kunnen staan.
Bij het verstrekken...
13
RAWRAWRAWRAW----bestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuur
De aanpass...
14
Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Be...
15
01.24.06 Benodigde bouwstoffen
01.24.07 Besteksmeldingen
01.24.08 Opneming
01.24.09 Korting
Standaard RAW BepalingenSta...
16
Resultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteitResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteitResultaatsbeschrijvingen voor b...
17
Belangrijkste verschillen tussen het voorlopige hoofdstuk 70 en de Standaard 2015Belangrijkste verschillen tussen het v...
18
kan maken op vergoeding van kosten voor herstel (risico aannemer) Herstel < 10% zal
plaatsvinden tijdens de reguliere o...
19
18.118.118.118.1 Kleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerk...
20
- de hoeveelheid baggerspecie per strekkende meter watergang is beperkt (maximaal ca. 1
m3/m);
Ontgraven baggerspecie a...
21
Ontgraven van baggerspecie onder objectenOntgraven van baggerspecie onder objectenOntgraven van baggerspecie onder obje...
22
Met name kan deze hoofdcode worden gebruik vanwege de kostenhomogeniteit van
besteksposten, Kostenhomogeniteit is een v...
23
- Het doel van de metingen: ten behoeve van het vastleggen van de bestaande of eindsituatie (met
name bedoeld voor de h...
24
Artikel 18.17.04 Hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel
Als het bestek de ‘hoeveelheidsbepaling met be...
25
Het ontwateren van baggerspecie in tubes van geotextiel moet eventueel met behulp van
hoofdcode 18.12.11 in een aparte ...
26
OOOOverslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18.13.01 t/m hoofdcode 18.13.32)verslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18....
27
Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.14.01 t/m h...
28
Wateren ontdoen van drijvende plantenresten (dag) en afvoeren plantenresten (ton)Wateren ontdoen van drijvende plantenr...
29
keuze voor de eenheid ‘EUR’ worden aantallen voorzieningen als keuzevrijheid bij de aannemer
gelegd.
In het kader van d...
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
Naslagwerk standaard 2015
of 53

Naslagwerk standaard 2015

Dit naslagwerk bij de Informatiebijeenkomsten Standaard RAW Bepalingen 2015 bevat afdrukken van de getoonde sheets en – per onderdeel – achtergrondinformatie. Deze achtergrondinformatie is voor een groot deel afkomstig uit de handleiding RAW-systematiek die u kunt raadplegen via de kennismodule op de website van CROW: www.crow.nl
Published on: Mar 3, 2016
Published in: Government & Nonprofit      
Source: www.slideshare.net


Transcripts - Naslagwerk standaard 2015

  • 1. 1 Naslagwerk introductie RAW 2015
  • 2. 2 VoorwoordVoorwoordVoorwoordVoorwoord Dit naslagwerk bij de Informatiebijeenkomsten Standaard RAW Bepalingen 2015 bevat afdrukken van de getoonde sheets en – per onderdeel – achtergrondinformatie. Deze achtergrondinformatie is voor een groot deel afkomstig uit de handleiding RAW-systematiek die u kunt raadplegen via de kennismodule op de website van CROW: www.crow.nl Voor verdere informatie kunt u terecht op… • www.crow.nl/raw • www.crow.nl/cursussen • www.crow.nl/duurzaaminkopen • helpdesk CROW - tel: 0318 699855 - e-mail: helpdesk@crow.nl Wij wensen u een aangenaam werken met RAW 2015 toe. Stichting CROW ir. A.J. van Leest Hoofd kenniscluster Aanbesteden en Contracteren
  • 3. 3 InhoudsopgaveInhoudsopgaveInhoudsopgaveInhoudsopgave Totstandkoming RAW-systematiek .................................................................................................... 4 Omnummeren ........................................................................................................................................ 5 Proeven ................................................................................................................................................... 7 RAW en UAV 2012 .................................................................................................................................. 8 CE-markering en prestatieverklaring ................................................................................................. 9 RAW-raamovereenkomsten ................................................................................................................ 10 Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70) ........................................................................................... 14 18.1 Kleinschalige baggerwerken .................................................................................................... 19 21.1 Bemaling ...................................................................................................................................... 31 22.5 AEC-bodemas ............................................................................................................................. 33 25 Riolering ........................................................................................................................................ 34 28 Gas- en waterleiding ................................................................................................................. 35 41.6 Funderingselementen op basis van grout ............................................................................ 36 51 Groenvoorzieningen .................................................................................................................. 37 61 Werk algemene aard .................................................................................................................. 40 81.2 Asfaltverhardingen ..................................................................................................................... 41 81.3 / 81.4 Oppervlakbehandeling ..................................................................................................... 44 81.5 / 81.6 Emulsieasfaltbeton ........................................................................................................... 45 83.1 Straatwerk .................................................................................................................................... 46 83.2 Elementenverharding van natuursteen .................................................................................. 47 Afdrukken van de sheets Informatiebijeenkomst RAW 2015 afzonderlijk bestand Omnummerlijst Standaard RAW Bepalingen 2010 - 2015 afzonderlijk bestand Omnummerlijst resultaatsbeschrijvingen 2010 - 2015 afzonderlijk bestand RAW-hoofdcodes > Schaalbalken kwaliteitscatalogus openbare ruimte afzonderlijk bestand Schaalbalken kwaliteitscatalogus openbare ruimte > RAW-hoofdcodes afzonderlijk bestand
  • 4. 4 Totstandkoming RAWTotstandkoming RAWTotstandkoming RAWTotstandkoming RAW----systematieksystematieksystematieksystematiek De RAW-systematiek bestaat uit 5 onderdelen: - Standaard RAW bepalingen - RAW-catalogus met resultaatsbeschrijvingen - RAW-catalogus met bepalingen - Algemeen Besteksbestand - Handleiding RAW-teksten worden doorlopend vernieuwd en geactualiseerd. Naar aanleiding van vragen en opmerkingen uit de markt over bestaande of ontbrekende teksten, stelt CROW werkgroepen samen. Daarin zitten deskundigen vanuit opdrachtgevers en aannemers, aangevuld met vertegenwoordigers van advies- en/of ingenieursbureaus en een begeleider van CROW. Samen met hen zorgt CROW voor aanpassing van teksten en voor nieuwe teksten. Belangrijk daarbij is dat teksten breed gedragen worden door de sector. Om dat te realiseren, worden alle teksten die door de werkgroepen zijn opgesteld voorgelegd aan de Juridische en Bestekstechnische Commissie. Als deze akkoord zijn, worden de teksten, al dan niet voorzien van aandachts- en vraagpunten, ter voorlopige vaststelling voorgelegd aan de Beheerraad Aanbesteden en Contracteren. Als dat is gebeurt worden de teksten voorgelegd aan de buitenwacht, achterbannen en de markt. We noemen dat ‘ter visie legging’. Gelijktijdig worden de teksten vrijgegeven voor toepassing in bestekken. De opmerkingen die bij CROW binnenkomen worden verwerkt door de werkgroepen. De aangepaste teksten worden opnieuw voorgelegd aan de Juridische en Bestekstechnische Commissie en daarna weer aan de Beheerraad Aanbesteden en Contracteren. Indien beide akkoord zijn, zijn de teksten formeel vastgesteld en daarmee onderdeel geworden van de RAW-systematiek. Ter visie liggende tekstenTer visie liggende tekstenTer visie liggende tekstenTer visie liggende teksten worden gepubliceerd op; http://www.crow.nl/vakgebieden/contracteren/raw/raw-teksten/ter-visie-liggende-raw-teksten Vastgestelde tekstenVastgestelde tekstenVastgestelde tekstenVastgestelde teksten worden gepubliceerd op: http://www.crow.nl/vakgebieden/contracteren/raw/raw-teksten/vastgestelde-raw-teksten Gepubliceerde ter visie liggende teksten en vastgestelde teksten kunnen door de opdrachtgever worden opgenomen in het bestek, maar hiertoe is geen verplichting. Één keer in de vijf jaar worden de nieuwe Standaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW Bepalingen uitgebracht. Alle op dat moment vastgestelde teksten zijn hierin opgenomen en daarmee ook verplicht om te worden toegepast in bestekken. Meer informatie over de achtergronden en het gebruik van de RAW-systematiek kunt u vinden in de brochure ‘RAW 2015 in kort bestek….RAW 2015 in kort bestek….RAW 2015 in kort bestek….RAW 2015 in kort bestek….’ Artikelnummer D1076 Deze is gratis te downloaden via de webshop van CROW, te vinden op: http://www.crow.nl/publicaties/raw-2015-in-kort- bestek?Zoekterm=kort&page=1&searchsort=score&pagesize=10
  • 5. 5 OmnummerenOmnummerenOmnummerenOmnummeren Algemeen Door de jaren heen zijn er steeds meer onderdelen aan RAW toegevoegd. Op een aantal plaatsen bleek dat nu niet meer mogelijk of leidde dit tot een niet logische indeling. Om de toegankelijkheid van de hoofdstukken te verbeteren en om ruimte voor nieuwe onderdelen te creëren, is de indeling op sommige plaatsen aangepast en zijn hoofdstukken vernummerd omgenummerd?. Zo zijn Riolering en Groenvoorzieningen opnieuw en overzichtelijker ingedeeld. De hoofdstukken over funderingslagen en verhardingen zijn nu achterin de Standaard ondergebracht (80-serie), waar ook voor de toekomst nog ruimte genoeg is. Het hoofdstuk Proeven – een beetje een vreemde eend in de bijt, omdat het eigenlijk geen bepalingen zijn – is nu als bijlage in de Standaard 2015 opgenomen. Om weer snel in de nieuwe Standaard en Catalogi thuis te raken, zijn omnummerlijsten opgesteld. Zij laten zien waar bestaande teksten naartoe zijn verplaatst. Een handig hulpmiddel bij bijvoorbeeld het actualiseren van moederbestekken. Noodzaak van omnummeren CROW streeft er naar om zo min mogelijk in de nummering te wijzigen. Daar hebben gebruikers van RAW alleen maar last van. Soms blijkt het echter niet mogelijk de bestaande nummering te handhaven. Eens in de vijf jaar is er dan de mogelijkheid tot omnummeren. Dat hier vooraf goed over wordt nagedacht mag duidelijk zijn. Een wijziging moet consistent zijn om niet over vijf jaar weer opnieuw te worden aangepast. 1. Verlies van samenhang Een van de redenen om te wijzigen is dat onderwerpen binnen een werkcategorie te veel uit elkaar gaan lopen. Denk aan werkcategorie 25 Leidingwerk. Deze bevat Riolering en Gas- en waterleiding. Door de jaren heen zijn de eisen aan beide zodanig verandert dat het niet logisch meer is deze in dezelfde werkcategorie onder te brengen. Daarom wordt alleen Riolering nog opgenomen in werkcategorie 25 en is besloten Gas en waterleiding te ‘verhuizen’ naar een andere plaats. Dit betekent dat deze resultaatsbeschrijvingen omgenummerd worden. 2. Reorganisatie Een andere reden is de reorganisatie binnen een werkcategorie. Een goed voorbeeld hiervan is 51 Groenvoorzieningen. Vanaf 1990 zijn allerlei verschillende onderwerpen die thuishoren bij groenvoorzieningen toegevoegd. Van wortelschermen tot lieveheersbeestjes. Hierdoor is veel de logica in de opbouw verloren gegaan. Omdat hoofdstuk 51 in de Standaard opnieuw is ingedeeld, zijn in het verlengde daarvan ook meteen de resultaatsbeschrijvingen opnieuw geordend. 3. Ruimtegebrek Een derde reden is ruimtegebrek. Dit ontstond rondom de hoofdstukken Wegverhardingen, waar de catalogus met resultaatsbeschrijvingen, maar met name De Standaard dreigde ‘vol te lopen’. Om die reden zijn alle werkzaamheden die met wegverhardingen te maken hebben omgenummerd naar werkcategorieën in de 80-serie. Elke soort wegverharding zijn eigen werkcategorie, zodat we weer jaren vooruit kunnen. Standaard 2015 Belangrijkste wijzigingen in de Standaard zijn: Hoofdstuk 25 Leidingwerk is verdeeld over 25 Riolering en 28 Gas- en waterleiding. Riolering is vervolgens opgedeeld in meerdere deelhoofdstukken voor een beter overzicht.
  • 6. 6 De hoofdstukken 28 Funderingslagen alsmede 30 en 31 Wegverhardingen I en II zijn verplaatst naar de 80-serie. Hier is onderscheid gemaakt in verhardingstype: - Bitumineuze verhardingen (81) - Betonverhardingen (82) - Elementenverhardingen (83) - Bijzondere verhardingen (84) Hoofdstuk 51 Groenvoorzieningen is in meerdere deelhoofdstukken opgedeeld voor een beter overzicht. Alle deelhoofdstukken met eindcijfer 0 (XX.0) zijn voortaan gereserveerd voor algemene bepalingen die gelden voor dat hele hoofdstuk. Een dergelijke deelhoofdstuk kan dus alleen voorkomen als er tenminste 1 andere deelhoofdstuk is. Daar waar nodig is de nummering hierop aangepast (bijv. 21.0 Bemalingen is omgenummerd naar 21.1) Tabellen en figuren zijn in de Standaard 2015 per deelhoofdstuk genummerd. Het nummer bestaat uit hoofdstuknummer, deelhoofdstuknummer en volgnummer, elk gescheiden door een punt. Een tabel met nummer 81.2.4 is derhalve de 4 e tabel in deelhoofdstuk 81.2 Een figuur met nummer 22.0.1 is derhalve het 1 e figuur in deelhoofdstuk 22.0 Van de tabellen en figuren is geen omnummerlijst beschikbaar. RAW Catalogus met resultaatsbeschrijvingen Omdat het nummer van de werkcategorie overeenkomt met het hoofdstuknummer in de Standaard, zijn de resultaatsbeschrijvingen van hoofdstukken die zijn omgenummerd dientengevolge ook omgenummerd. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de hoofdstukken ‘Verhardingen’ en bij ‘Gas- en waterleiding’ Bij omnummeringen binnen een hoofdstuk van de Standaard hoeft dit niet het geval te zijn. Werkcategorie 51 Groenvoorzieningen daarentegen is wel in zijn geheel gewijzigd. Omnummerlijsten Voor een volledig overzicht van alle gewijzigde (deel)hoofdstukken en hoofdcodes wordt verwezen naar de omnummerlijstenomnummerlijstenomnummerlijstenomnummerlijsten die bij dit naslagwerk zijn gevoegd.
  • 7. 7 ProevenProevenProevenProeven De beschrijvingen van de proeven, die voorheen altijd waren opgenomen in Hoofdstuk 02 van de Standaard zijn in de Standaard 2015 ondergebracht in Bijlage I. Vervallen uit de Standaard 2010 zijn de volgende proeven: Proef 4 CMC-methode Proef 77 Vooronderzoek van asfalt (77.0 t/m 77.6) Proef 93 Repavemethode Proef 94 Verdichtingsgraad asfalt bij toepassing remixplusmethode Proef 95 Verdichtingsgraad remixasfalt Proef 96 remixasfalt: mengselberekening Proef 97 Gehalte aan direct in water oplosbaar hydroxide van vulstof Proef 98 Massaverlies na verwarming bij 150 °C van poederkalk Proef 99 Watergevoeligheid van poederkalk Proef 100 Zwelling van poederkalk Proef 108 Boren cilinders en bepaling samenstelling en eigenschappen van asfalt Nieuw in de Standaard 2015 zijn de volgende proeven: Proef 4 Bepalen van het geleidingsvermogen (EC) Proef 77 Vrijkomend asfalt: bepaling van de constructieopbouw en de laagdikte en het aantonen van PAK Omgenummerd in de Standaard 2015 zijn de volgende proeven: Proef 93 Bepalen van het gehalte aan water van asfaltspecie was Proef 101 Proef 94 Bepalen van de geschiktheid van zand voor verwerking was Proef 102 Proef 95 Bepalen van de waterdoorlatendheid bij 95% van de maximumproctordichtheid was Proef 103 Proef 96 Bepalen van de baggerwaterdoorlatendheid was Proef 104 Proef 97 bepalen van de vochtspanningskarakteristiek van zand (pF-proef) was Proef 105 Proef 98 Uitvoeren van de normale en verzwaarde CBR-proef was Proef 106 Proef 99 Bepalen van het verband tussen CBR-waarde en Vochtgehalte was Proef 107
  • 8. 8 RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012RAW en UAV 2012 In 2013 heeft CROW een document vastgesteld, waarmee het mogelijk werd in bestekken al de UAV 2012 van toepassing te verklaren, en daarmee af te wijken van de Standaard 2010. In de Standaard 2010 wordt de U.A.V. 1989 van toepassing verklaard. Dit gaf opdrachtgevers de keuze voor het gebruik van U.A.V. 1989 of UAV 2012. De letterlijke tekst van de UAV 2012 is in de Standaard 2015 opgenomen in Bijlage II In de Standaard 2015 wordt de UAV 2012 van toepassing verklaard. Dit is geregeld in artikel 01.01.01. lid 01. Hiermee is de U.A.V. 1989 wat RAW betreft definitief komen te vervallen. De UAV 2012 kent ten opzichte van de U.A.V. 1989 meerdere verschillen. Deze zijn in 2013 door CROW en door andere organisaties breedvoerig gecommuniceerd Het document met de toelichting op de verschillen tussen de U.A.V. 1989 en de UAV 2012 kunt u als vastgestelde RAW-tekst downloaden op onderstaande URL: http://www.crow.nl/vakgebieden/contracteren/raw/raw-teksten/vastgestelde-raw-teksten Gevolgen UAV 2012 voor RAWGevolgen UAV 2012 voor RAWGevolgen UAV 2012 voor RAWGevolgen UAV 2012 voor RAW Voor het RAW-bestek is het meest opmerkelijkste verschil dat bij vrijkomende materialen niet meer wordt gesproken over het ‘niet van waarde verklaren voor de opdrachtgever’, maar dat de ‘aannemer eigenaar’ wordt van deze materialen. Opmerkelijkste verschillen voor de uitvoering van het werk zijn: 1. De verantwoordelijkheid voor de aannemer dat de verwerkte bouwstoffen voldoen aan de gestelde eisen. De bouwstoffen hoeven dus niet meer vóór verwerking door de directie te worden gekeurd. Indien de directie dit vooraf keuren wel verlangd, moet dit voor de betreffende bouwstoffen in het bestek worden vermeld. De RAW-catalogus met Bepalingen voorziet hiervoor in standaard bepalingen, opgenomen in artikel 01.14.02. de bestekschrijver kan een keuze maken tussen lid 07 wanneer alle bouwstoffen door de directie worden gekeurd, of voor lid 08 als een deel van de bouwstoffen door de directie wordt gekeurd. 2. Een algemeen tijdschema wordt altijd verlangd. 3. De UAV 2012 voorziet in een procedure voor de verslaglegging van bouwvergaderingen indien is overeengekomen dat bouwvergaderingen worden gehouden. Om het houden van bouwvergaderingen reeds in het bestek te regelen voorziet de RAW-catalogus met bepalingen hiervoor in een standaard tekst, opgenomen in artikel 01.23.02. 4. De UAV-TI (voor technische installatiewerken) is geïntegreerd in de UAV 2012. Wanneer nu sprake is van een werk met een technische installatie hoeft de bestekschrijver dus geen aanvullende tekst meer in Deel 3 van het bestek op te nemen.
  • 9. 9 CECECECE----markering en prestatieverklaring (DoP)markering en prestatieverklaring (DoP)markering en prestatieverklaring (DoP)markering en prestatieverklaring (DoP) Met de CE-markering en de daaraan gekoppelde prestatieverklaring geeft een fabrikant de prestaties van de essentiële kenmerken (producteigenschappen) van zijn bouwproduct weer. Deze essentiële kenmerken zijn afgeleid van de fundamentele eisen of basiseisen voor bouwwerken die voortvloeien uit de nationale (bouw)regelgevingen in de lidstaten van de EU, zoals in Nederland het Bouwbesluit 2012. De essentiële kenmerken van een product staan in de Annex Za van de geharmoniseerde Europese productnormen. De prestatieverklaring vormt het bewijs dat het product, bij introductie op de markt en bij verdere distributie, voldoet aan de prestaties die voor de specifieke toepassing ervan worden verlangd. De prestatieverklaring (Declaration of Performance, kortweg ‘DoP’) wordt digitaal of in papieren vorm bij de CE-markering aan de klant geleverd of op een website geplaatst. De fabrikant of importeur legt in de DoP naast product- en adresgegevens, de prestaties van het bouwproduct vast en de daarbij behorende beoogde toepassing(en). Dit laatste is van groot belang bij de producentaansprakelijkheid. De fabrikant verklaart immers dat het product een bepaalde prestatie heeft in de toepassingen die hij omschrijft. Is dit niet het geval, dan is de fabrikant direct aansprakelijk voor de mogelijke schade bij het disfunctioneren van het product. Met de prestatieverklaring is het mogelijk de prestatie van producten met eenzelfde toepassing onderling eenduidig met elkaar te vergelijken. Naast dit grote voordeel levert de CE- markering ook een kostenbesparing op voor de fabrikant of importeur omdat hij niet opnieuw een beoordeling of test hoeft uit te voeren voor elk land in de EU. Dankzij de CE-markering kan de (eind)gebruiker of de voorschrijver van het product een bouwproduct kiezen met de vereiste prestaties voor het beoogde gebruik. Hij zal er dus zeker van kunnen zijn dat het bouwwerk niet alleen aan de fundamentele eisen voldoet, maar ook berekend is op bijzondere omstandigheden. In Europa bestaan bijvoorbeeld grote verschillen in klimaat waardoor gebouwen aan zowel extreem lage als extreem hoge temperaturen blootgesteld kunnen worden. Ook zijn gebieden meer of minder gevoelig voor natuurgeweld zoals aardbevingen en overstromingen. In Europese normen is hiermee rekening gehouden, en de fabrikant kan in de prestatieverklaring aangeven wat de prestaties van zijn product zijn op die essentiële kenmerken. De prestatieverklaring wordt opgesteld aan de hand van het model in bijlage III van de Verordening. De verklaring bevat de referentie van het producttype en het systeem voor de beoordeling en de verificatie van de prestatiebestendigheid van het bouwproduct (vroeger ook wel conformiteitsniveau genoemd). Maar de verklaring verwijst ook naar de geharmoniseerde norm (en ook naar de datum van de publicatie) of naar de Europese technische beoordeling waarvan gebruik is gemaakt voor de beoordeling van elk essentieel kenmerk. Bij een vereenvoudigde procedure (zie hiervoor hoofdstuk VI in de Verordening , art. 36, 37 en 38) is het referentienummer van de specifieke technische documentatie opgenomen. De prestatieverklaring geeft daarnaast aan wat het beoogde gebruik is van het bouwproduct, en dat het product in overeenstemming is met de van toepassing zijnde geharmoniseerde technische specificatie. Ook bevat de verklaring de lijst met essentiële kenmerken uit de geharmoniseerde technische specificatie (Annex Za) voor het aangegeven beoogde gebruik. In een aantal situaties gelden vereenvoudigde procedures voor het testen en beoordelen van het product, of kan men afwijken van de procedure. Voorlopig geldt de verplichting om de prestatieverklaringen bij elke levering op papier of elektronisch aan de eindgebruiker ter beschikking te stellen. Die verplichting vervalt als het naar verwachting eind 2013 mogelijk is om dat via de website van de fabrikant te doen. De prestatieverklaring moet in Nederland in het Nederlands worden verstrekt.
  • 10. 10 RAWRAWRAWRAW----raamovereenkomstenraamovereenkomstenraamovereenkomstenraamovereenkomsten RAWRAWRAWRAW----catalogus met resultaatsbeschrijvingencatalogus met resultaatsbeschrijvingencatalogus met resultaatsbeschrijvingencatalogus met resultaatsbeschrijvingen Aan de RAW-catalogus met resulaatsbeschrijvingen is toegevoegd subwerkcategorie 01.21 Uitvoeren van een RAW-raamovereenkomst. Deze subwerkcategorie bevat de volgende resultaatsbeschrijvingen. 01.21.01 Opstellen van een deelopdracht (keer) 01.21.11 Melden van mechanisch verrichten van werkzaamheden in de ondergrond (keer) 01.21.21 Aanvoeren van materieel (keer) 01.21.22 Verplaatsen van materieel (keer) 01.21.23 Afvoeren van materieel (keer) 01.21.24 Mobiliseren van materieel (keer) 01.21.31 Beschikbaar houden van personeel en materieel (week) 01.21.41 Aanleveren van revisiegegevens (keer) RAW 01.01RAW 01.01RAW 01.01RAW 01.01 –––– Algemene bepalingenAlgemene bepalingenAlgemene bepalingenAlgemene bepalingen Precontractuele bepalingen De precontractuele bepalingen voor het aanbsteden van het reguliere RAW-bestek zijn geredigeerd en in lijn gebracht met de precontractuele bepalingen voor het aanbesteden van de RAW- raamovereenkomst (voorheen overeenkomst met open posten). Het betreft de volgende artikelen 01.01.02 - RAW-bestek: inschrijving; 01.01.03 - RAW-bestek: inschrijvingsstaat; 01.01.04 - RAW-bestek: beoordeling inschrijvingsstaat; 01.01.05 - RAW-raamovereenkomst: inschrijving; 01.01.06 - RAW-raamovereenkomst: inschrijvingsstaat; 01.01.07 - RAW-aamovereenkomst: beoordeling inschrijvingsstaat. RAW 01.02RAW 01.02RAW 01.02RAW 01.02 ---- Betalingsregelingen: aannemingssomBetalingsregelingen: aannemingssomBetalingsregelingen: aannemingssomBetalingsregelingen: aannemingssom De grootte van de betalingstermijn wordt berekend aan de hand van de gegevens verkregen bij de opneming volgens artikel 01.02.02, alsmede aan de hand van de ontleding van de som van de deelopdracht. In lid 02 van dit artikel is de berekening van de grootte van de betalingstermijn volledig en expliciet uitgeschreven. RAW 01.03RAW 01.03RAW 01.03RAW 01.03 –––– Betalingstermijnen: afwijkingen van verrekenbare hoeveelhedenBetalingstermijnen: afwijkingen van verrekenbare hoeveelhedenBetalingstermijnen: afwijkingen van verrekenbare hoeveelhedenBetalingstermijnen: afwijkingen van verrekenbare hoeveelheden Artikel 01.03.04 – RAW-raamovereenkomst Het kenmerk 'F' is niet aan de orde bij een deelopdracht. In een deelopdracht zijn verrekenbare hoeveelheden (V) en te accorderen hoeveelheden (A) mogelijk. Voor het omgaan met verrekenbare (V) hoeveelheden zijn de leden 2 tot en met 5 van paragraaf 39 van de UAV 2012 uitgesloten. Als een overschrijding of een onderschrijding van een verrekenbare hoeveelheid wel aan de orde is, dan zal gesproken moeten worden over het uitvoeren tegen dezelfde verrekenprijs of het overgaan naar een andere 'staffel' als het bestek daarin voorziet. Voor het omgaan met de verrekening van minder werk zijn binnen de RAW-raamovereenkomst de leden 5 en 6 van paragraaf 35 van de UAV 2012 uitgesloten RAW 01.21RAW 01.21RAW 01.21RAW 01.21 –––– RAWRAWRAWRAW----raamovereenkomstraamovereenkomstraamovereenkomstraamovereenkomst Alle eisen inzake de RAW-raamovereenkomst (voorheen Overeenkomst met open posten) zijn nu gebundeld in paragraaf 01.21. Dit houdt in dat de artikelen 01.01.10, 01.01.11 en 01.01.12 zijn vervallen. In paragraaf 01.21 is een volledig herzien stelsel bepalingen opgenomen.
  • 11. 11 Artikel 01.21.01 - Begrippen De lijst van begrippen in dit artikel is aangepast aan de inhoud van paragraaf 01.21. Artikel 01.21.02 - Van toepassing zijnde voorschriften In dit artikel is om juridische redenen het Nederlandse recht van toepassing verklaard op de RAW- raamovereenkomst. Artikel 01.21.03 - Verlangen van een zekerheidstelling op de RAW-raamovereenkomst Vanwege de aard van de RAW-raamovereenkomst wordt het niet redelijk en billijk geacht zekerheidstelling op de RAW-raamovereenkomst te verlangen. Zekerheidstelling kan afhankelijk van de aard en de omvang wel op een deelopdracht wordt verlangd. De waarde van de zekerheidstelling moet in verhouding staan tot de verwachte som van een deelopdracht en tot de aard van de deelopdracht. Artikel 01.21.04 - Betalingsregeling: risicoregeling De risicoregeling uit paragraaf 01.04 ‘Betalingsregeling: risicoregeling’ is standaard niet van toepassing verklaard. De bestekschrijver kan deel 3 van het bestek regelen of de risicoregeling wel van toepassing wordt verklaard of dat het in artikel 01.21.12 van de RAW-catalogus met bepalingen opgenomen ‘indexeren van de prijzen per eenheid’ van toepassing wordt verklaard. Artikel 01.21.05 - Verlengen van een RAW-raamovereenkomst De in de inschrijvingsstaat vermelde percentages voor uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico zijn wel van toepassing op verlengingen, het vermelde percentage voor korting is niet van toepassing op de verlenging van de RAW-raamovereenkomst. Artikel 01.21.06 - Bijkomende werkzaamheden Bij het opstellen van een deelopdracht kan het voorkomen dat voor het uitvoeren van bijkomende werkzaamheden een bestekspost (een eigen bedachte bestekspost of een bestekspost die op basis van een hoofdcode uit de RAW-catalogus met resultaatsbeschrijvingen is opgesteld) aan de deelopdracht wordt toegevoegd, die bovendien binnen andere deelopdrachten moet kunnen worden geselecteerd, dus onderdeel wordt van de RAW-raamovereenkomst. De verrekening van de hoeveelheden resultaatsverplichting van deze bijkomende werkzaamheden gaat net zo als bij de andere resultaatsverplichtingen, dus met inbegrip van alle percentages, echter zonder het percentage korting. De opdrachtgever/bestekschrijver moet zich bij het bedenken van bestekposten voor ‘bijkomende werkzaamheden’ (in verband met het leerstuk wezenlijke wijzigingen) terdege de beperkte reikwijdte van het begrip ‘bijkomende werkzaamheden’ realiseren. Aan een deelopdracht kunnen incidenteel niet-wezenlijke, bijkomende resultaatsverplichtingen worden toegevoegd, die niet in de raamovereenkomst staan en daar ook niet aan worden toegevoegd. Hiervoor wordt een prijs per eenheid resultaatsverplichting afgesproken. Administratief worden deze resultaatsverplichtingen als bestekswijziging/extra declaratie verrekend. De percentages uit de inschrijvingsstaat worden daarbij in het geheel buiten beschouwing gelaten. Artikel 01.21.07 - Verstrekken van een deelopdracht Een deelopdracht wordt in beginsel schriftelijk verstrekt met verwijzing naar de betreffende besteksposten uit de RAW-raamovereenkomst en de daarop te verwerken hoeveelheden. Er is bij een RAW-raamovereenkomst sprake van een resultaatsverbintenis, in die zin dat de aannemer verplicht is resultaatsverplichtingen na te komen als het tot een afroep van een deelopdracht komt. De basis voor de leveringsverplichting (resultaatsverplichting) ligt vast in de RAW-raamovereenkomst, echter deze verplichting is expliciet opgenomen in dit artikel, dat betrekking heeft op een deelopdracht. Bij het verstrekken van een deelopdracht zal de inschrijvingsstaat van de aannemer worden gebruikt om de som van een deelopdracht te bepalen. Verder zal de inschrijvingsstaat net zoals bij een gewoon RAW-bestek, worden gebruikt voor het vaststellen van eventuele betalingstermijnen en verrekenprijzen binnen een deelopdracht. Opdrachtgever en aannemer bepalen voorafgaande aan het verstrekken van een deelopdracht in overleg de uitvoeringstermijn van deze deelopdracht. Beide partijen houden daarbij rekening met
  • 12. 12 de omstandigheden die de uitvoering van de werkzaamheden binnen een periode in de weg kunnen staan. Bij het verstrekken van een deelopdracht kunnen bijkomende werkzaamheden worden opgedragen. Artikel 01.21.08 - Vaststellen van de som van de deelopdrachtt In dit artikel is precies uitgeschreven hoe de som van een deelopdracht wordt bepaald. Op de som van de deelopdracht zijn van invloed te verwerken hoeveelheden resultaatsverplichtingen uit het bestek met de bijbehorende prijzen per eenheid, te verwerken hoeveelheden bijkomende resultaatsverplichtingen, die al dan niet onderdeel zijn of geworden van de raamovereenkomst met de bijbehorende prijzen per eenheid en de percentages uit de staartposten. In deelopdrachten kunnen ook stelposten worden opgenomen. Artikel 01.21.08 - Vaststellen van de som van de deelopdrachtt Het kenmerk fictief (F) is niet aan de orde bij een deelopdracht. In een deelopdracht zijn verrekenbare hoeveelheden (V) en te accorderen hoeveelheden (A) wel mogelijk. Bij verrekenbare hoeveelheden is paragraaf 39 lid 2 van de UAV 1989 uitgesloten, zie het bepaalde in artikel 01.03.04 . Als dit wel aan de orde is, dan zal naar een andere 'staffel' moeten worden gegaan. Artikel 01.21.09 - Wijzigen van een deelopdracht Tijdens het uitvoeren van een deelopdracht kunnen niet in de deelopdracht opgenomen werkzaamheden uit de raamovereenkomst worden opgedragen RAWRAWRAWRAW----Catalogus met bepalingenCatalogus met bepalingenCatalogus met bepalingenCatalogus met bepalingen Artikel 01.21.10 - RAW-raamovereenkomst: omzetgarantie Artikel 01.21.11 - RAW-raamovereenkomst: redelijkerwijs te verwachten omzetgarantie Een omzetgarantie is een garantie aan een aannemer op grond waarvan hij mag uitgaan dat hem een bepaalde omvang wordt gegarandeerd. Het is zaak dat bij het opstellen van een RAW-raamovereenkomst zorgvuldig wordt afgewogen of een omzetgarantie, dan wel een specifieke voorziening, in het contract moet worden opgenomen, om aan voorschrift 3.3 A (Gids proportionaliteit) te voldoen. De Gids proportionaliteit dwingt de opdrachtgever bij het aanbesteden van een raamovereenkomst na te denken over een voorschrift 3.3.A van deze gids. Bij het opstellen van voorschrift 3.3.A van de Gids proportionaliteit heeft duidelijk meegespeeld de behoefte vanuit de praktijk om in eerste aanleg een omzetgarantie te realiseren, het aspect vergoedingen zit in het beschikbaar houden van personeel, materieel, materiaal en andere zaken bij servicebestekken (vergoeding versus handeling). Buiten discussie staat dat in het bestek conform de Gids proportionaliteit altijd in enige vorm een regeling moet worden opgenomen. Er is daarbij geen keuze in het wel of niet toepassen, maar een keuze in welke toepassen. Dit kan ook een regeling zijn in de trant van zou omzetgarantie bij zorgvuldige overweging niet mogelijk blijkt te zijn, dan…. Artikel 01.21.12 - RAW-raamovereenkomst: indexering van de prijzen per eenheid Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kent naast het ‘Prijsindexcijfer Grond-, weg- en waterbouw (Totaal GWW)’ ook acht deelgebieden. Voor deze acht deelgebieden van de grond-, water- en wegenbouw (GWW) maakt het CBS reeksen inputprijsindexcijfers. Deze reeksen volgen de ontwikkeling van de kostenbestanddelen loon, materiaal en materieel. Mutaties in de algemene kosten en winst en risico zijn in deze cijfers niet opgenomen. De reeksen worden berekend uit de prijsontwikkeling van de factor arbeid in de bouwnijverheid en van een pakket materialen en materieel dat in de GWW wordt toegepast. In dit artikel zijn verschillende varianten van de indexering van de prijzen per eenheid uitgewerkt voor toepassing binnen de RAW-raamovereenkomst.
  • 13. 13 RAWRAWRAWRAW----bestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuurbestekmaakprogrammatuur De aanpassing van het onderdeel RAW-raamovereenkomst heeft geleid tot aanpassingen in de RAW-bestekmaakprogrammatuur. Bij de RAW-raamovereenkomst zijn de belangrijkste wijzigingen Het kenmerk ‘O’ is vervangen door ‘F’ (fictieve hoeveelheid), waar bij de fictieve hoeveelheid resultaatsverplichting in de kolom hoeveelheid resultaatsverplichting moet worde ingevuld. Onder het subtotaal kunnen geen eenmalige (niet-toedeelbare) kosten worden opgenomen. Een eventuele korting moet als percentage van het subtotaal worden opgenomen in de staartposten. In de inschrijvingsstaat moeten de staartkosten als percentage (per item afgerond op 1/10 procent) van het subtotaal worden uitgedrukt. Onder staartposten worden verstaan uitvoeringskosten, algemene kosten, winst en risico en korting. In de RAW-raamovereenkomst zijn geen stelposten mogelijk, in de deelopdrachten zijn wel stelposten mogelijk. Bij het opstellen van een deelopdracht kan aan de hoeveelheid resultaatsverplichting van een bestekspost enkel het kenmerk ꞌAꞌ of ꞌVꞌ. Op basis van de RAW-raamovereenkomst zijn deelopdrachten te genereren.
  • 14. 14 Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70)Beeldkwaliteit (voormalig hoofdstuk 70) AlgemeenAlgemeenAlgemeenAlgemeen In 2007 is de eerste versie uitgebracht van de CROW–publicatie ‘Kwaliteitscatalogus openbare ruimte’ (KOR-catalogus). Deze KOR-catalogus bood opdrachtgevers de mogelijkheid om onderdelen van de openbare ruimte door een aannemer op basis van een beschreven beeldkwaliteit te laten onderhouden. Met deze manier van contracteren, worden geen aantallen en momenten van onderhoudswerkzaamheden beschreven in het bestek, maar komt de verantwoordelijkheid en het risico voor de frequentie en het moment van onderhoud voor rekening van de aannemer. De aannemer is daarbij verantwoordelijk dat de te onderhouden onderwerpen op elk moment voldoen aan het, in het bestek voorgeschreven kwaliteitsniveau. De CROW- gebruikersgroep Beeldkwaliteit heeft deze kwaliteitsniveaus met behulp van schaalbalken in de KOR-catalogus vastgelegd. Een schaalbalk bevat voor elk van de kwaliteitsniveaus A+ tot en met D, een foto van de mogelijke toestand, alsmede prestatie-eisen. Om het gebruik van deze KOR-catalogus in RAW-bestekken mogelijk te maken is in 2008 een eerste versie van RAW-Hoofdstuk 70 gepubliceerd. Dit hoofdstuk heeft nooit een officiële RAW- status gehad en is slechts bij wijze van voorlopige tekst uitgegeven. Het gebruik van de KOR-catalogus en de toepassing van Hoofdstuk 70 in de praktijk, is door de RAW-werkgroep ‘Meten van kwaliteit’ gemonitord en geëvalueerd tot de huidige versie. Hierbij zijn de opmerkingen en de ervaringen van gebruikers in de meeste gevallen bepalend geweest. Relatie met deRelatie met deRelatie met deRelatie met de werkcategorieënwerkcategorieënwerkcategorieënwerkcategorieën en technische hoofdstukkenen technische hoofdstukkenen technische hoofdstukkenen technische hoofdstukken In de RAW-systematiek jaarversie 2015 zijn de resultaatsbeschrijvingen en de technische bepalingen uit deze vastgestelde tekst ondergebracht in bestaande RAW-werkcategorieën en bestaande RAW-hoofdstukken. In zijn totaliteit zijn de teksten over de volgende onderwerpen verdeeld: 22 Grondwerken 23 Drainage 25 Riolering 32 Wegbebakening 34 Verlichting 47 Kleine kunstwerken en gemalen 50 Afval- en reinigingsdiensten 51 Groenvoorzieningen 52 Kust- en oeverwerken 71 Sport-, speel- en recreatievoorzieningen (nieuw) 81 Bitumineuze verhardingen 82 Betonverhardingen 83 Elementenverhardingen 84 Bijzondere verhardingen Standaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW Bepalingen ---- Algemeen en AdministratiefAlgemeen en AdministratiefAlgemeen en AdministratiefAlgemeen en Administratief In paragraaf 01.24 ‘Beeldkwaliteit’ zijn algemene bepalingen opgenomen met betrekking tot het werken met beeldkwaliteit. Paragraaf 01.24 bevat de volgende artikelen: 01.24.01 Begrippen 01.24.02 Algemeen 01.24.03 Besteksposten die niet als eenheid ‘week’ hebben 01.24.04 Meetlocatie 01.24.05 Aanvang werk
  • 15. 15 01.24.06 Benodigde bouwstoffen 01.24.07 Besteksmeldingen 01.24.08 Opneming 01.24.09 Korting Standaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW BepalingenStandaard RAW Bepalingen ---- Technische bepalingenTechnische bepalingenTechnische bepalingenTechnische bepalingen In de diverse technische hoofdstukken zijn begrippen opgenomen die behoren bij het werken met beeldkwaliteit. In de naam van het betreffende artikel wordt altijd verwezen naar ‘beeldkwaliteit’. Voorbeeld: 50.31.01 Beeldkwaliteit Naast de begrippen bevatten de technische hoofdstukken eisen die overeenkomstig zijn aan de CROW-Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013. Aangezien het in de Kwaliteitscatalogus openbare ruimte beschreven kwaliteitsniveau D niet in een RAW-bestek van toepassing kan worden verklaard, zijn de bijbehorende eisen niet vertaald naar Standaard RAW Bepalingen. De naam van het artikel waarin de eisen zijn opgenomen is overeenkomstig aan de titel van de betreffende resultaatsbeschrijving. Voorbeeld: 51.22.08 Beheersen grashoogte – gazon Resultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteit die als eenheid ‘week’ hebbenResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteit die als eenheid ‘week’ hebbenResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteit die als eenheid ‘week’ hebbenResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteit die als eenheid ‘week’ hebben Verdeeld over de werkcategorieën bevat de RAW catalogus met resultaatsbeschrijvingen, beschrijvingen met als eenheid ‘week’ voor het beheersen van een voorgeschreven kwaliteitsniveau. . De indeling van alle resultaatsbeschrijvingen is identiek en als volgt: Hoofdcode tekstblok: - Verwijzing naar de overeenkomstige schaalbalk in de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte. Toelichting: In de resultaatsbeschrijvingen wordt de term ‘KOR-schaalbalk’ gebruikt. Een definitie hiervan is gegeven in artikel 01.24.01 lid 01 sub h - Situering in het werk en bijzonderheden volgens handleiding Toelichting: Standaard tekst bij elke RAW-resultaatsbeschrijving - Indien van toepassing: de kostenbeïnvloedende factoren ‘percelen’ en ‘obstakels’ Deficode: Positie 1: Te onderhouden areaal Toelichting: In verband met het mogelijk via RAW-bestekken verkrijgen van kostenkengetallen voor onderhoud van de openbare ruimte, is op voorstel van de betreffende CROW-werkgroep besloten het te onderhouden areaal in een deficode op te nemen. De hoeveelheid, welke wordt ingevuld in de kolom ‘Hoeveelheid ter inlichting’, is op die manier voor software een herkenbaar getal. Positie 2: Het voorgeschreven kwaliteitsniveau Toelichting: Kwaliteitsniveau D is niet als mogelijke inhoud opgenomen. Kwaliteitsniveau D is slechts een referentieniveau dat dient als bovengrens voor kwaliteitsniveau C. Positie 3: Reactietijd na besteksmelding Zie voor ‘besteksmelding’ artikel 01.24.01 lid 01 sub f en artikel 01.24.07 Positie 4: Indien van toepassing: kostenbeïnvloedende factor (1) Positie 5: Indien van toepassing: kostenbeïnvloedende factor (2) Positie 6: Indien van toepassing: vrijgekomen materialen
  • 16. 16 Resultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteitResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteitResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteitResultaatsbeschrijvingen voor beeldkwaliteit die niet als eenheid ‘week’ hebben.die niet als eenheid ‘week’ hebben.die niet als eenheid ‘week’ hebben.die niet als eenheid ‘week’ hebben. Verdeeld over de werkcategorieën bevat de RAW catalogus met resultaatsbeschrijvingen, beschrijvingen die niet als eenheid ‘week’ hebben, voor het beheersen van een voorgeschreven kwaliteitsniveau en 2 beschrijvingen voor het uitvoeren van inspectie door de aannemer. Een resultaatsbeschrijving voor inspectie van de openbare ruimte moet worden opgenomen indien in het bestek sprake is van een bestekspost met een kwaliteitsniveau en die niet de eenheid ‘week’ heeft. De aannemer zal altijd de inspectie moeten uitvoeren ongeacht of hier werkzaamheden uit voortvloeien. De inspectie zelf wordt middels de afzonderlijke resultaatsverplichting betaald. Afhankelijk van de frequentie van de inspectie kan de bestekschrijver kiezen uit een beschrijving met als eenheid ‘week’ of een beschrijving met als eenheid ‘keer’. De resultaatsbeschrijvingen die niet als eenheid ‘week’ hebben worden gebruikt indien de aannemer geen vaste prijs per week betaald krijgt, maar betaald wordt op basis van de werkelijk uitgevoerde hoeveelheid. Dergelijke werkzaamheden lenen zich uitermate goed om op te nemen in een RAW Raamovereenkomst, aangezien de werkelijk uit te voeren hoeveelheid vooraf niet kan worden bepaald maar slechts kan worden ingeschat. Indien geen gebruik wordt gemaakt van een RAW Raamovereenkomst vindt verrekening plaats overeenkomstig de regels voor afwijkingen van hoeveelheden. De bestekschrijver kan doormiddel van een keuze in een deficode aangeven of de door de aannemer uit te voeren werkzaamheden al dan niet vooraf toestemming van de directie behoeven. De indeling van alle resultaatsbeschrijvingen welke niet als eenheid ‘week’ hebben is identiek en als volgt: Hoofdcode tekstblok: - Verwijzing naar de overeenkomstige schaalbalk in CROW-publicatie 323. Toelichting: In de resultaatsbeschrijvingen wordt de term ‘KOR-schaalbalk’ gebruikt. Een definitie hiervan is gegeven in artikel 01.24.01 lid 01 sub h. - Situering in het werk en bijzonderheden volgens handleiding Toelichting: Standaard tekst bij elke RAW-resultaatsbeschrijving - Te onderhouden areaal - Verwijzing naar het bestekspostnummer voor de uit te voeren inspectie Deficode: Positie 1: Te verwachte hoeveelheid per keer of te verwachten frequentie, indien van toepassing in combinatie met de kostenbeïnvloedende factor. Toelichting: Afhankelijk van de termijn van herstel, kan de aannemer werkzaamheden ‘opsparen’ en gelijktijdig uitvoeren. Op basis van ervaringscijfers kan de bestekschrijver hier informatie geven omtrent de te verwachten inzet. Positie 2: Het kwaliteitsniveau Toelichting: Kwaliteitsniveau D is niet als mogelijke inhoud opgenomen. Kwaliteitsniveau D is slechts een referentieniveau dat dient als bovengrens voor kwaliteitsniveau C. Positie 3: Frequentie van de door de aannemer uit te voeren inspectie Positie 4: Door de bestekschrijver te geven beschrijving van de uit te voeren werkzaamheden bij overschrijding van het kwaliteitsniveau, tevens aan te geven of werkzaamheden vooraf toestemming van de directie behoeven. Positie 5: Termijn van uitvoering Positie 6: Indien van toepassing: vrijgekomen materialen
  • 17. 17 Belangrijkste verschillen tussen het voorlopige hoofdstuk 70 en de Standaard 2015Belangrijkste verschillen tussen het voorlopige hoofdstuk 70 en de Standaard 2015Belangrijkste verschillen tussen het voorlopige hoofdstuk 70 en de Standaard 2015Belangrijkste verschillen tussen het voorlopige hoofdstuk 70 en de Standaard 2015 01.24.01 lid 01 sub f. : definitie besteksmelding besteksmelding: een als zodanig benoemde melding van de directie aan de aannemer over het niet voldoen aan een uit het bestek voortvloeiende verplichting; Toelichting op artikel 01.24.01 lid 01 sub f: De tekst ‘een als zodanig’ is opgenomen, omdat de directie duidelijk moet aangeven dat het gaat om een besteksmelding en niet om ‘slechts’ een mededeling van onvoldoend werk. Dit onderscheid is noodzakelijk vanwege de mogelijke financiële gevolgen van een besteksmelding (zie 01.24.07). In de praktijk hecht een opdrachtgever doorgaans meer waarde aan een goede procesgang bij de aannemer, dan op herstel van onvoldoend werk. Veelal wordt slechts een situatie die gevaar voor de omgeving oplevert of storend is voor het beeld als besteksmelding aangemerkt. In de meeste gevallen blijkt de directie de aannemer wel aan te spreken op de kwaliteit, maar daarbij vooral verbetering van zijn werkproces of aanpassing van de frequentie van onderhoudsbeurten te bewerkstelligen. 01.24.02 lid 01: algemeen Het bestek vermeldt alle relevante informatie waarover de opdrachtgever beschikt ten behoeve van de uitvoering van de overeenkomst. Toelichting op artikel 01.24.02 lid 01: Van de opdrachtgever wordt verwacht dat hij alle relevante informatie vermeldt. De wijze waarop hij dit doet is vrij. Het gaat hierbij om het vermelden van gebiedsinventarisatie, ervaringscijfers, evenementen, marktdagen en dergelijke. De inschrijver dient hiermee een zo goed mogelijk beeld te krijgen van de te onderhouden gebieden en de gevolgen voor het uit te voeren onderhoud. De werkgroep acht een dergelijke bepaling noodzakelijk om daarmee de volledigheid van informatie te onderstrepen. 01.24.03: besteksposten die niet als eenheid ‘week’ hebben Toelichting: De term die hiervoor in het voorlopige hoofdstuk 70 werd gebruikt is ‘besteksposten met een na te streven kwaliteitsniveau’. Deze term wekt de suggestie van een inspanningsverplichting, waar RAW zich juist kenmerkt in resultaatsverplichtingen. Als een bestekspost niet de eenheid ‘week’ heeft, dan is de in het bestek vermelde hoeveelheid resultaatsverplichting een geschatte hoeveelheid die door de bestekschrijver doorgaans op basis van verwachting of ervaringscijfers wordt ingevuld. Een afwijking wordt verrekend als een afwijking van een hoeveelheid conform de UAV en de RAW. Het is daarom voor de opdrachtgever belangrijk deze hoeveelheid zo goed mogelijk in te schatten, dan wel ervoor te kiezen deze werkzaamheden te beschrijven in een RAW-raamovereenkomst. Voor de, door de aannemer, uit te voeren inspectie moet de bestekschrijver een afzonderlijk bestekspost opnemen. 01.24.04 lid 01: meetlocaties Het overzicht van de meetlocaties is in het bestek vermeld. Toelichting op artikel 01.24.04 lid 01: De meest toegepaste methode voor het vaststellen van de meetlocaties is de ‘rastermethode’. Het staat de opdrachtgever echter vrij een andere methode te kiezen. De meetlocaties worden in het bestek vermeld. Wijziging van meetlocaties wordt derhalve beschouwd als een bestekswijziging. 01.24.05: aanvang werk Toelichting op artikel 01.24.05: Het beoordelen van de bestaande situatie bij aanvang van het werk bestaat voor de aannemer uit 3 mogelijkheden: 1. Een globale steekproef van 10% van de meetlocaties, waarbij de aannemer binnen een geconstateerde overschrijding van het voorgeschreven kwaliteitsniveau < 10% geen aanspraak
  • 18. 18 kan maken op vergoeding van kosten voor herstel (risico aannemer) Herstel < 10% zal plaatsvinden tijdens de reguliere onderhoudswerkzaamheden. 2. Een periode van 4 weken na aanvang van het werk waarin de aannemer onvolkomenheden kan melden, ook buiten de steekproef om. Deze beoordeling kan door de aannemer zelf worden gedaan. In de huidige praktijk blijkt voornamelijk te gebeuren voor onderhoudsaspecten waarmee hogere kosten zijn gemoeid voor herstel (reparaties, vervanging) en nauwelijks voor regulier onderhoud (maaien, onkruid, zwerfafval e.d.). De werkgroep vindt het billijk dat dit achterstallig onderhoud kan worden gemeld en wordt vergoed, indien de aannemer zich hiertoe verbindt. 3. Voor onderwerpen die zich binnen 4 weken niet laten beoordelen (niet zichtbaar door weersomstandigheden of groeiomstandigheden) heeft de aannemer tot 8 maanden de tijd om aannemelijk te maken dat een onvolkomenheid ten tijde van de aanvang van het werk al aanwezig was. De periode van 8 maanden is gekozen vanwege het tussen opdrachtgevers sterk wisselende moment van ingaan van het contract. Een periode van 8 maanden bevat in elk geval één groeizame periode. 01.24.06 lid 01: benodigde bouwstoffen Met uitzondering van de in het bestek vermelde door de aannemer te leveren bouwstoffen, meldt de aannemer aan de directie welke bouwstoffen nodig zijn om aan het voorgeschreven kwaliteitsniveau te kunnen voldoen. Toelichting op artikel 01.24.06 lid 01: Uitgangspunt is dat de benodigde bouwstoffen door de opdrachtgever ter beschikking worden gesteld, aangezien bij inschrijving meestal moeilijk is in te schatten hoeveel bouwstof benodigd is om aan een het voorgeschreven kwaliteitsniveau te voldoen. Indien de opdrachtgever bepaalde bouwstoffen toch door de aannemer wil laten leveren als onderdeel van de resultaatsverplichting, dan moet hij deze bouwstoffen nadrukkelijk benoemen in het bestek. Hiervoor kan gebruik worden gemaakt van de tekst uit de RAW catalogus met bepalingen. 01.24.09: korting Toelichting op artikel 01.24.09: Een opdrachtgever is ‘gerechtigd’ om een korting op te leggen. Er is geen verplichting. In de praktijk werd door de opdrachtgever al veel gebruikt gemaakt van een ‘redelijkheidtoets’, waarin wordt beoordeeld of het niet voldoen aan het vereiste kwaliteitsniveau is veroorzaakt door omstandigheden die niet aan de aannemer zijn te wijten. In dat geval werd in veel gevallen al afgezien van het opleggen van de korting. Overzicht RAWOverzicht RAWOverzicht RAWOverzicht RAW----hoofdcodes en CROW Kwaliteitschoofdcodes en CROW Kwaliteitschoofdcodes en CROW Kwaliteitschoofdcodes en CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimteatalogus openbare ruimteatalogus openbare ruimteatalogus openbare ruimte Bij dit naslagwerk zijn 2 overzichten beschikbaar: - RAW-hoofdcodes > Schaalbalken kwaliteitscatalogus openbare ruimte Hierin staan per werkcategorie de opgenomen resultaatsbeschrijvingen en de naam van de bijbehorende schaalbalk in de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013. - Schaalbalken Kwaliteitscatalogus openbare ruimte > RAW-hoofdcodes Hierin staan de schaalbalken in de volgorde waarin ze zijn opgenomen in de CROW Kwaliteitscatalogus openbare ruimte 2013 en de hoofdcodes van de in de RAW opgenomen bijbehorende resultaatsbeschrijvingen.
  • 19. 19 18.118.118.118.1 Kleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerkenKleinschalige baggerwerken InleidingInleidingInleidingInleiding De aanleiding voor het ontwikkelen van een los van hoofdstuk 22 ‘Grondwerken’ staand onderdeel 18.1 ‘Kleinschalige baggerwerken’ is gelegen in het feit dat bij waterschappen en aannemers de inhoud van hoofdstuk 22 ‘Grondwerken’ niet volledig voorziet in de behoefte aan RAW-teksten voor baggerwerken. Daarbij is aangegeven dat er behoefte bestaat in een herkenbaar onderdeel ‘Baggerwerken’ binnen de RAW-systematiek. Een uitbreiding van hoofdstuk 18 met een onderdeel 18.2 voor volledige ondersteuning van ‘grootschalige baggerwerken’ behoort tot de mogelijkheden.. In het nieuwe deelhoofdstuk 18.1 ‘Kleinschalige baggerwerken’ zijn enige bepalingen een kopie van een bepaling uit hoofdstuk 22 ‘Grondwerken’. Om zoveel mogelijk aan te sluiten bij de bestaande bepalingen voor het werken met grond zijn bruikbare begrippen en bepalingen uit hoofdstuk 22 overgenomen. De beschrijving van een aantal bepalingen is aangepast aan het nieuwe deelhoofdstuk. Zo is het begrip „grond‟ waar mogelijk vervangen door ‘baggerspecie’. In plaats van in de praktijk vaak gebruikte begrippen zoals slib, vaste bodem, grond, sediment, modder en dergelijke is in dit deelhoofdstuk gekozen voor het begrip baggerspecie: ‘Materiaal dat uit de waterbodem wordt ontgraven’ (zie begripsbepaling in 18.11.01 lid 01). Hiermee wordt onder andere aangesloten bij de SIKB-richtlijn ‘Baggervolumebepalingen op basis van handmatige metingen’. Een aantal werkzaamheden die in het kader van baggerwerken vaak voorkomen, zijn door de werkgroep beschreven en ondergebracht in andere hoofdstukken binnen de systematiek. Het betreft hier: - het opsporen van kabels en leidingen in en nabij wateren (werkcategorie 01); - voorzieningen op het werkterrein (subwerkcategorie 61.01); - tijdelijke afrasteringen (subwerkcategorie 61.03); - het opnemen van de bestaande toestand van terreinen en objecten (subwerkcategorie 61.09); - het communiceren met derden (subwerkcategorie 61.09); - het verplaatsen van drijvende objecten (subwerkcategorie 61.09); - inventarisatie, registratie en het beschermen van flora en fauna (werkcategorie 64). Ontgraven van baggerspecieOntgraven van baggerspecieOntgraven van baggerspecieOntgraven van baggerspecie Voor het ontgraven van baggerspecie uit een watergang kan gebruik worden gemaakt van de onderstaande resultaatsbeschrijvingen. Toelichting op overige resultaatsbeschrijvingen voor het ontgraven van baggerspecie onder en in objecten wordt apart toegelicht. Ontgraven baggerspecieOntgraven baggerspecieOntgraven baggerspecieOntgraven baggerspecie (hoofdcode 18.11.01)(hoofdcode 18.11.01)(hoofdcode 18.11.01)(hoofdcode 18.11.01) (m3) Met name voor het opstellen van besteksposten voor het ontgraven van baggerspecie in (grotere)wateren (wateren die niet vallen onder hoofdcode 18.11.02); Ontgraven baggerspecie (hoofdcode 18.11.02)Ontgraven baggerspecie (hoofdcode 18.11.02)Ontgraven baggerspecie (hoofdcode 18.11.02)Ontgraven baggerspecie (hoofdcode 18.11.02) (m) Deze hoofdcode is met name bedoeld om gebruikt te worden bij het samenstellen van besteksposten voor het ontgraven van baggerspecie uit lintvormige wateren. Meting en verrekening vindt plaats in meters. Voorwaarden hierbij zijn: - de baggerspecie wordt op de kant verwerkt (door de eenheid ‘m’ kan het bij transport onduidelijk zijn om hoeveel m3 baggerspecie het gaat); - de kosten per meter water zijn overal gelijk (uitgangspunt RAW-systematiek), waarbij gedacht kan worden aan waterbreedte, hoeveelheid baggerspecie, bereikbaarheid e.d.);
  • 20. 20 - de hoeveelheid baggerspecie per strekkende meter watergang is beperkt (maximaal ca. 1 m3/m); Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03) (st) Deze hoofdcode is met name bedoeld voor het ‘meebaggeren’ van wateren die direct aansluiten op de (hoofd)wateren binnen een baggerwerkproject. Hiermee kan onder ander worden voorkomen, dat baggerspecie uit deze aangrenzende wateren in het reeds gebaggerde deel van een project instroomt. Ook eventuele baggerspecie die buiten het baggerprofiel terecht komt (door opstuwen bijvoorbeeld) kan met deze beschrijving worden ondervangen. Doel van de baggerwerkzaamhedenDoel van de baggerwerkzaamhedenDoel van de baggerwerkzaamhedenDoel van de baggerwerkzaamheden In het bestek zal eenduidig moeten worden aangegeven wat er uit de wateren ontgraven dient te worden. Het aan het bestek toevoegen van tekeningen met dwarsprofielen is daarbij essentieel. Naast de bestaande situatie kan op deze tekeningen bijvoorbeeld worden aangegeven, tot welk niveau er zal moeten worden ontgraven. In deze besteksposten kan hierover ook duidelijkheid worden gegeven. Bij het aangeven van dit doel, zal voornamelijk moeten worden gedacht aan: - het verwijderen van materiaal tot aan een theoretisch profiel, bijvoorbeeld de leggerhoogte (een hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel van ontgraving volgens artikel 18.17.04 van de Standaard is mogelijk); - het verwijderen van materiaal tot een diepte, waarop een bepaalde milieuhygiënische kwaliteit is bereikt (een hoeveelheidsbepaling aan de hand van meting in het werk volgens artikel 18.17.05 van de Standaard wordt sterk aangeraden). - het verwijderen van met een specifieke term aangeduid materiaal. Kostenbepalende factorenKostenbepalende factorenKostenbepalende factorenKostenbepalende factoren Bij het ontgraven van baggerspecie spelen veel factoren een kostenbepalende rol. Veel kostenbepalende factoren zijn lastig te beschrijven. Bij deze resultaatsbeschrijvingen is het uitgangspunt dat omgevingsfactoren, dwarsprofielen, gegevens over de bereikbaarheid, gegevens over obstakels en beperkingen op tekeningen zijn verwerkt. De bestekschrijver moet deze tekeningen aan het bestek toevoegen. Samenstelling van de baggerspecieSamenstelling van de baggerspecieSamenstelling van de baggerspecieSamenstelling van de baggerspecie De bestekschrijver moet bij elke bestekpost die is samengesteld met behulp van deze hoofdcodes de samenstelling van de baggerspecie vermelden. Ook kunnen deze gegevens in een bovenliggende bestekspost worden opgenomen (bestekspost met 1-4 cijfers). Aanvullend kan worden verwezen naar bijlagen, waarin bodemopbouw en samenstelling van de baggerspecie worden gespecificeerd. Als sprake is van verontreinigde baggerspecie zal een bestekspost voor het ontgraven van baggerspecie bijvoorbeeld kunnen worden gebundeld met een bestekspost die is opgesteld met behulp van hoofdcode 17.01.02 ‘Verontreinigingsaspecten en veiligheidsklassen, nat’ . De bestekschrijver wordt voor overige mogelijkheden en aandachtspunten bij verontreinigde grond en verontreinigd water verwezen naar de handleiding van hoofdstuk 17. Vrijgekomen baggerspecieVrijgekomen baggerspecieVrijgekomen baggerspecieVrijgekomen baggerspecie De bestekschrijver kan vermelden dat vrijgekomen baggerspecie moet worden vervoerd, waarbij wordt verwezen naar aparte besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Een bestekspost voor het ontgraven van baggerspecie is voor de eenduidigheid losgekoppeld van besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. VerwijderVerwijderVerwijderVerwijderen van baggerspecie uit sifons en duikersen van baggerspecie uit sifons en duikersen van baggerspecie uit sifons en duikersen van baggerspecie uit sifons en duikers De bestekschrijver moet voor het opnemen van deze werkzaamheden aparte besteksposten samenstellen met behulp van hoofdcode 18.11.04 of hoofdcode 18.11.05.
  • 21. 21 Ontgraven van baggerspecie onder objectenOntgraven van baggerspecie onder objectenOntgraven van baggerspecie onder objectenOntgraven van baggerspecie onder objecten De bestekschrijver kan het ontgraven van baggerspecie onder bruggen, viaducten, steigers en andere objecten met behulp van deze hoofdcodes in het bestek specificeren of met behulp van hoofdcode 18.11.06 in aparte besteksposten specificeren. Per project moet worden beoordeeld welke methode het meest geschikt is, gelet op: - de omvang (aantal) van deze obstakels; - de moeilijkheidsgraad; - kostenhomogeniteit (in het kader van betalen naar productie en het risico bij afwijkingen van de daadwerkelijke situatie ten opzichte van het bestek); - calculeerbaarheid; - eenduidigheid. Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03) (st)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03) (st)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03) (st)Ontgraven baggerspecie aangrenzende wateren (hoofdcode 18.11.03) (st) Inzake positie 1 Via deze deficode zal moeten worden verwijzen naar de bestekspost(en) waarin de ontgraving van de (hoofd-)wateren wordt beschreven. Inzake positie 4 Als de baggerspecie vervoerd moet worden, kan bijvoorbeeld worden verwezen naar een vervoers- post, waarin ook de baggerspecie van de (hoofd-)wateren wordt vervoerd. Verwijderen baggerspecie uit duiker (hoofdcode 18.11.04) (m)Verwijderen baggerspecie uit duiker (hoofdcode 18.11.04) (m)Verwijderen baggerspecie uit duiker (hoofdcode 18.11.04) (m)Verwijderen baggerspecie uit duiker (hoofdcode 18.11.04) (m) Bij deze beschrijving is zoveel mogelijk aangesloten bij werkcategorie 47 ‘Kleine kunstwerken en gemalen’. In die werkcategorie is een hoofdcode voor het reinigen van duikers opgenomen, waarin kostenbepalende factoren zijn vastgelegd in de posities en inhouden van de deficode. Hiervan is zo min mogelijk afgeweken, waarbij in de nieuwe beschrijvingen wel is aangesloten bij de teksten van hoofdstuk 18. Inzake positie 5 Voor de toelichting op de wijze van hoeveelheidsbepaling wordt verwezen naar de toelichting op paragraaf 18.17 van de Standaard RAW Bepalingen. Inzake positie 6 De bestekschrijver kan vermelden dat de vrijgekomen baggerspecie moet worden vervoerd, waarbij moet worden verwezen naar aparte besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Een bestekspost voor het verwijderen van baggerspecie is voor de eenduidigheid losgekoppeld van besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Verwijderen baggerspecie uit sifon (hoofdcode 18.11.05) (st)Verwijderen baggerspecie uit sifon (hoofdcode 18.11.05) (st)Verwijderen baggerspecie uit sifon (hoofdcode 18.11.05) (st)Verwijderen baggerspecie uit sifon (hoofdcode 18.11.05) (st) Bij deze beschrijving is zoveel mogelijk aangesloten bij werkcategorie 47 „Kleine kunstwerken en gemalen‟. In die werkcategorie is een hoofdcode voor het reinigen van zinkers opgenomen, waarin kostenbepalende factoren zijn vastgelegd in de posities en inhouden van de deficode. Hiervan is zo min mogelijk afgeweken, waarbij in de nieuwe beschrijvingen wel is aangesloten bij de teksten van hoofdstuk 18. Inzake positie 5 V oor de toelichting op de wijze van hoeveelheidsbepaling wordt verwezen naar de toelichting op paragraaf 18.17 van de Standaard RAW Bepalingen. Inzake positie 6 De bestekschrijver kan vermelden dat de vrijgekomen baggerspecie moet worden vervoerd, waarbij moet worden verwezen naar aparte besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Een bestekspost voor het verwijderen van baggerspecie is voor de eenduidigheid losgekoppeld van besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Ontgraven baggerspecie onder object (hoofdcode 18.11.06) (m3)Ontgraven baggerspecie onder object (hoofdcode 18.11.06) (m3)Ontgraven baggerspecie onder object (hoofdcode 18.11.06) (m3)Ontgraven baggerspecie onder object (hoofdcode 18.11.06) (m3) Deze hoofdcode kan worden gebruikt als in een bestekspost die is opgesteld met behulp van hoofdcode 18.11.01, 18.11.02 of 18.11.03 geen gegevens zijn vermeld over specifieke bruggen, steigers en soortgelijke objecten, waar baggerspecie moet worden ontgraven.
  • 22. 22 Met name kan deze hoofdcode worden gebruik vanwege de kostenhomogeniteit van besteksposten, Kostenhomogeniteit is een van uitgangspunten van de RAW-systematiek, waardoor het ontgraven van baggerwerk in geval van afwijkende hoeveelheden beter is te verrekenen. Inzake positie 6 De bestekschrijver kan vermelden dat de vrijgekomen baggerspecie moet worden vervoerd, waarbij moet worden verwezen naar aparte besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Een bestekspost voor het ontgraven van baggerspecie is voor de eenduidigheid losgekoppeld van besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie. Vervoeren van baggerspecieVervoeren van baggerspecieVervoeren van baggerspecieVervoeren van baggerspecie De opdrachtgever zal in de meeste baggerprojecten de bestemming van de vrijgekomen baggerspecie hebben bepaald. Met behulp van de beschrijving met de hoofdcode 18.11.21 is in het bestek het vervoeren van baggerspecie te regelen. Besteksposten voor het vervoeren van baggerspecie zijn voor de eenduidigheid losgekoppeld van besteksposten voor het ontgraven en het verwijderen van baggerspecie. In een bestekspost voor het vervoeren van baggerspecie moet altijd worden verwezen naar besteksposten voor het ontgraven of het verwijderen van baggerspecie. Op deze manier wordt de hoeveelheid ontgraven of verwijderde baggerspecie maar één keer gemeten en zal tijdens de uitvoering enkel moeten worden toegezien of de ontgraven of verwijderde baggerspecie inderdaad is vervoerd overeenkomstig de besteksposten die met behulp van deze hoofdcode zijn opgesteld. De begripsbepalingen en bijbehorende verplichtingen in de artikelen 18.11.03, 18.15.01 en 18.15.02 en de bepalingen in paragraaf 01.17 van de deze Standaard regelen het afgeven aan en het deponeren op de plaats van bestemming en de eventueel daarmee gemoeide kosten. MeetmethodenMeetmethodenMeetmethodenMeetmethoden Uitgangspunt bij meetwerkzaamheden in het kader van kleinschalige baggerwerken is, dat de opdrachtgever in het kader van de besteksvoorbereiding metingen heeft gedaan ter bepaling van de waterbodemprofielen. Deze meetgegevens zullen daarmee, in het kader van informatieoverdracht, eenduidigheid van het contract en calculeerbaarheid, opgenomen moeten worden in het bestek. De aannemer moet altijd in de gelegenheid worden gesteld, deze metingen te controleren. Hiervoor moet een resultaatsbeschrijving worden gebruikt, die met behulp van hoofdcode 18.15.01 is opgesteld („Betreft metingen ten behoeve van het controleren van de bij het bestek gevoegde metingen van het profiel van de waterbodem‟). Het ontbreken van een dergelijke resultaatsbeschrijving wordt niet als redelijk gezien. Derhalve is een zogenaamde vangnetbepaling opgenomen in artikel 18.17.01 lid 02 van de Standaard. Om eventuele latere discussies over de beginsituatie zoveel mogelijk te voorkomen, zijn de bepalingen onder artikel 18.17.01 van de Standaard zo ingericht, dat hierover schriftelijke overeenstemming is bereikt alvorens met de werkzaamheden wordt gestart. Indien de opdrachtgever (bijvoorbeeld bij het ontbreken van bruikbare metingen van de waterbodem) een volledige meting van de aannemer verlangt, kan hij hiervoor met behulp van hoofdcode 18.15.01 een bestekspost samenstellen. Aanvullend aan de bepalingen in paragraaf 18.07 van de Standaard zijn in artikel 18.13.05 bepalingen opgenomen in het kader van de informatie-uitwisseling en goedkeuring van meetgegevens. Ook zijn keuzebepalingen in de 'catalogus bepalingen' opgenomen. In het kader van metingen in het algemeen worden in de praktijk diverse termen gebruikt. Denk aan ‘inmeting’, ‘inpeiling’, ‘controlemeting’, „kwaliteitsmeting‟ etc. Deze termen lijken eenduidig maar worden vaak verschillend geïnterpreteerd. In het hoofdstuk baggerwerken worden deze termen daarom niet gebruikt en is gekozen voor het eenduidig beschrijven van:
  • 23. 23 - Het doel van de metingen: ten behoeve van het vastleggen van de bestaande of eindsituatie (met name bedoeld voor de hoeveelheidsbepaling en/of revisie) en controle van de bij het bestek gevoegde metingen van de waterbodem. - Het moment waarop de metingen plaats (moeten) vinden. Verwezen wordt naar de bepalingen in artikel 18.17.01 van de Standaard. - De intensiteit van de metingen (gegevens meetpunten etc. ) Verrichten metingen waterbodem (hoofdcodeVerrichten metingen waterbodem (hoofdcodeVerrichten metingen waterbodem (hoofdcodeVerrichten metingen waterbodem (hoofdcode 18.15.01) (EUR)18.15.01) (EUR)18.15.01) (EUR)18.15.01) (EUR) Met nadruk wordt aangegeven, dat de resultaatsbeschrijving geen invulling geeft aan metingen, bedoeld om na te gaan of aan de besteksverplichtingen wordt voldaan. Deze verplichtingen zijn in de UAV reeds geregeld, al dan niet aangevuld met bepalingen aangaande kwaliteitsborging. Overigens kan een bestekschrijver, naast het eisen van een meting na uitvoering van de werkzaamheden, ook via de resultaatsbeschrijving van hoofdcode 18.15.01 een tussentijdse meting van de aannemer verlangen of zelf zorgdragen voor een tussentijdse meting. Een aanvullende eis kan daarbij zijn, dat deze metingen worden uitgevoerd door een onafhankelijke partij. Let wel: in het bestek moet met behulp van deze hoofdcode altijd een bestekspost worden opgenomen voor een volledige meting van de waterbodem (vastleggen huidige situatie) of voor een meting ten behoeve van het controleren van de bij het bestek gevoegde meting van de waterbodem. Het ontbreken van één van deze posten zal leiden tot meer werk in de uitvoeringsfase, in dat kader wordt de bestekschrijver gewezen op artikel 18.17.01 lid 02 van de Standaard. Om de resultaatsverplichting voldoende calculeerbaar te maken voor inschrijvers, is het noodzakelijk dat de bestekschrijver voldoende gegevens opneemt over de meetmethode, meettechniek en meetintensiteit. Om die reden is ook het opnemen van een peilstrategie verplicht gesteld. HoeveelheidsbepalingHoeveelheidsbepalingHoeveelheidsbepalingHoeveelheidsbepaling De meet- en verrekenmethoden richten zich op het bepalen van de (te) ontgraven hoeveelheden baggerspecie. De bepaalde hoeveelheden worden vervolgens gebruikt in de resultaatsbeschrijvingen van vervoer (en eventueel acceptatie in geval de baggerspecie wordt afgevoerd naar een inrichting met een door het bevoegd gezag verleende omgevingsvergunning), verwerken en/of bewerken van de baggerspecie. In paragraaf 18.17 van de Standaard is geregeld op welke wijze de benodigde hoeveelheden worden bepaald. Deze paragraaf onderscheidt twee manieren voor de hoeveelheidsbepaling, waarnaar in de resultaatsbeschrijvingen wordt verwezen: - hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel; - hoeveelheidsbepaling aan de hand van meting in het werk. Beide manieren voor de hoeveelheidsbepaling gaan uit van metingen ter vastlegging van de bestaande situatie. Uitgangspunt zijn de bij het bestek gevoegde metingen (eventueel als onderdeel van een waterbodemonderzoek). Ook kunnen het metingen zijn, die door de aannemer moeten worden uitgevoerd bij aanvang van het werk (resultaatsbeschrijving 18.15.01). Een hoeveelheid baggerspecie wordt bepaald zoals beschreven in de artikelen 18.17.03 tot en met 18.17.05. Voor de exacte hoeveelheidsbepaling wordt verwezen naar de SIKB-richtlijn „Baggervolume-bepalingen op basis van handmatige metingen. De SIKB-richtlijn geeft op dat punt aan, dat de hoeveelheidsbepaling (bepaling baggervolume) bij voorkeur wordt berekend met behulp van CAD-software, specialistische software voor het bepalen van het baggervolume of GIS-software met behulp van een integraalfunctie. Als dit niet mogelijk is, dan geeft de SIKB-richtlijn duidelijke rekenmethoden voor metingen met dwars-raaien en van rastermetingen. 01 Als de ligging van de waterbodem handmatig is gemeten, is voor het bepalen van de hoeveelheid baggerspecie de SIKB-richtlijn ‘Baggervolumebepalingen op basis van handmatige metingen’, zoals deze drie maanden voor de dag van aanbesteding luidt, van toepassing.
  • 24. 24 Artikel 18.17.04 Hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel Als het bestek de ‘hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel’ vermeldt, dan wordt het verschil bepaald tussen de metingen van de bestaande situatie en de in het bestek vermelde ontgravingsprofielen (het theoretisch profiel). De daadwerkelijk ontgraven hoeveelheid kan afwijken van de in deze hoeveelheidsbepaling vastgestelde hoeveelheid. De theoretisch bepaalde hoeveelheid wordt afgerekend. Afwijkingen van het voorgeschreven baggerprofiel (zowel positief als negatief) zijn daarmee het risico van de aannemer. Deze werkwijze is bijvoorbeeld aan te bevelen als het te realiseren profiel ten opzichte van N.A.P. bekend is. 01 Indien het bestek ‘hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel’ voorschrijft, worden de hoeveelheden baggerspecie berekend aan de hand van het voorafgaand aan de baggerwerkzaamheden vastgelegde waterbodemprofiel en de in het bestek voorgeschreven afmetingen en hoogteliggingen. Artikel 18.17.05 Hoeveelheidsbepaling aan de hand van meting in het werk In het geval ‘hoeveelheidsbepaling aan de hand van meting in het werk’ is voorgeschreven, vinden na uitvoering van de baggerwerkzaamheden metingen plaats om het waterbodemprofiel vast te stellen. Het verschil tussen deze laatste metingen en de, voor aanvang van de werkzaamheden, vastgestelde waterbodem-profielen bepaalt de af te rekenen hoeveelheden ‘ontgraven baggerspecie . In tegenstelling tot de ‘hoeveelheidsbepaling met behulp van theoretisch profiel’ wordt hierbij de daadwerkelijk ontgraven baggerspecie verrekend. Echter, ontgravingen buiten het voorgeschreven ontgravingsprofiel (inclusief toegestane positieve en negatieve afwijkingen) komen niet voor verrekening in aanmerking (bij een te grote ontgraving bijvoorbeeld). Deze werkwijze moet worden gehanteerd als het te maken profiel ten opzichte van N.A.P. vooraf nog niet bekend is omdat dit afhangt van zaken, die tijdens de ontgraving pas exact kunnen worden bepaald. Overige werkzaamheden kleinschalige baggerwerkenOverige werkzaamheden kleinschalige baggerwerkenOverige werkzaamheden kleinschalige baggerwerkenOverige werkzaamheden kleinschalige baggerwerken Verwerken baggerspecie in depot (hoofdcode 18.12.01)Verwerken baggerspecie in depot (hoofdcode 18.12.01)Verwerken baggerspecie in depot (hoofdcode 18.12.01)Verwerken baggerspecie in depot (hoofdcode 18.12.01) Met behulp van deze resultaatsbeschrijving en eventuele aanvullende documenten, zoals tekeningen, vergunningen, enzovoort, is het verwerken van baggerspecie in een depot in een bestekspost te regelen. De opdrachtgever zal in de voorbereidingsfase goed moeten nagaan wat de mogelijkheden en beperkingen zijn voor de aannemer. Grotendeels zullen deze volgen uit de, door de opdrachtgever aan te vragen vergunningen. Voor het opstellen van een bestekspost voor het vervoeren van baggerspecie naar een depot moet hoofdcode 18.11.21 ‘Vervoeren baggerspecie’ worden gebruikt . Tot het vervoeren van baggerspecie behoort ook het deponeren van baggerspecie in (of naast) de uiteindelijke locatie (‘…in of naast het voorgeschreven profiel,…’). Zie hiervoor de begripsbepalingen en bijbehorende verplichtingen in de artikelen 18.11.03, 18.15.01 en 18.15.02 van de Standaard RAW Bepalingen. Het ontwateren van verwerkte baggerspecie moet met behulp van hoofdcode 18.12.11 in een aparte bestekspost worden opgenomen. Een baggerdepot kan een bestaand depot zijn of een door de aannemer aangelegd depot, beschreven via hoofdstuk 22 ‘Grondwerken’ en zo nodig ingericht en beheerd (beschreven met behulp van hoofdcode 18.14.01 en verder). Het begrip ‘verwerken van baggerspecie’ is beschreven in artikel 18.11.03. Het opnemen van een bestekspost voor het verwerken van baggerspecie in een depot is noodzakelijk om te regelen, dat de aannemer de baggerspecie op de juiste wijze verwerkt. Verwerken baggerspecieVerwerken baggerspecieVerwerken baggerspecieVerwerken baggerspecie in tubes van geotextiel (hoofdcode 18.12.02)in tubes van geotextiel (hoofdcode 18.12.02)in tubes van geotextiel (hoofdcode 18.12.02)in tubes van geotextiel (hoofdcode 18.12.02) In deze hoofdcode is bewust gekozen voor de term ‘tube van geotextiel’, teneinde het gebruik van de vaak gebruikte productnaam te vermijden, omdat in RAW-teksten geen merknamen worden vermeld. Het vervoeren van baggerspecie naar een locatie voor het verwerken van baggerspecie in tubes van geotextiel moet met behulp van hoofdcode 18.11.21 in aparte bestekspost(en) zijn geregeld. Tot het vervoeren van baggerspecie behoort ook het deponeren van baggerspecie in (of naast) de uiteindelijke locatie . Zie hiervoor de begrippen in de artikelen 18.11.03, 18.15.01 en 18.15.02 van de Standaard RAW Bepalingen.
  • 25. 25 Het ontwateren van baggerspecie in tubes van geotextiel moet eventueel met behulp van hoofdcode 18.12.11 in een aparte bestekspost zijn geregeld. Het begrip ‘verwerken van baggerspecie’ is beschreven in artikel 18.11.03 van de Standaard RAW Bepalingen. Het opnemen van een bestekspost voor het verwerken van baggerspecie in tubes van geotextiel is noodzakelijk om te regelen, dat de aannemer de baggerspecie op de juiste wijze verwerk. Ontwateren baggerspecie (hoofdcode 18.12.11) (m3)Ontwateren baggerspecie (hoofdcode 18.12.11) (m3)Ontwateren baggerspecie (hoofdcode 18.12.11) (m3)Ontwateren baggerspecie (hoofdcode 18.12.11) (m3) Het ontwateren van baggerspecie kan mechanisch geschieden (wat vaak gepaard gaat met het scheiden van de baggerspecie in deelstromen, zie hoofdcode 18.12.12) of kan nodig zijn bij of na het verwerken van baggerspecie in een depot (hoofdcode 18.12.01) of bij of na het verwerken van baggerspecie in tubes van geotextiel (hoofdcode 18.12.02). Bij het ontwateren van baggerspecie zal soms ook het scheiden van de baggerspecie noodzakelijk of gebruikelijk zijn. Hier kan worden verwezen naar een post voor het scheiden van de baggerspecie in deelstromen, die is opgesteld met behulp van hoofdcode 18.12.12. De volgorde van ontwateren en scheiden (of het gelijktijdig scheiden en ontwateren) kan hier worden vermeld. Scheiden baggerspecie in deelstromen (hoofdcode 18.12.12) (m3)Scheiden baggerspecie in deelstromen (hoofdcode 18.12.12) (m3)Scheiden baggerspecie in deelstromen (hoofdcode 18.12.12) (m3)Scheiden baggerspecie in deelstromen (hoofdcode 18.12.12) (m3) Meestal is het doel het scheiden van de zandfractie (63 µm - 2 mm) en puin, afval en bodemvreemde materialen uit de baggerspecie. Met het scheiden in fracties kan worden bereikt, dat een deel van de baggerspecie beschikbaar komt voor hergebruik, bijvoorbeeld de zandfractie. Het volume van de overblijvende, onbruikbare en te bergen baggerspecie wordt door het scheiden drastisch verminderd. De resultaatsbeschrijving is derhalve ook geschikt voor toepassing bij het verwerken van verontreinigde baggerspecie. Betaling vindt plaats op basis van de eenheid m3. Voor de hoeveelheidsbepaling moet worden verwezen naar een bestekspost en wordt gelijkgesteld aan de hoeveelheid in profiel van herkomst. Voor de verdere verwerking van de deelstromen moet worden verwezen naar besteksposten die zijn samengesteld met behulp van resultaatsbeschrijvingen uit hoofdstuk 22 (grondwerk). Voor alle duidelijkheid wordt opgemerkt dat bij het scheiden van baggerspecie in deelstromen de bij elkaar opgetelde hoeveelheden van de afzonderlijke deelstromen niet volledig gelijk hoeft te zijn aan de hoeveelheid van de in behandeling genomen baggerspecie. Als het scheiden van baggerspecie in deelstromen wordt gecombineerd met het ontwateren van de baggerspecie, wat bijvoorbeeld bij het mechanisch ontwateren van baggerspecie mogelijk is, dan kan in een bestekspost die is opgesteld met behulp van hoofdcode 18.12.11 worden verwezen naar een bestekspost die is opgesteld met behulp van deze hoofdcode . Verwijderen en vervoeren grove delen uit baggerspecie (hoofdcode 18.12.13 en 18.12.14)Verwijderen en vervoeren grove delen uit baggerspecie (hoofdcode 18.12.13 en 18.12.14)Verwijderen en vervoeren grove delen uit baggerspecie (hoofdcode 18.12.13 en 18.12.14)Verwijderen en vervoeren grove delen uit baggerspecie (hoofdcode 18.12.13 en 18.12.14) Bij kleinschalige baggerwerken krijgt men regelmatig te maken met grove delen, zoals puin, grof afval en dergelijke. In een bestekspost die is opgesteld met behulp van deze hoofdcode kan het verwijderen van grove delen uit baggerspecie aan de aannemer worden opgedragen. Scheiden van grove delen uit de baggerspecie is afhankelijk van verschillende uitgangspunten van het project en met name van de op basis daarvan gekozen werkwijze van de aannemer. Het scheiden kan onderdeel vormen van het baggerproces, maar kan ook na het verwerken in een depot of het verwerken op de kant worden uitgevoerd. Mede daarom is de eenheid voor het verwijderen van grove delen ‘EUR’ en is het afvoeren en het regelen van de betaling van acceptatiekosten met separate resultaatsbeschrijvingen mogelijk. Het afvoeren wordt afgerekend in tonnen, waardoor het risico van de hoeveelheid vrij te komen grove delen bij de opdrachtgever blijft. Een overschrijding of onderschrijding van de in het bestek genoemde hoeveelheid wordt verrekend. Acceptatiekosten liggen, via artikel 01.17.06, bij de opdrachtgever omdat over het algemeen de hoedanigheid van de vrijkomende grove delen onbekend is. Deze kosten kunnen wel via een stelpost in het bestek worden opgenomen. Als niet bekend is welke grove delen aanwezig zijn in de baggerspecie, kan in het bestek worden volstaan met een enkele beschrijving voor het verwijderen van grove delen. Het afvoeren (en de acceptatiekosten) kunnen dan met verschillende resultaatsverplichtingen (eenheid ton) worden beschreven met hoofdcode 18.12.14.
  • 26. 26 OOOOverslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18.13.01 t/m hoofdcode 18.13.32)verslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18.13.01 t/m hoofdcode 18.13.32)verslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18.13.01 t/m hoofdcode 18.13.32)verslaglocaties baggerspecie (hoofdcode 18.13.01 t/m hoofdcode 18.13.32) Nagenoeg bij alle kleinschalige baggerwerken is het overslaan van baggerspecie aan de orde. In de RAW-systematiek is het gebruikelijk, dat voor hulpwerken ‘van betekenis’ of voor hulpwerken die ‘aanzienlijke kosten met zich meebrengen’ aparte resultaatsverplichtingen (besteksposten) in het bestek op te nemen. Dit kan worden gedaan met behulp van deze hoofdcode. In het kader van de mogelijkheid om in elke termijn de aannemer te kunnen ‘betalen naar productie’ wordt onderscheid gemaakt in resultaatsbeschrijvingen voor: - Een enkele resultaatsbeschrijving ‘Toepassen van …’ - Afzonderlijke resultaatsbeschrijvingen voor ‘Aanbrengen van …’, ‘Instandhouden van …’ en ‘Verwijderen van …’ Let bij het gebruik van de verschillende resultaatsbeschrijvingen op het volgende: - Als de gevraagde werkzaamheden langer duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken),dan zal gebruik gemaakt moeten worden van afzonderlijke resultaatsverplichtingen voor het aanbrengen, instandhouden/inrichten en verwijderen van maatregelen. Bij gebruik van een resultaatsverplichting ‘toepassen’ kan tijdens de uitvoeringsfase niet worden voldaan aan het uitgangspunt ‘betalen naar productie’. Zijn de werkzaamheden bij het verschijnen van een termijn nog niet gereed, kan de aannemer niet zonder meer (een gedeelte van het) geld declareren. Verwezen wordt naar artikel 01.01.08 lid 01 van de Standaard). - Als de gevraagde werkzaamheden korter duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken) kan gebruik gemaakt worden van zowel „toepassen‟ als ook de combinatie van resultaatsbeschrijvingen voor ‘aanbrengen’, ‘instandhouden/inrichten’ en ’verwijderen’. - Voor baggerwerkzaamheden is het begrip ‘toepassen’ gedefinieerd in artikel 18.011.08 van de Standaard. De resultaatsbeschrijvingen geven daarnaast de mogelijkheid om: - Het aantal maatregelen te laten bepalen door de aannemer. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘EUR’ moet worden gebruikt. Dit zal in de meeste gevallen het beste aansluiten op de praktijk en de risicoverdeling, zoals die in de UAV 2012 is geregeld. - Het aantal maatregelen als opdrachtgever voor te schrijven. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘st’ en ‘dag’ moet worden gebruikt. Deze resultaatsbeschrijvingen moeten alleen worden gebruikt als de resultaatsbeschrijvingen met de eenheid ‘EUR’ niet mogelijk of niet logisch zijn. Afwijking van het gevraagde aantal maatregelen wordt in de meeste gevallen verrekend. - Bij het gebruik van de resultaatsbeschrijving ‘instandhouden/inrichten’ kan gekozen worden voor een niet verrekenbare eenheid ‘EUR’ of een verrekenbare eenheid ‘dag’. De gevolgen voor deze keuze in het kader van het uitgangspunt ‘betalen naar productie’ dient hier in acht te worden genomen (zie hiervoor). De resultaatsbeschrijvingen voor overslaglocaties geven de mogelijkheid om specifieke doelen aan te geven (voorzieningen al dan niet ter keuze aan de aannemer): - Voorzieningen ter voorkoming van schade aan de ondergrond; - Voorzieningen voor de opvang van gemorste baggerspecie; Voorzieningen in het kader van de veiligheid van derden De bestekschrijver kan ervoor kiezen, om alle maatregelen door de aannemer te laten kiezen. De bestekspost is dan alleen bedoeld om de kosten, die een aannemer wil maken voor deze maatregelen, inzichtelijk te krijgen. Ook kan een bestekschrijver aangeven welke voorzieningen de aannemer minimaal moet treffen. De kosten van deze voorzieningen worden bij inschrijving inzichtelijk. Overige kosten die de aannemer op dat gebied moet maken in het kader van het project dienen wel in de aannemingssom te zitten, maar zijn elders in de onderbouwing van de aannemingssom verwerkt (bijvoorbeeld in de uitvoeringskosten). In het kader van ‘voorzieningen veiligheid derden’ is in de resultaatsbeschrijvingen de optie ‘ter keuze aannemer’ weggelaten, omdat de veiligheid via de UAV een algemene verplichting is van de aannemende partij.
  • 27. 27 Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.Baggerdepots (hoofdcode 18.14.01 t/m hoofdcode 18.14.04)14.01 t/m hoofdcode 18.14.04)14.01 t/m hoofdcode 18.14.04)14.01 t/m hoofdcode 18.14.04) Bij veel baggerprojecten zal de opdrachtgever een eindbestemming voor de vrijgekomen baggerspecie hebben bepaald. De aannemer zal dan alleen de vervoerder zijn en eventueel worden gevraagd de baggerspecie ook te verwerken in een bestaand depot. In enkele gevallen zal aan de aannemer van het baggerwerk ook gevraagd worden een baggerdepot aan te leggen. Hiervoor kunnen de resultaatsbeschrijvingen uit andere hoofdstukken worden gebruikt (met name hoofdstuk 22). Met deze resultaatsbeschrijvingen en aanvullende documenten (tekeningen, vergunningen, enzovoort) is het mogelijk het inrichten, beheren en verwijderen van voorzieningen van een baggerdepot te beschrijven. De opdrachtgever zal in de voorbereidingsfase goed moeten nagaan wat de mogelijkheden en beperkingen zijn voor de aannemer. Grotendeels volgen deze uit de door de opdrachtgever aangevraagde vergunningen. Maatregelen ter voorkoming vertroebeling (hoofdcode 18.16.01 t/m 18.16.31)Maatregelen ter voorkoming vertroebeling (hoofdcode 18.16.01 t/m 18.16.31)Maatregelen ter voorkoming vertroebeling (hoofdcode 18.16.01 t/m 18.16.31)Maatregelen ter voorkoming vertroebeling (hoofdcode 18.16.01 t/m 18.16.31) In het kader van de mogelijkheid om in elke termijn de aannemer te kunnen ‘betalen naar productie’ wordt onderscheid gemaakt in resultaatsbeschrijvingen voor: - Een enkele resultaatsbeschrijving ‘Toepassen van …’ - Afzonderlijke resultaatsbeschrijvingen voor ‘Aanbrengen van …’, ‘Instandhouden van …’ en ‘Verwijderen van …’ Let bij het gebruik van de verschillende resultaatsbeschrijvingen op het volgende: - Als de gevraagde werkzaamheden langer duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken) zal gebruik gemaakt moeten worden van afzonderlijke resultaatsverplichtingen voor het aanbrengen, instandhouden/inrichten en verwijderen van maatregelen. Bij gebruik van een resultaatsverplichting ‘toepassen’ kan tijdens de uitvoeringsfase niet worden voldaan aan het uitgangspunt ‘betalen naar productie’. Zijn de werkzaamheden bij het verschijnen van een termijn nog niet gereed, kan de aannemer niet zonder meer (een gedeelte van het) geld declareren. Verwezen wordt naar artikel 01.01.08 lid 01 van de Standaard. - Als de gevraagde werkzaamheden korter duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken) kan gebruik gemaakt worden van zowel ‘toepassen’ als ook de combinatie van resultaatsbeschrijvingen voor ‘aanbrengen’, ‘instandhouden/inrichten’ en ‘verwijderen’. - Voor baggerwerkzaamheden is het begrip ‘toepassen’ gedefinieerd in artikel 18.011.08 van de Standaard. De resultaatsbeschrijvingen geven daarnaast de mogelijkheid om: - Het aantal maatregelen te laten bepalen door de aannemer. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘EUR’ moet worden gebruikt. Dit zal in de meeste gevallen het beste aansluiten op de praktijk en de risicoverdeling, zoals die in de UAV 2012 is geregeld. - Het aantal maatregelen als opdrachtgever voor te schrijven. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘st’ en ‘dag’ moet worden gebruikt. Deze resultaatsbeschrijvingen moeten alleen worden gebruikt als de resultaatsbeschrijvingen met als eenheid ‘EUR’ niet mogelijk of niet logisch zijn. Afwijking van het gevraagde aantal maatregelen zal in de meeste gevallen worden verrekend. - Bij het gebruik van de resultaatsbeschrijving ‘instandhouden/inrichten’ kan gekozen worden voor een niet verrekenbare eenheid ‘EUR’ of een verrekenbare eenheid ‘dag’. De gevolgen voor deze keuze in het kader van het uitgangspunt ‘betalen naar productie’ dient hier in acht te worden genomen (zie hiervoor). Onder eventuele maatregelen ter voorkoming van vertroebeling vallen met name het gebruik van slibschermen en bellenschermen. In beginsel zal de keuze hiervoor bij de aannemer liggen en zal door de bestekschrijver met name moeten worden beschreven wat de minimale eisen zijn aan de mate van vertroebeling. Deze minimale eisen zijn essentieel voor de uitvoering en de controle door de directie of wordt voldaan aan de besteksverplichtingen. Gedacht kan worden aan de mate van verspreiding van zwevende deeltjes, hoeveelheid zwevende deeltjes en dichtheid.
  • 28. 28 Wateren ontdoen van drijvende plantenresten (dag) en afvoeren plantenresten (ton)Wateren ontdoen van drijvende plantenresten (dag) en afvoeren plantenresten (ton)Wateren ontdoen van drijvende plantenresten (dag) en afvoeren plantenresten (ton)Wateren ontdoen van drijvende plantenresten (dag) en afvoeren plantenresten (ton) (hoofdcode 18.16.41 en 18.16.42)(hoofdcode 18.16.41 en 18.16.42)(hoofdcode 18.16.41 en 18.16.42)(hoofdcode 18.16.41 en 18.16.42) Het ontdoen van de wateren binnen een baggerproject van rietwortels en overige drijvende plantenresten kan geregeld worden via deze hoofdcode. Verrekening vindt plaats op basis van het de tijd, die een aannemer daadwerkelijk kwijt is met het verwijderen van plantenresten. In de praktijk gaat het meestal om plantenresten, die zich verzameld hebben bij een gemaal of in een bepaald stuk van een water. Derhalve is in deficode, positie 2 aangegeven dat zowel het moment als de locatie van verwijdering op aangeven van de directie zal gebeuren. De locatie waar de plantenresten verwijderd moeten worden is in principe nog onbekend. Deze onzekerheid zou in het kader van de calculatie van de aannemer een probleem kunnen vormen. De bestekschrijver dient zich hiervan terdege bewust moeten zijn en eventueel bekende plaatsen waar plantenresten zich verzamelen in het bestek moeten aangeven. Ook kan een bestekschrijver gegevens opnemen over bereikbaarheid en andere omgevingsaspecten. De eventuele kosten voor het afvoeren en afgeven aan een inrichting zullen via een aparte bestekspost moeten worden verrekend. De af te voeren hoeveelheid is tenslotte niet in te schatten). Het afvoeren kan worden omschreven met behulp van hoofdcode 18.16.42. Aan baggerwerken gerelateerde werkzaamhedenAan baggerwerken gerelateerde werkzaamhedenAan baggerwerken gerelateerde werkzaamhedenAan baggerwerken gerelateerde werkzaamheden Voorzieningen werkterrein (hoofdcode 61.01.21 t/m 61.01.28)Voorzieningen werkterrein (hoofdcode 61.01.21 t/m 61.01.28)Voorzieningen werkterrein (hoofdcode 61.01.21 t/m 61.01.28)Voorzieningen werkterrein (hoofdcode 61.01.21 t/m 61.01.28) In de RAW-systematiek geldt als uitgangspunt, dat voor hulpwerken ‘van betekenis’ of voor hulp- werken die ‘aanzienlijke kosten met zich meebrengen’ aparte resultaatsverplichtingen (besteksposten) in het bestek worden opgenomen. In de praktijk blijkt, dat de bestaande resultaatsbeschrijvingen in hoofdstuk 62 voor rijplaten en schotten onvoldoende zijn voor het op de juiste manier beschrijven van deze hulpwerken. Met name het ontbreken van een aantal kostenbepalende gegevens en duidelijkheid over verplichtingen (en beperkingen) bij deze hulpwerken zorgen voor veel discussie in de uitvoeringsfase. In beginsel dient de keuze voor de voorzieningen bij de aannemer te worden gelaten. Zo blijft de uitvoeringsvrijheid van de aannemer zo groot mogelijk en wordt toch een kostenpost in het bestek beschikbaar gemaakt. Het betreft met name de volgende vrijheden: - totale lengte van de voorziening(en); - type van de voorzieningen (rijplaten, schotten en dergelijke) (positie 5); - de maximale breedte van de toe te passen voorzieningen. (positie 4). De opdrachtgever kan hierbij ook de keuze maken om deze vrijheden geheel of gedeeltelijk weg te nemen en bepaalde onderdelen specifiek voor te schrijven. Bijvoorbeeld door een maximaal beschikbare werkbreedte te noemen ter voorkoming van schade aan een dijklichaam. Ook het benoemen van extra voorgeschreven voorzieningen op specifieke locaties kan hier worden aangeven. Te denken valt hier bijvoorbeeld aan bochten, voorzieningen op of bij kwetsbare constructies e.d. Het wegnemen van uitvoeringsvrijheid zal met name van belang worden bij voorzieningen die niet alleen door de aannemer worden gebruikt maar (mede) beschikbaar moeten zijn voor derden. Let wel: De opdrachtgever is daarmee wel verantwoordelijk voor de door hem voorgeschreven constructies (UAV paragraaf 5 lid 2). Ook zijn een aantal essentiële, kostenbepalende factoren in de beschrijving opgenomen, waarbij de bestekschrijver een duidelijke keuze zal moeten maken. Het betreft de volgende factoren: - het doel van de voorzieningen: bereikbaarheid bijvoorbeeld(positie 1); - voor welke werkzaamheden de voorzieningen zijn bedoeld: in het kader van werkzaamheden of ten behoeve van derden (positie 2) (het benoemen van de periode van instandhouding is niet noodzakelijk bij voorzieningen in het kader van werkzaamheden binnen het project. De aannemer heeft hier meestal de keuze als het gaat om tijdstip en duur van de werkzaamheden); - gebruikers van de voorzieningen (positie 3). Uitvoeringsvrijheid in het kader van het aantal voorzieningen kan aanvullend worden geregeld via de keuze voor het gebruik van de eenheid ‘EUR’. Bij de keuze voor het benoemen van het aantal voorzieningen (eenheid ‘st’) zal de opdrachtgever de keuze hebben gemaakt voor bijvoorbeeld de locatie(s) van de specifieke voorzieningen. Bij de
  • 29. 29 keuze voor de eenheid ‘EUR’ worden aantallen voorzieningen als keuzevrijheid bij de aannemer gelegd. In het kader van de mogelijkheid om in elke termijn de aannemer te kunnen „betalen naar productie‟ wordt onderscheid gemaakt in resultaatsbeschrijvingen voor: - Een enkele resultaatsbeschrijving ‘Toepassen van …’ - Afzonderlijke resultaatsbeschrijvingen voor ‘Aanbrengen van …’, ‘Instandhouden van …’ en ‘Verwijderen van …’ Let bij het gebruik van de verschillende resultaatsbeschrijvingen op het volgende: - Als de gevraagde werkzaamheden langer duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken) zal gebruik gemaakt moeten worden van afzonderlijke resultaatsverplichtingen voor het aanbrengen, instandhouden/inrichten en verwijderen van maatregelen. Bij gebruik van een resultaatsverplichting ‘toepassen’ kan tijdens de uitvoeringsfase niet worden voldaan aan het uitgangspunt ‘betalen naar productie’. Zijn de werkzaamheden bij het verschijnen van een termijn nog niet gereed, kan de aannemer niet zonder meer (een gedeelte van het) geld declareren. Verwezen wordt naar artikel 01.01.08 lid 01 van de Standaard). - Als de gevraagde werkzaamheden korter duren dan de duur van een betalingstermijn (standaard vier weken) kan gebruik gemaakt worden van zowel ‘toepassen’ als ook de combinatie van resultaatsbeschrijvingen voor ‘aanbrengen’ ‘instandhouden/inrichten’ en ‘verwijderen’. - Het begrip ‘toepassen’ is in diverse hoofdstukken van de Standaard specifiek gedefinieerd (bijvoorbeeld in hoofdstuk 18, 42, 61, 62,…). De resultaatsbeschrijvingen geven daarnaast de mogelijkheid om: - Het aantal maatregelen te laten bepalen door de aannemer. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘EUR’ moet worden gebruikt. Dit zal in de meeste gevallen het beste aansluiten op de praktijk en de risicoverdeling, zoals die in de UAV 2012 is geregeld. - Het aantal maatregelen als opdrachtgever voor te schrijven. De resultaatsbeschrijving(en) met de eenheid ‘st’ en ‘dag’ moet worden gebruikt. Deze resultaatsbeschrijvingen moeten alleen worden gebruikt als de resultaatsbeschrijvingen met als eenheid ‘EUR’ niet mogelijk of niet logisch zijn. Afwijking van het gevraagde aantal maatregelen zal in de meeste gevallen worden verrekend. - Bij het gebruik van de resultaatsbeschrijving ‘instandhouden/inrichten’ kan gekozen worden voor een niet verrekenbare eenheid ‘EUR’ of een verrekenbare eenheid ‘dag’. De gevolgen voor deze keuze in het kader van het uitgangspunt ‘betalen naar productie’ dient hier in acht te worden genomen (zie hiervoor). Tijdelijke afrasteringen (hoofdcode 61.03.31 t/m hoofdcode 61.03.37)Tijdelijke afrasteringen (hoofdcode 61.03.31 t/m hoofdcode 61.03.37)Tijdelijke afrasteringen (hoofdcode 61.03.31 t/m hoofdcode 61.03.37)Tijdelijke afrasteringen (hoofdcode 61.03.31 t/m hoofdcode 61.03.37) De bestaande hoofdcodes 61.03.01 t/m 61.03.22 geven geen mogelijkheid voor het omschrijven van tijdelijke (niet-vee-kerende) afrasteringen. De nieuwe resultaatsbeschrijvingen geven de mogelijkheid om tijdelijke afrasteringen (als hulp- werk) in het bestek te beschrijven. In het kader van de mogelijkheid om in elke termijn de aannemer te kunnen „betalen naar productie‟ wordt onderscheid gemaakt in resultaatsbeschrijvingen voor: - ‘Toepassen van…’, te gebruiken voor maatregelen die korter dan vier weken nodig zijn. - Een bundeling van ‘Aanbrengen van…’, ‘Instandhouden van…’ en ‘Verwijderen van…’, voor maatregelen die langer dan vier weken nodig zijn. Opnemen bestaande toestand terreinen en objecten (hoofdcode 61.08.01) (EUR)Opnemen bestaande toestand terreinen en objecten (hoofdcode 61.08.01) (EUR)Opnemen bestaande toestand terreinen en objecten (hoofdcode 61.08.01) (EUR)Opnemen bestaande toestand terreinen en objecten (hoofdcode 61.08.01) (EUR) Bij werken spelen omgevingsfactoren vaak een grote rol. Niet alleen bij de keuze voor de uitvoeringsmethode en bereikbaarheid, maar ook als het gaat om schades en het voorkomen daarvan. Met name moet worden gedacht aan schades aan eigendommen van de opdrachtgever maar ook aan eigendommen van derden (aanwonenden). Bijvoorbeeld: - bruggen, steigers en dergelijke; - oeverbescherming; - terreinen en verhardingen. - begroeiing (onder andere in het kader van faunawetgeving)

Related Documents