­
1
2
3
4
5
Natuur in de grote stad
Het KNNV-jaarthema van 2014 is ’Natuur in je omgeving’. Natura belicht de komende
numm...
een hangmatje ertussen.” Sinds de brug
is gebouwd zijn er geen eekhoorns meer
doodgereden, en buurtbewoners hebben
eekhoor...
of 2

Natura_1_2014_lr_Amsterdam_thema ecologische verbindingen_artikel Natuur in de grote stad

Published on: Mar 3, 2016
Source: www.slideshare.net


Transcripts - Natura_1_2014_lr_Amsterdam_thema ecologische verbindingen_artikel Natuur in de grote stad

  • 1. ­ 1 2 3 4 5 Natuur in de grote stad Het KNNV-jaarthema van 2014 is ’Natuur in je omgeving’. Natura belicht de komende nummers een aantal steden en dorpen, waar veel is gebeurd voor de natuur in de stad. We beginnen met Amsterdam. Amsterdam heeft een bijzondere ruimtelijke structuur. Een stad aan het water, het IJ, met vingers van groen, de scheggen, die diep het stedelijke weefsel binnendringen. Vanuit het westen (de Bretten, Spaarndam), het zuiden (Amstelland, Amsterdamse Bos), het oosten (de Diemer-scheg met Amsterdam- Rijn­kanaal, Diemerpark/Flevopark) en het ­noorden (Noorderpark-Waterland) is de stad zo verbonden met het ommeland. Stadsecoloog Geert Timmermans van de Dienst Ruimtelijke Ordening licht toe: “De stad is natuurlijk in eerste instantie een mensenbiotoop. Toch komen er in stede­ lijke gebieden heel veel soorten dieren en planten voor. In Amsterdam leven bijvoor­ beeld wel 10.000 verschillende diersoorten. Op de website van de gemeente1 kun je via ­interactieve kaarten bekijken waar de bio­ diversiteit hoog is, en hoe de ecologische structuur van de stad er uitziet. Die hebben we helemaal in kaart gebracht.” In Amsterdam leven diersoorten die op grond van de Europese of Nederlandse wet­ geving zijn beschermd. Alle vleermuizen, de rugstreeppad en de Noordse woelmuis zijn Europees beschermd. Geert: “De speciale ondersoort van de Noordse woelmuis komt alleen in Nederland voor, het is onze panda­ beer. Ook broedvogels als gierzwaluw, boom­ valk en slechtvalk zijn beschermde soorten, evenals de ringslang, de rugstreeppad en de rivierdonderpad (een visje). We zetten ons natuurlijk ook in voor de meer alge­ mene soorten, maar de beschermde soorten hebben een streepje voor.” Ecologische verbindingszone Net als de mens gebruiken dieren in de stad allerlei routes om zich te verplaatsen, bij­ voorbeeld om voedsel te zoeken, of om een partner te vinden. Dieren kunnen zich langs ecologische zones in de stad verplaatsen, maar in de stad is de kans op een barrière wel veel groter dan in de vrije natuur. Het gevaar van barrières is dat er geïsoleerde popula­ ties ontstaan die minder levensvatbaar zijn. Voor de biodiversiteit is dat een slechte zaak. Geert: “In het ecologische structuurplan zijn zo’n 180 knelpunten opgenomen die we voor 2020 willen hebben weggewerkt.” Onlangs is één zo’n knelpunt opgelost langs de Diemerzeedijk via de nieuwe ecologische verbindingszone Bovendiep, vlakbij IJburg (zie kaart). Het project is uitgevoerd samen met Provincie Noord-Holland, Natuurmonu­ menten en stadsdeel Amsterdam-Oost. Voor de Diemerzeedijk zijn kleine rieteilandjes aangelegd. Tussen de dijk en de eilandjes is een ondiepte ontstaan. Tussen de stort­ stenen rond de eilandjes ontstaan geschikte biotopen voor de rivierdonderpad. Ook voor de winde, de rietvoorn en de snoek zijn het aantrekkelijke biotopen; ze kunnen daar in de ondiepte paaien. Water- en rietvogels zullen er zeker ook van profiteren evenals de ringslang en meervleermuis. De eilandjes en ondiepten vormen een laatste schakel in de ecologische verbindingszone langs de oevers van de IJsselmeerdijk tussen het Gooi en Waterland. Tunnels, bruggen en opstapjes Ook is een kleine tunnel onder het wegdek van de Diemerzeedijk aangelegd. Geert: “Er werden hier veel ringslangen doodgereden, maar nu kruipen ze via de tunnel onder de weg door van IJburg naar de Amsterdam- Rijnkanaal zone (de ARK-zone.) en vice versa. Via sporenonderzoek weten we dat ook verschillende kleine zoogdieren van de tunnel gebruik maken.” Een ander probleem is de beschoeiing van het Amsterdam-Rijnkanaal. Die is zo steil en hoog dat dieren de kant niet op kunnen klim­ men. Regelmatig verdrinken daardoor reeën en andere dieren als ze het kanaal willen oversteken. Op een aantal plekken is daarom een fauna-uittreedplaats (FUP) gemaakt, zodat de dieren het water kunnen verlaten. Geert: “Er worden veel minder verdronken dieren gevonden, dus we nemen aan dat de dieren deze FUPs weten te vinden.” Uniek zijn de eekhoornbruggen in ­stadsdeel Zuid. Geert: “Zowel in het Amstelpark als in het Amsterdamse Bos leven veel ­eekhoorns, en die willen elkaar ontmoeten om te paren. Maar er liggen een aantal drukke, brede wegen tussen beide parken. Om die te over­ bruggen hebben we hangbruggen tussen de bomen gemaakt, van drie touwen met Tekst Goos van der Sijde Beeld Goos van der Sijde en Geert Timmermans / DRO Amsterdam. Overzicht met de plannen voor faunapassages in en rond Amsterdam. Groen en donkergroen geven resp. de hoofdgroen- structuur en ecologische structuur aan. Vijf typen faunapassages komen aan bod. 1: vooroever met ­rieteilandjes, van de Ecologische Verbindingszone (EVZ) Bovendiep; 2: faunapassages onder het wegdek van de Diemerzeedijk; 3: een fauna- uittreedplaats (FUP) in de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal; 4: faunapassages (eekhoornbruggen); 5: vispassage bij gemaal Amerikahaven bij Halfweg. 16 Natura_nr1.indd 16 07-03-14 10:22
  • 2. een hangmatje ertussen.” Sinds de brug is gebouwd zijn er geen eekhoorns meer doodgereden, en buurtbewoners hebben eekhoorns op de brug gezien. “Maar ik heb graag het ultieme bewijs, een foto”, vertelt Geert enthousiast.” Daarom is er een prijs­ vraag uitgeschreven: degene die de eerste foto maakt van een eekhoorn op de brug, mag een dag met mij meelopen!” Vispassage Heel trots is Geert Timmermans op de vispassage die in 2013 is gemaakt bij het gemaal in de Amerikahaven ter hoogte van Halfweg. “We gaan actief op zoek naar part­ ners om projecten te realiseren, want het zijn vaak dure aanpassingen. Amsterdam heeft niet het geld om alles zelf te bekosti­ gen. Bij deze vispassage waren Rijkswater­ staat en het Hoogheemraadschap Rijnland de ­uitvoerders.” Uiteraard wordt ook beke­ ken of de oplossingen in de praktijk werken. Geert: “Op een avond eind mei 2013 zagen we dat de glasaal massaal gebruikmaakt van de vispassage. We berekenden dat zeker een kwartmiljoen glasaaltjes tussen april en sep­ tember langs het gemaal zwemmen. Visjes die zesduizend kilometer hier vandaan in de Sargasso-zee zijn geboren en na een zwem­ tocht van twee jaar Nederland bereiken, en nu eindelijk via de vispassage in zoet water verder op kunnen groeien. Toen ik al die glasaaltjes zag, werd ik er bijna emotioneel van.” Volg Geert Timmermans op Twitter: @Stadsecoloog020 Literatuur 1. http://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije- tijd/groen-natuur/ecologie/biodiversiteit/ 2. Het Grote Groenonderzoek Het Grote Groenonderzoek dat in Amsterdam werd gehouden in 1996, 2008, 2013 omvat een enquête onder het publiek en laat de waarde van het groen zien voor de bewo- ners en voor de stad. Het groen wordt niet alleen gezien als recreatieve maar ook als een belangrijke economische factor. http://www.amsterdam.nl/toerisme-vrije- tijd/groen-natuur/nieuws/groennieuws/ groen-dichtbij-huis/ De rivierdonderpad is een van de soorten die profiteert van de EVZ. Aanleg van eilandjes voor de Ecologische Verbindingszone langs de Diemerzeedijk. Stadsnatuur op de agenda In Amsterdam zorgde de publicatie van het boek ‘Haring in ’t IJ’ (1991, auteurs Martin Melchers en Geert Timmermans) ervoor dat ‘natuur in de stad’ op de agenda kwam. Het boek opende de ogen van publiek, media, beleidsmakers en bestuurders. Daarnaast bleek uit onderzoek en publieksenquêtes (het Grote Groen Onderzoek2 ) dat investeren in groen loont: het vergroot de aantrekkingskracht van de stad om er te wonen en te werken. Het Bureau Stadsecologie werd opgericht, maar aanvankelijk keken planologen en landschapsarchitecten toch wat vreemd aan tegen hun nieuwe collega’s. Planologen en biologen stonden in visie en uitwerking vaak lijnrecht tegenover elkaar. Dat veranderde rond het jaar 2000 toen stadsecologen met planolo- gen en landschapsarchitecten gingen samenwerken in het ‘planteam ruimte’ binnen de Dienst Ruimtelijke Ordening. Planologen en landschapsarchitecten profiteerden van de kennis van eco- logen, en andersom. Achtereenvolgende bestuurders hebben groen en ecologie een belangrijke plek op de agenda gegeven. Een resultaat van deze samenwerking is de in 2011 door de gemeenteraad vastgestelde Structuurvisie 2040 van de stad Amsterdam. Daarin spelen biodiversiteit en de ecologische structuur voor het eerst een wezenlijke rol. De ecologische structuur is planologisch vastgelegd, knelpunten zijn geïnventariseerd en er zijn plannen gemaakt om ze op te lossen. Dat biodiver- siteit nu een plek heeft gekregen in het belangrijkste ruimtelijke beleidsdocument van de stad, tekent de mentaliteitsverandering die in de afgelopen jaren heeft plaatsgevonden. Een faunauittreedplaats maakt het voor dieren mogelijk de oever van het Amsterdam-Rijnkanaal op te komen. De ringslangtunnel onder de weg wordt ook door kleine zoogdieren en amfibieën gebruikt. Een panorama van de Ecologische Verbindingszone (EVZ) Bovendiep aan de oostzijde van Amsterdam. Linksboven zie je IJburg en een stuk van de rond- weg, in het midden camping Zeeburg, onderaan de Amsterdamse brug en rechts het Amsterdam-Rijnkanaal. De gele eilandjes met riet zijn nieuw gemaakt. Ze vormen een soort voor­ oever met ondieptes en zijn interessant voor allerlei diersoorten. Ze maken de ecologische verbinding tussen Gooi en Waterland compleet. 2014 jaargang 111 Natura nr. 1 17 Natura_nr1.indd 17 07-03-14 10:22

Related Documents