Hola espero que ayude el material que tengo este son paginas que recomendaronlas chicas cuando yo estaba estudiando.Debajo...
3. ¿Qué país está al Este de Holanda? 3. Alemania4. Welk land is groter, Nederland of Marokko? 4. Marokko4. ¿Qué país es m...
22. Wat is typisch Nederlands in het verkeer? 22. fietsen22. ¿Qué es algo típico en el trafico en Holanda? 22. bicicletas2...
39. Hoe heet de kroonprins? 39. Willem-Alexander39. ¿Cómo se llama el príncipe heredero? 39. Willem-Alexander40. Is Nederl...
55. Heeft Nederland veel televisiekanalen of is er één staatstelevisie? 55. veelkanalen55. ¿Tiene Holanda muchas cadenas d...
71. Wie is verantwoordelijk voor wat kinderen doen: de school of de ouders? 71. deouders71. Quién es responsable por lo qu...
85. Wie betaalt uw verzekering tegen ziektekosten: de gemeente of uw partner?85. mijn partner85. ¿Quién paga el segu...
uitzendbureau? 97. bij een uitzendbureau97. ¿Dónde puede registrarse si usted busca trabajo, en una escuela o en unaagenci...
When you buy something, what do you say, please or thank you? - please.Als je honderd(100) jaar bent, ben je dan jong? - n...
Does a man have a beard? - yes.Heeft een mens vijf(5) handen of twee(2) handen? - twee(2).Does a human have five(5) or two...
What do you call the son of your uncle? - nephew.Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? - school.What do you ca...
In which month is christmas? - december.Is de basisschool voor volwassenen? - nee.Is primary school for adults? - no.Is de...
Is a child age eight(8) mature? - no.Is een kip een man of een vrouw? - vrouw.Is a chicken a male or a female? - female.Is...
Is a mom a profession - no.Is oktober een seizoen of een maand? - maand.Is oktober a season or a month? - month.Is oma een...
Can a plane fly? - yes.Kan iemand die blind is, zien? - nee.Can anyone who is blind, see? - no.Kan ik met een bril kijken?...
Noem een werkdag. - maandag, dinsdag, woensdagDonderdag, vrijdag.Name a workday. - monday, tuesday, wednesdaythursday, fri...
Where does a train ride, on a railway or a road? - railway.Waar snij je brood mee? - mes.What do you use to cut bread? - k...
What do you do with scissors? - cutting.Wat doe je met een weegschaal? - wegen.What do you do with a balance? - weigh.Wat ...
Wat is groter, een boom of een plant? - boom.What is bigger, a tree or a plant? - tree.Wat is groter, een koe of een kip? ...
Wat wordt er op vijf(5) december gevierd? - sinterklaas.What is celebrated on five(5) december? - sinterklaas.Welk dier le...
Zijn schoenen om te lopen of om te drinken? - lopen.Are shoes for walking or for drinking? - walking.Zijn wielen rond of v...
Are you big when your little? - no.Bijna, is dat helemaal? - nee.Almost, is that completely - no.Doe je een pet op je hoof...
Heeft een auto een stuur? - ja.Does a car have a steering-wheel - yes.Heeft een huis een huiskamer? - ja.Does a house have...
Hoe smaakt suiker? - zoet.How does sugar taste? - sweet.Hoeveel centimeter is een meter? - honderd(100).How many centimetr...
Is the sun round or square? - round.Is een appel een groente of een fruit? - fruit.Is an apple a vegetable or a fruit? - f...
Is a cow a human or an animal? - animal.Is een kopje om te drinken of om te eten? - drinken.Is a cup to drink from or to e...
Is oma een mens of een dier? - mens.Is grandma a human or an animal? - human.Is Parijs een stad of een land? - stad.Is Par...
Kan ik met een bril kijken? - ja.Can i see with glasses? - yes.Kapot, is dat heel of stuk? - stuk.Broken, is that intact o...
Legt een haan een ei? - nee.Does a rooster lay and egg? - no.Mijn ouders hebben elf(11) kinderen, hebben wij een klein gez...
Waar woont de koningin? - paleis.Where does the queen live? - palace.Wanneer is de lunch? - ’s middags.When is lunch? - af...
Wat doe je met je mond? - praten.What do you do with your mouth? - talk.Wat doe je met speelgoed? - spelen.What do you do ...
Wat is groter, een koe of een kip? - een koe.What is bigger, a cow or a chicken? - a cow.Wat is groter een muis of een kon...
Welk dier legt eieren? - kip.Which animal lays eggs? - chicken.Welk getal komt na negentien(19)? - twintig(20).Which numbe...
Are shoes for walking or for drinking? - walking.Zijn wielen rond of vierkant? - rond.Are wheels round or square? - round....
Zwak – SterkZuur – ZoetToekomst - VerledenMin - Plus DroogMannelijk - VrouwelijkRuw - GladKlein - GrootOpa - OmaOmhoog - O...
. 7 laatste eerste ultimo primero. 8 donker licht oscuro claro. 9...
. 63 levend dood vivo muerto. 64 omhoog omlaag arriba ...
. 120 helder troebel claro turbio. 121 hierna hiervoor despues antes....
. 175 niets alles nada todo. 176 winter zomer invierno ve...
. 231 zee aarde mar tierra. 232 snelweg voetpad autopista vere...
5. Een 20-jarige inwoner uit Tiel is woensdagnacht gearresteerd na een inbrak ineenwoning.Debewonerhoordeeenhardeklap,gevo...
Language Exam - exampleBasic Civic Integration Examination Abroad – writtenDit gesprek kost circa 1,30 per gesprek plus de...
Deel C - Nazeggen U hoort weer zinnen, zeg elke zin weer precies na. Bijvoorbeeld,een stem zegt: Dat is een mooi verhaal e...
AnswersDeel B - Is een auto om in te rijden of om te koken ? o Om in te rijden. - Wat kun je doen met een mes...
algunas largas otras cortas pero pilas es muy rápido hay que tratar de responder okAntónimos bueno chicas esta parte hay q...
ASi lo escuchas en la maquina Language Exam - exampleBasic Civic Integration Examination Abroad – written Di...
Deel E - verhalen navertellen U hoort korte verhalen. U moet het verhaalnavertellen. U krijgt daarvoor 30 seconden. Vertel...
Naar nederland-ejerciocio de las 1ras partes del examen
of 48

Naar nederland-ejerciocio de las 1ras partes del examen

Published on: Mar 3, 2016
Source: www.slideshare.net


Transcripts - Naar nederland-ejerciocio de las 1ras partes del examen

  • 1. Hola espero que ayude el material que tengo este son paginas que recomendaronlas chicas cuando yo estaba estudiando.Debajo están las 100 preguntas y respuestas en holandés-español, preguntas yrespuestas, antonimos, y aquí debajo algunas paginitas para estudiar online,aunque algunas estarán desactualizadashttp://www.taalthuis.com/course/index.htmhttp://www.aprenderholandes.nl/www.nvexamens.nl/audio/inburgeringstoets2.mp3http://www.sayitindutch.com/downloads/exam/oefenexamennederlands2-text.pdfhttp://www.inburgeringshulp.com/homesp.htmlwww.nvexamens.nl/audio/inburgeringstoets2.mp3dutchgrammar.comuitzendinggemist.nllearndutch.orghttp://www.buitenlandsepartner.nl/forum/PIMSLEUR DUTCHhttp://es.neerlandes.org/aprender_neerlandes_en_internetbuitenlandsepartner.nlMARUTEQUILA@CANTV.NETwww.taalklas.nlhttp://www.allekanalen.nl/http://home.planet.nl/~swar0085/ OJOhttp://www.nt2examen.nl/aprendaelholandes.htmhttp://www.dutchgrammar.com/ (todo gramática)http://www.taalklas.nl/ (videos-gramatica)http://www.interglot.com/ (diccionario)http://www.acapela-group.com/text-to-speech-interactive-demo.html (ahi puedesescribir y escuchar como suena)http://www.nt2taalmenu.nl/ (practicas)Ahora si piensas estudiar para el examen tienes que comprar el paquete en:http://www.naarnederland.nlEXAMEN DE INTEGRACIONAquí encontraras ejercicios de cómo puede ser el examen de laprimera parte no hay mucho por que es repetir una frase asi que poreso hay paginas donde te ayudan con la pronunciación en los linkanteriores, suerte. 1) REPETIR UNA FRASE 2) PREGUNTA CORTAIn welk deel van de wereld ligt Nederland? 1. Europa.1. ¿En qué lugar del mundo está Holanda? 1. Europa2. Welk land ligt ten zuiden van Nederland? 2. België2. ¿Qué país está al sur de Holanda? 2. Belgica3. Welk land ligt ten oosten van Nederland? 3. Duitsland
  • 2. 3. ¿Qué país está al Este de Holanda? 3. Alemania4. Welk land is groter, Nederland of Marokko? 4. Marokko4. ¿Qué país es más grande, Holanda o Marruecos? 4. Marruecos5. Welk land is kleiner, Nederland of Turkije? 5. Nederland5. ¿Qué país es más pequeño, Holanda o Turquía? 5. Holanda6. Wat betekent Nederland? 6. laag land6. ¿Qué significa ´Nederland´? 6. país bajo7. Kijk naar de foto, wat is dit? 7. een dijk7. Mira la foto, ¿qué es eso? 7. un dique8. Wat gebeurt er als er geen dijken zijn? 8. staat Nederland onder water8. ¿Qué sucedrá si no hubieran diques? 8. Holanda estará baja agua9. Noem een grote stad in de Randstad? 9. Utrecht9. ¿Nombra una ciudad grande en ´de Randstad´? 9. Utrecht10. In Nederland wonen daar veel mensen of weinig mensen? 10. veel mensen10. ¿En Holanda vive mucha o poca gente? 10. mucha gente11. Wat is de hoofdstad van Nederland? 11. Amsterdam11. ¿Cúal es la capital de Holanda? 11. Amsterdam12. In welke stad zit de regering? 12. in Den Haag12. ¿En qué ciudad está el gobierno? 12. en La Haya13. Waar woont de koningin? 13. in Den Haag13. ¿Dónde vive la reina? 13. en La Haya14. Waar ligt de grootste zeehaven? 14. bij Rotterdam14. ¿Dónde está el puerto más grande? 14. cerca de Rotterdam15. Hoe heet de nationale luchthaven? 15. Schiphol15. ¿Cómo se llama el aeropuerto nacional? 15. Schiphol16. Waar ligt Schiphol? 16. bij Amsterdam16. ¿Dónde está Schiphol? 16. cerca de Amsterdam17. Wie helpt u als u in Nederland aankomt? 17. mijn partner17. ¿Quién le ayudará cúando usted llega en Holanda? 17. mi pareja18. Is Nederland vaak nat of droog? 18. nat18. ¿Es Holanda seco o humedo? 18. humedo19. Als u naar Nederland komt, moet u dan opnieuw uw rijbewijs halen? 19. ja19. ¿Cúano usted llegue a Holanda, necesitará obterner su licencia de conducir denuevo? 19. sí20. In Nederland, zijn de wegen daar rustig of druk? 20. druk20. ¿En Holanda, las carretaras son vacías o ocupadas? 20. ocupadas21. In Nederland, zijn er veel fietsen of weinig fietsen? 21. veel21. ¿En Holanda, hay muchas o pocas bicicletas? 21. muchas
  • 3. 22. Wat is typisch Nederlands in het verkeer? 22. fietsen22. ¿Qué es algo típico en el trafico en Holanda? 22. bicicletas23. Leven Nederlanders veel binnen of buiten? 23. binnen23. ¿Los Holandeses viven mucho dentro o afuera? 23. dentro24. Wie ziet u op het plaatje? 24. Willem van Oranje24. ¿Quién es en el dibujo? 24. Willem van Oranje25. Was de koning van Spanje protestant of katholiek? 25. katholiek25. ¿El rey de España era protestante o católico? 25. católico.26. Hoe lang duurde de oorlog met Spanje? 26. tachtig jaar26. ¿Qúanto tiempo duró la guerra con España? 26. ochenta años27. Hoe lang bestaat de Nederlandse staat ongeveer, vijftig jaar of vierhonderdjaar? 27. vierhonderd jaar27. ¿Desde cúando existe el estado de Holanda aproximadamente, cincuenta años ocuatrocientos años? 27. cuatrocientos años28. Waren de VOC schepen voor de visvangst of voor de handel? 28. handel28. ¿Los barcos del VOC eran para la pesca o para negocios? 28. negocios29. Wie schilderde dit schilderij? 29. Rembrandt van Rijn29. ¿Quién pintó este cuadro? (foto del Nachtwacht) 29. Rembrandt van Rijn30. Is er in Nederland scheiding van kerk en staat? 30. ja30. ¿En Holanda hay separación entre iglesia y estado? 30. sí31. Door welk land is Nederland bezet tijdens de Tweede Wereldoorlog? 31.Duitsland31. ¿Qué país ocupó Holanda durante la segunda guerra mundial? 31. Alemania32. Welke grote stad is in 1940 gebombardeerd? 32. Rotterdam32. ¿Qué ciudad grande fue bombardeada en 1940? 32. Rotterdam33. Waarom is Anne Frank beroemd? 33. ze schreef een dagboek33. ¿Por qué es famosa Anna Frank? 33. escribió un diario34. Welke kolonie van Nederland wordt onafhankelijk vlak na de TweedeWereldoorlog? 34. Indonesië34. ¿Qué colonia de Holanda obtuvo su independencia muy pronto despúes de lasegunda guerra mundial? 34. Indonesia35. Uit welk land kwamen veel gastarbeiders, uit Turkije of uit Engeland? 35.Turkije35. ¿De qúe país vinieron muchos trabajadores extranjeros, de Turquía o deInglaterra? 35. Turquía36. Welke kolonie van Nederland wordt in 1975 onafhankelijk? 36. Suriname36. ¿Qué colonia de Holanda obtuvo su independencia en 1975? 36. Suriname37. Wie zijn dit? (foto) 37. prinses Maxima en prins Willem-Alexander37. ¿Quiénes son? (foto) 37. Princesa Maxima y principe Willem-Alexander38. Uit welk land komt prinses Maxima? 38. Argentinië38. ¿De qúe país es la princesa Maxima? 38. Argentina
  • 4. 39. Hoe heet de kroonprins? 39. Willem-Alexander39. ¿Cómo se llama el príncipe heredero? 39. Willem-Alexander40. Is Nederland een democratie? 40. ja40. ¿Es Holanda demócrata? 40. sí41. In welke stad zit het parlement? 41. Den Haag41. ¿En qúe ciudad está el parlamento? 41. La Haya42. Wat is de belangrijkste wet in Nederland? 42. grondwet42. ¿Cúal es la ley más importante en Holanda? 42. la constitución43. Wie is de voorzitter van de raad van ministers, de minister president of dekoningin? 43. minister president43. ¿Quién es el presidente del consejo de ministros, el primer ministro o la reina?43. primer ministro44. Wie vergaderen in deze zaal? 44. de Tweede Kamer44. ¿Quiénes se reúnen en esta sala? 44. El Congreso45. Hoe vaak zijn er verkiezingen, elke vier jaar of elke zes jaar? 45. vier jaar45. ¿Cúantas veces hay elecciones, cada cuatro años o cada seis años? 45. cuatroaños46. Hoe oud moet u zijn om te mogen stemmen? 46. achttien jaar46. ¿Qúe edad tiene que tener para votar? 46. dieciocho47. Heeft Nederland één politieke partij of meer politieke partijen? 47. meerpolitieke partijen47. ¿Tiene Holanda uno partido politico o más que uno? 47. más que uno48. Wat is de functie van deze man? (foto) 48. burgemeester48. ¿Cúal es la función de este hombre? (foto) 48. alcalde49. Is discriminatie strafbaar of toegestaan? 49. strafbaar49. ¿La discriminación es sancionada o permitida? 49. sancionada50. Hebben vrouwen méér rechten dan mannen of dezelfde rechten? 50. dezelfderechten50. ¿Tienen más derechos las mujeres qúe los hombres o los mismos derechos? 50.mismos derechos51. Mogen vrouwen in Nederland zelf kiezen met wie ze willen trouwen? 51. ja51. ¿Las mujeres en Holanda pueden escoger por si mismas con quién casarse? 51.sí52. Is het discrimineren van homoseksuelen strafbaar of toegestaan? 52. strafbaar52. ¿La discriminación de los homosexuales es sancionada o permitida? 52.sancionada53. Heeft Nederland één staatsgodsdienst of zijn er veel godsdiensten? 53. veelgodsdiensten53. ¿Tiene Holanda una religión de estado o hay muchas religiones? 53. muchasreligiones54. Zijn de kranten, radio en televisie vrij in hun mening? 54. ja54. ¿Los periódicos, la radio y la televisión son libre en su opinión? 54. sí
  • 5. 55. Heeft Nederland veel televisiekanalen of is er één staatstelevisie? 55. veelkanalen55. ¿Tiene Holanda muchas cadenas de televisión o hay una cadena de estado? 55.muchas cadenas56. Is homoseksualiteit toegestaan of strafbaar? 56. toegestaan56. ¿La homosexualidad es permitida o sancionada? 56. permitida57. Is wapenbezit zonder vergunning toegestaan of strafbaar? 57. strafbaar57. ¿La tenencia de armas sin licencia es permitida o sancionada? 57. sancionada58. Is vrouwenbesnijdenis toegestaan of strafbaar? 58. strafbaar58. ¿La circuncisión de mujeres es permitida o sancionada? 58. sancionada59. Is slaan van vrouwen toegestaan of strafbaar? 59. strafbaar59. ¿Pegarle a las mujeres es permitido o sancionado? 59. sancionado60. Hebben alle mensen in Nederland hetzelfde geloof? 60. nee60. ¿En Holanda tienen todos la misma creéncia/religión? 60. no61. Welke taal spreken de mensen in Nederland? 61. Nederlands61. ¿Qué idioma hablan en Holanda? 61. Holandés62. Is het belangrijk om snel Nederlands te leren? 62. ja62. ¿Es importante aprender el Holandés rápido? 62. sí63. Wat leert u in de Nederlandse taalles? 63. Nederlands63. ¿Qué aprende usted en la clase de idioma de Holandés? 63. Holandés64. Moet u voor een taalcursus betalen of is het gratis? 64. betalen64. ¿Tiene que pagar para recibir clases / un curso de idioma o es gratuito? 64.pagar65. Wie betaalt de taalcursus, de school of uzelf? 65. ikzelf65. ¿Quién paga la clase de idioma, la escuela o usted? 65. yo66. Gaan in Nederland alleen kinderen naar school of ook volwassenen? 66. ookvolwassenen66. ¿En Holanda, van a la escuela solo los niños o los adultos también? 66. adultostambién67. Worden verjaardagen in Nederland gevierd? 67. ja67. ¿Celebran los cumpleaños en Holanda? 67. sí68. Als u bij iemand op bezoek gaat, maakt u dan meestal een afspraak of loopt uzomaar naar binnen? 68. ik maak een afspraak68. ¿Si usted va a visitar a alguién, hace una cita o entre así como así? 68. hagouna cita69. Opas en omas wonen die bij hun kinderen of wonen ze apart? 69. apart69. ¿Los abuelos viven con sus niños o viven aparte? 69. aparte70. Waarom is het goed om met kinderen naar de Nederlandse televisie te kijken?70. om Nederlands te leren70. ¿Por qué es bueno ver la televisión Holandesa con los niños? 70. para aprenderHolandés
  • 6. 71. Wie is verantwoordelijk voor wat kinderen doen: de school of de ouders? 71. deouders71. Quién es responsable por lo que hacen los niños: la escuela o los padres? 71.los padres72. Hoe oud zijn de meeste kinderen als ze naar school gaan? 72. vier jaar72. ¿Qué edad tiene la majoria de los niños cúando van a la escuela? 72. cuatroaños73. Vanaf welke leeftijd is onderwijs verplicht? 73. vanaf vijf jaar73. ¿Desde qué edad es obligatoria la educación? 73. desde cinco74. Tot welke leeftijd is onderwijs verplicht? 74. tot achttien jaar74. ¿Hasta qué edad es obligatoria la educación? 74. hasta dieciocho75. Leren kinderen als ze spelen? 75. ja75. ¿Aprenden los niños cúando están jugando? 75. sí76. Wie kiest de school voor het kind: de ouders of de gemeente? 76. de ouders76. ¿Quién escoge la escuela para el niño: los padres o el municipio? 76. los padres77. Zijn er op school aparte klassen voor jongens en voor meisjes of zitten zesamen in één klas? 77. samen in één klas77. ¿En la escuela hay clases apartes para los niños y las niñas o están en la clasejuntos? 77.juntos78. Dragen kinderen op school een uniform? 78. nee78. ¿Llevan uniformes los niños a la escuela? 78. no79. Wat doet de jongen achter de computer, leren of spelen? (foto) 79. leren79. ¿Que está haciendo el niño en la computadora, está aprendiendo or jugando?(foto) 79. aprendiendo80. Voortgezet onderwijs is dat voor kinderen vanaf vier jaar of vanaf twaalf jaar?80. vanaf twaalf jaar80. ¿Educación continua es para los niños desde cuatro años o doce años? 80.desde doce años81. Gaan alle kinderen vanaf twaalf jaar naar hetzelfde soort onderwijs, of zijn ertwee richtingen? 81. tweerichtingen81. ¿Van a la misma clase de educación todos los niños desde los doce años o haydos direcciones? 81. dos direcciones82. Tot welke leeftijd moeten kinderen naar school? 82. tot achttien jaar82. ¿Hasta qué edad tienen que estar en la escuela los niños? 82. hasta dieciocho83. Vanaf welke leeftijd mogen jongeren hun eigen keuzes maken? 83. vanafachttien jaar83. ¿Desde qué edad pueden tomar sus propias deciciones los niños? 83. desdedieciocho84. Uzelf verzekeren tegen ziektekosten, is dat verplicht of vrij? 84. verplicht84. ¿Tener un seguro para gastos de enfermedad, es obligatorio o libre? 84.obligatorio
  • 7. 85. Wie betaalt uw verzekering tegen ziektekosten: de gemeente of uw partner?85. mijn partner85. ¿Quién paga el seguro para gastos de enfermedad, el municipio o su pareja?85. mi pareja86. Als u ziek wordt, waar gaat u dan naar toe? Naar de huisarts of naar hetziekenhuis? 86. naar de huisarts86. ¿Si usted se enferma, adónde va? Al médico de cabecera o al hospital? 86. almédico de cabecera87. Waar haalt men medicijnen op recept? Bij de drogist of bij de apotheek? 87. bijde apotheek87. ¿Dónde consigue usted medicina con receta? En la droguería o en la farmacia ?87. en la farmacia88. In noodgevallen, waar gaat u dan naar toe, naar het ziekenhuis of naar dedrogist? 88. naar het ziekenhuis88. ¿En caso de urgencia, adónde va? Al hospital o a la droguería? 88. al hospital89. Waar werken de meeste specialisten? 89. in het ziekenhuis89. ¿Dónde trabaja la major parte de los especialistas? 89. en el hospital90. Voor wie is het consultatiebureau, voor grote kinderen of voor kleine kinderen?90. voor kleine kinderen90. ¿Para quién es el consultorio, para niños grandes o niños pequeños? 90. niñospequeños91. Wie werken er in Nederland, alleen mannen of mannen én vrouwen? 91.mannen en vrouwen91. ¿Quiénes trabajan en Holanda, solo los hombres o hombres y mujeres? 91.hombres y mujeres92. Wanneer moet u werk gaan zoeken, zo snel mogelijk of later? 92. zo snelmogelijk92. ¿Cúando tiene que encontrar trabajo, lo más antes posible o después? 92. lomás antes posible93. Waar is steeds minder werk te vinden: in de industrie of in de zorg? 93. in deindustrie93. ¿Dónde se encuentra menos y menos trabajo: en la industria o en loshospitales? 93. en la industria94. Waar is veel werk te vinden: in de landbouw of in de zorg? 94. in de zorg94. ¿Dónde se encuentra mucho trabajo: en la agricultura o en los hospitales? 94.en los hospitales95. Wat is makkelijker te vinden: werk in de beveiliging of in de landbouw? 95. inde beveiliging95. ¿Qué se encuentra más facilmente: trabajo en seguridad o en la agricultura?95. en seguridad (de edificios etc.)96. Hoe vindt u gemakkelijker werk, via familie of via de krant? 96. via familie96. ¿Cómo encuentra usted trabajo más facilmente, a través de la familia o através del periódico? 96. a través de la familia97. Waar kunt u zich inschrijven als u werk zoekt, bij een school of bij een
  • 8. uitzendbureau? 97. bij een uitzendbureau97. ¿Dónde puede registrarse si usted busca trabajo, en una escuela o en unaagencia de colocaciones? 97. en una agencia de colocaciones98. Geeft men elkaar bij dit gesprek eerst een hand of gaat men direct zitten? 98.eerst een hand geven98. ¿En una conversación, primero se da la mano el uno al otro o se sientan de unavez? 98. primero dar la mano99. Krijgt u in Nederland een uitkering of moet uw partner voor u zorgen? 99. mijnpartner99. ¿Usted recibirá una prestación en Holanda o tiene que cuidar de usted supareja? 99. mi pareja100. Is het leven in Nederland duur of goedkoop? 100. duur100. ¿La vida en Holanda es barata o cara? 100. CaraAchmed is korter dan Ali, wie is er langer? - Ali.Achmed is shorter then Ali, who is taller? - Ali.Als een vliegtuig vliegt, is dat dan snel of langzaam? - snel.When a plane is flying, is that then fast or slow? - fast.Als iets duur is, moet je dan veel of weinig geld betalen? - veel.When something is expensive, do you have to pay a lot or a little? - a lot.Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk? - makkelijk.When something is simple, is it then easy or difficult? - easy.Als iets gemakkelijk is, is het dan makkelijk of moeilijk? - makkelijk.When something is simple, is it then easy or difficult? - easy.Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? - moeilijk.When something is complicated, is that easy or difficult? - difficult.Als iets kookt, is het dan heet of koud? - heet.When something boils, is it then hot or cold? - hot.Als iets mag, is het dan toegestaan of verboden? - toegestaan.When something is allowed, is it then permitted or unlawful - permitted.Als ik blind ben, kan ik dan niet zien of niet horen? - niet zien.If i’m blind am i then not able to see or able to hear? - not able to see.Als ik boos ben, ga ik dan lachen? - nee.When i’m angry, am i going to laugh? - no.Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij? - nee.When i’m sad, am i then happy? - no.Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? - weinig.When your pour, do you have a lot or not a lot of money? - not a lot.Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? - veel.When you have a large family, do you have many or a few children? - many.Als je iets koopt, wat zeg je dan, alsjeblieft of dank je wel? - alsjeblieft.
  • 9. When you buy something, what do you say, please or thank you? - please.Als je honderd(100) jaar bent, ben je dan jong? - nee.When your a hundred(100) years old, are you young then? - no.Ben je gezond of ziek als je griep hebt? - ziek.Are healthy or sick when you have the flu? - sick.Ben je groot als je klein bent? - nee.Are you big when your little? - no.Bijna, is dat helemaal? - nee.Almost, is that completely - no.Doe je een pet op je hoofd? - ja.Do you put a ca pon your head? - yes.Doe je het licht aan of uit als het donker is? - aan.Do you turn the light on or out when it’s dark? - on.Doe je sokken aan je handen? - nee.Do you put socks on your hands? - no.Een auto is kapot, is dat heel of stuk? - stuk.A car is broken, is that undamaged or damaged? - damaged.Een half uur, hoeveel minuten is dat? - dertig(30).A half an hour, how many minutes are that? - thirty(30).Een jurk, is dat voor een meisje of een jongen? - voor een meisje.A dress, is that for a girl or a boy? - for a girl.één(1) minuut, hoeveel seconden is dat? - zestig(60).One(1) minute, how many seconds are that? - sixty(60).één(1) uur, hoeveel kwartier is dat? - vier(4).One(1) hour, how many quarters are that? - four(4).één(1) uur,hoeveel minuten is dat? - zestig(60).One(1) hour, how many minutes are that? - sixty(60).Eet je in de ochtend een ontbijt? - ja.Do you eat breakfast in the morning? - yes.Fiets je op een rivier of op een pad? - pad.Do you cycle on a river or on a path? - path.Fluisteren, is dat zacht? - ja.Whispering, is that soft? - yes.Geeft een koe of een stier melk? - een koe.Does a cow or a bull give milk? - a cow.Geeft een leraar les? - ja.Does a teacher teach? - yes.Heeft een man een baard? - ja.
  • 10. Does a man have a beard? - yes.Heeft een mens vijf(5) handen of twee(2) handen? - twee(2).Does a human have five(5) or two(2) hands? - two(2).Heb je heet water nodig om te koken? - ja.Do you need hot water to cook? - yes.Heeft een auto een stuur? - ja.Does a car have a steering-wheel - yes.Heeft een huis een huiskamer? - ja.Does a house have a living-room - yes.Heeft een paard benen of poten? - poten.Does a horse have legs or paws? - paws.Heeft een verkeerslicht drie(3) of zes(6) lichten? - drie(3).Does a traffic light have three(3) or six(6) lights? - three(3).Heeft de mens een lichaam? - ja.Does a human have a body? - yes.Heeft een mens twee(2) of drie(3) benen? - twee(2).Does a human have two(2) or three(3) legs? - two(2).Het is twaalf(12) uur, over twintig(20) minuten is het? - tien(10) voor half één(1).It is twelve(12) o’clock, in twenty(20) minutes it is? - ten(10) before half one(1).Het is nu negen(9) uur, over een half uur is het? - half tien(10).It is now nine(9) o’clock, in half an hour it is? - half past ten(10).Het is nu twee(2) uur, over een kwartier is het? - kwart over twee(2).It is now two(2) o’clock, after a quarter it is? - quarter past two(2).Het is nu vrijdag, eergisteren was het? - woensdag.It is friday now, the day before yesterday was - wednesday.Het is nu zes(6) uur, over twee(2) uur is het? - acht(8) uur.It is now six(6) o’clock, in two(2) hours it is? - eight(8) o’clock.Het is vandaag zaterdag, overmorgen is het? - maandag.Today is Saturday, the day after tomorrow it is? - Monday.Hoe noem je de dochter van je tante? - nicht.What do you call the daughter of your aunt? - niece.Hoe noem je de man van je zus? - zwager.What do you call the husband of your sister? - brother-in-law.Hoe noem je de vader van je moeder? - opa.What do you call the father of your mother? - grandfather.Hoe noem je de vrouw van je broer? - schoonzus.Why do you call your brothers wife? - sister-in-law.Hoe noem je de zoon van je oom? - neef.
  • 11. What do you call the son of your uncle? - nephew.Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? - school.What do you call a building where children are taught - school.Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? - Nederlander.What do you call someone who is from the Netherlands? - Nederlander.Hoe smaakt suiker? - zoet.How does sugar taste? - sweet.Hoeveel centimeter is een meter? - honderd(100).How many centimetre is a meter? - hundred(100).Hoeveel dagen telt een week? - zeven(7).How many days does a week count? - seven(7).Hoeveel kwartier heeft een uur? - vier(4).How many quarters does an hour have? - four(4).Hoeveel maanden telt een jaar? - twaalf maanden (12).How many months does a year have? - twelve months (12).Hoeveel neuzen heeft een mens? - één(1).How many noses does a human have? - one(1).Hoeveel ogen heeft een mens? - twee(2).How many eyes does a human have? - two(2).Hoeveel seizoenen heeft een jaar? - vier(4).How many seasons does a year have? - four(4).Hoeveel uur heeft een dag? - vierentwintig(24).How many hours does a day have? - twenty-four(24).Hoeveel wielen heeft een auto? - vier (4).How many wheels does a car have? - four (4).Hoeveel vingers heeft een mens? - tien(10).How many fingers does a human have? - ten(10).Hoeveel voeten heeft een mens? - twee(2).How many feet does a human have? - two(2).Hoeveel zijden heeft een driehoek? - drie(3).How many sides does a triangle have? - three(3).Iemand met een laag salaris, heeft hij weinig of veel geld? - weinig.Someone with a low salary, does he have a little or a lot of money - a little.Iets met korting, is dat goedkoop of duur? - goedkoop.Something with discount, is that cheap or expensive? - cheap.In welk seizoen schijnt de zon het meest? - zomer.In which season does the sun shine the most? - summer.In welke maand is het kerst? - december.
  • 12. In which month is christmas? - december.Is de basisschool voor volwassenen? - nee.Is primary school for adults? - no.Is de zon rond of vierkant? - rond.Is the sun round or square? - round.Is een appel een groente of een fruit? - fruit.Is an apple a vegetable or a fruit? - fruit.Is een appel gezond? - ja.Is an apple healthy? - yes.Is een auto om mee te rijden of om te lopen? - rijden.Is a car to drive with or to walk with? - driving.Is een berg hoog of laag? - hoog.Is a mountain high or low? - high.Is een bloemkool groente of fruit? - groente.Is a cauliflower a vegetable or a fruit? - vegetable.Is een broek kleding? - ja.Are pants clothing? - yes.Is een dag langer dan een jaar? - nee.Is a day longer then a year? - no.Is een dame een man of een vrouw? - vrouw.Is a lady a male or a female? - female.Is een flat laag of hoog? - hoog.Is a apartment low or high? - high.Is een gezicht vierkant? - nee.Is a face square? - no.Is een heer een man of een vrouw? - man.Is a gentleman a male or a female? - male.Is een hengst een man of een vrouw? - man.Is a stallion a male or a female? - male.Is een hond paars? - nee.Is a dog purple? - no.Is een huis een gebouw? - ja.Is a house a building? - yes.Is een jongen, een man of een vrouw? - man.Is a boy, a man or a woman? - man.Is een kerk een gebouw of poort? - gebouw.Is a church a building or a gate? - building.Is een kind van acht(8) jaar volwassen? - nee.
  • 13. Is a child age eight(8) mature? - no.Is een kip een man of een vrouw? - vrouw.Is a chicken a male or a female? - female.Is een koe een mens of een dier? - dier.Is a cow a human or an animal? - animal.Is een kopje om te drinken of om te eten? - drinken.Is a cup to drink from or to eat? - drinking.Is een lammetje ouder dan een schaap? - nee.Is a lamb older as a sheep? - no.Is een merrie een man of een vrouw? - vrouw.Is a Mare (horse) male or female? - female.Is een peer groente? - nee.Is a pear a vegetable? - no.Is een stier een man of een vrouw? - man.Is a bull a male or a female? - male.Is een tomaat fruit? - nee.Is a tomato fruit? - no.Is een trein een vervoersmiddel? - ja.Is a train a means for transport? - yes.Is een trui kleding? - ja.Is a sweater clothing? - yes.Is het in de nacht, licht of donker? - donker.Is it at night, light or dark? - dark.Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? - ja.Is someone who has a headache sick? - yes.Is ijs warm of koud? - koud.Is ice warm or cold? - cold.Is Jan een jongen? - ja.Is Jan a boy? - yes.Is jan een voornaam of een achternaam? - voornaam.Is Jan a first name or a last name? - first name.Is januari een seizoen? - nee.Is january a season? - no.Is je nicht een man of een vrouw? - vrouw.Is your niece a man or a woman? - woman.Is leraar een beroep? - ja.Is teacher a proffesion? - yes.Is moeder een beroep? - nee.
  • 14. Is a mom a profession - no.Is oktober een seizoen of een maand? - maand.Is oktober a season or a month? - month.Is oma een mens of een dier? - mens.Is grandma a human or an animal? - human.Is Parijs een stad of een land? - stad.Is Paris a city or a country? - city.Is roken gezond of ongezond? - ongezond.Is smoking healthy or unhealthy? - unhealthy.Is snoep gezond? - nee.Is candy healthy? - no.Is sporten gezond? - ja.Is exercise healthy? - yes.Is tekenen een hobby of een beroep? - hobby.Is drawing a hobby or a proffesion? - hobby.Is vijfendertig(35) minder dan veertig(40)? - ja.Is thirty-five(35) less then forty(40)? - yes.Is vlees om te drinken? - nee.Is meat for drinking? - no.Is zondag een werkdag? - nee.Is sunday a workday? - no.Is zuurkool groente of fruit? - groente.Is sauerkraut a vegetable or fruit? - vegetable.Kan een baby praten? - nee.Is a baby able to talk? - no.Kan een eend in het water zwemmen? - ja.Is a duck able to swim in the water? - yes.Kan een kip zwemmen? - nee.Can a chicken swim? - no.Kan een paard hinniken of blaffen? - hinniken.Can a horse neigh or bark? - neigh.Kan een paard vliegen? - nee.Can a horse fly? - no.Kan een stier melk geven? - nee.Can a bull give milk? - no.Kan een vis zwemmen? - ja.Can a fish swim? - yes.Kan een vliegtuig vliegen? - ja.
  • 15. Can a plane fly? - yes.Kan iemand die blind is, zien? - nee.Can anyone who is blind, see? - no.Kan ik met een bril kijken? - ja.Can i see with glasses? - yes.Kapot, is dat heel of stuk? - stuk.Broken, is that intact or damaged? - damaged.Kim is achttien(18) jaar en Peter is tweeëndertig(32), wie is er ouder? - Peter.Kim is eighteen(18) and Peter is thirty-two, who is older? - Peter.Kim is langer dan Peter, is Kim het langst? - ja.Kim is taller then Peter, is Kim the tallest? - yes.Komt er uit de kraan alleen warm water? - nee.Does the faucet only give warm water? - no.Kruipen, is dat snel of langzaam? - langzaam.Crawling, is that fast or slow? - slow.Kun je in een supermarkt kleren kopen? - nee.Can you buy clothing in a supermarket? - no.Kun je kleren eten? - nee.Can you eat clothing? - no.Kun je koek eten of drinken? - eten.Can you eat or drink cookies? - eat.Kun je met een auto, rijden of koken? - rijden.What can you do with a car, drive or cook? - drive.Kun je met een lepel eten? - ja.Can you eat with a spoon? - yes.Kun je met een mond zien of praten? - praten.Can you with a mouth see or talk? - talk.Kun je met een vliegtuig vliegen? - ja.Can you fly with a plane? - yes.Kun je met geld betalen? - ja.Can you pay with money? - yes.Kun je op een stoel zitten? - ja.Can you sit on a chair? - ja.Kun je rijst eten of drinken? - eten.Can you eat or drink rice? - eat.Kun je schaatsen als het koud is, of warm? - koud.Are you able to ice-skate when it’s cold or warm? - cold.
  • 16. Noem een werkdag. - maandag, dinsdag, woensdagDonderdag, vrijdag.Name a workday. - monday, tuesday, wednesdaythursday, friday.Legt een haan een ei? - nee.Does a rooster lay and egg? - no.Mijn ouders hebben elf(11) kinderen, hebben wij een klein gezin? - nee.My parents have eleven(11) children, do we have a small family? - no.Mijn vader is langer dan mijn moeder, wie is het langst? - vader.My father is taller then my mother, who is the tallest? - father.Piet is dunner dan Jan, wie is het dikst? - Jan.Piet is thinner then Jan, who is the fattest? - Jan.Renate is vijftien(15) en Anne is dertien(13), wie is er jonger? - Anne.Renate is fifteen(15) and Anne is thirteen(13), who is younger? - Anne.Rennen, is dat snel of langzaam? - snel.Running, is that fast or slow? - fast.Sandra is zwaarder dan Kim, wie is het lichtst? - Sandra.Sandra is heavier then Kim, who weighs the least? - Sandra.Schijnt de zon overdag? - ja.Does the sun shine by day? - yes.Schreeuwen, is dat hard of zacht - hard.Screeming, is that loud or soft - loud.Sneeuwt het in de winter of in de lente? - winter.Does it snow in the winter or in the spring? - winter.Staat een oven in de keuken? - ja.Is there an oven in the kitchen? - yes.Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? - buiten.Do i put on a jacket when i go outside or inside? - outside.Twee(2) dagen, hoeveel uur is dat? - achtenveertig(48).Two(2) days, how many hours are that? - forty-eight(48).Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? - dokter.Where do i go when i’m sick? - doctor.Waar ga je naar toe als je ziek bent? - dokter.Where do you go when your sick? - doctor.Waar gebruik je een gordel voor, in de auto of in het huis? - auto.Where do you use a seat-belt for, in the car or in the house? - car.Waar gebruik je gordijnen voor, voor de ramen of de bank? - ramen.Where do you use curtains, for the windows or the couch? - windows.Waar rijdt een trein, op een spoor of op de weg? - spoor.
  • 17. Where does a train ride, on a railway or a road? - railway.Waar snij je brood mee? - mes.What do you use to cut bread? - knife.Waar woont de koningin? - paleis.Where does the queen live? - palace.Wanneer is de lunch? - ’s middags.When is lunch? - afternoon?Wanneer mag je de straat oversteken, bij rood of groen licht? - groen licht.When can you cross the street, with a red or a green light? - green light.Wat bak je, vlees of water? - vlees.What do you bake, meat or water? - meat.Wat doe je in de keuken? - koken.What do you do in the kitchen? - cooking.Wat doe je in een bed? - slapen.What do you do in a bed? - sleep.Wat doe je in een slaapkamer? - slapen.What do you do in the bedroom? - sleeping.Wat doe je in je portemonnee? - geld.What do you put in your wallet? - money.Wat doe je met een boek? - lezen.What do you do with a book? - read.Wat doe je met een bril? - kijken.What do you do with glasses? - seeing.Wat doe je met een glas? - drinken.What do you do with a glass? - drink.Wat doe je met een kam? - kammen.What do you do with a comb? - comb.Wat doe je met een mes? - snijden.What do you do with a knife? - cut.Wat doe je met een nagelschaar? - nagels knippen.What do you do with nail clippers? - nail clipping.Wat doe je met een neus? - ruiken.What do you do with a nose? - smell.Wat doe je met een oven? - bakken.What do you do with an oven? - bake.Wat doe je met een pen? - schrijven.What do you do with a pen? - write.Wat doe je met een schaar? - knippen.
  • 18. What do you do with scissors? - cutting.Wat doe je met een weegschaal? - wegen.What do you do with a balance? - weigh.Wat doe je met je mond? - praten.What do you do with your mouth? - talk.Wat doe je met speelgoed? - spelen.What do you do with toys? - play.Wat doen kinderen in een speeltuin? - spelen.What do children do on a playground? - play.Wat doet een bakker? - brood bakken.What does a baker do? - bake bread.Wat doet een geit? - mekkeren.What does a goat do? - bleat.Wat doet een poes? - miauwen.What does a cat do? - miaow.Wat doet een schilder? - schilderen.What does a painter do? - paint.Wat is de eerste dag van de week? - maandag.What is the first day of the week? - Monday.Wat is de kleur van bloed? - rood.What is the colour of blood? - red.Wat is de kleur van gras? - groen.What is the colour of grass? - green.Wat is de kleur van houtskool? - zwart.What is the colour of charcoal? - black.Wat is de laatste dag van de week? - zondag.What is the last day of the week? - sunday.Wat is duurder, een trui van vijftien(15) euro of dertig(30) euro? - dertig(30) euro.What is more expensive, a sweater of fifteen(15) euro or thirty(30) euro? -thirty(30) euro.Wat is eerder, acht(8) uur of half negen(9)? - acht(8) uur.What is sooner, eight(8) o’clock or half past nine(9)? - eight(8) o’clock.Wat is gezonder, een sinaasappel of chocolade? - sinaasappel.What is more healthy, an orange or chocolate? - orange.Wat is gezonder, melk of limonade? - melk.What is more healthy, milk or lemonade - milk.Wat is gezonder, snoep of fruit? - fruit.What is more healthy, candy or fruit? - fruit.
  • 19. Wat is groter, een boom of een plant? - boom.What is bigger, a tree or a plant? - tree.Wat is groter, een koe of een kip? - een koe.What is bigger, a cow or a chicken? - a cow.Wat is groter een muis of een konijn? - konijn.What is bigger a mouse or a rabbit? - rabbit.Wat is kleiner, een auto of een vliegtuig? - auto.What is smaller, a car or a plane? - car.Wat is korter, een kwartier of vijf(5) minuten? - vijf(5) minuten.Which is shorter, a quarter or five(5) minutes? - five(5) minutes.Wat is langer, een uur of een kwartier? - een uur.What is longer, an hour or a quarter? - an hour.Wat is later, twaalf(12) uur of half elf(11)? - twaalf uur.What is later, twelve(12) o’clock or half past ten(10)? - twelve o’clock.Wat is levend, een poes of een auto? - een poes.What is living, a cat or a car? - a cat.Wat is lichter, een koe of een kip? - een kip.What is lighter, a cow or a chicken? - a chicken.Wat is minder, vierentwintig(24) euro of elf(11) euro? - elf(11) euro.What is less, twenty-four(24) euro ore leven(11) euro? - eleven(11) euro.Wat is zoet, suiker of zout? - suiker.What is sweet, sugar or salt? - sugar.Wat komt er na de zomer? - herfst.What comes after summer? - autumn.Wat komt er uit de kraan? - water.What comes out of the faucet? - water.Wat kun je met een fluit? - fluiten.What can you do with a flute? - whistle.Wat kun je met een telefoon? - bellen.What can you do with a phone? - call.Wat kun je met een videocamera? - filmen.What can you do with a video camera? - film.Wat maakt een fietsenmaker? - fietsen.What does a cycle mender? - cycles.Wat noemen we het weekend? - zaterdag en zondag.What do we call the weekend? - saturday and sunday.Wat verkoopt een groenteman? - groenten.What does a greengrocer sell? - vegetables.
  • 20. Wat wordt er op vijf(5) december gevierd? - sinterklaas.What is celebrated on five(5) december? - sinterklaas.Welk dier legt eieren? - kip.Which animal lays eggs? - chicken.Welk getal komt na negentien(19)? - twintig(20).Which number comes after nineteen(19). - twenty(20).Welk getal komt na vijfenzestig(65)? - zesenzestig(66).Which number follows after sixty-five(65)? - sixty-six(66).Welk getal komt voor vijftien(15)? - veertien(14).Which number is before fifteen(15)? - fourteen(14).Welk seizoen is het koudst? - winter.Which season is the coldest? - winter.Welk seizoen komt na de lente? - zomer.Which season comes after spring? - summer.Welk seizoen is het warmst? - zomer.Which season is it het most warm? - summer.Welk seizoen is kouder, de herfst of de lente? - de herfst.Which season is colder, autumn or spring? - autumn.Welke kleur heeft de lucht? - blauw.Which colour does the sky have? - blue.Welke maand komt na januari? - februari.Which month comes after january? - february.Welke maand komt voor mei? - april.Which month is before may? - april.Wie woont er op een boerderij? - boer.Who lives on a farm? - farmer.Word je van patat dik? - ja.Do you get fat from fries? - yes.Wordt iets goedkoper met korting? - ja.Does something become cheaper with a discount? - yes.Zien alle mensen er hetzelfde uit? - nee.Do all people look the same? - no.Zijn dieren hetzelfde als mensen? - nee.Are animals the same as humans? - no.Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? - ja.Are vegetables and fruit good for your health? - yes.Zijn oorbellen sieraden? - ja.Are earrings jewelry? - yes.
  • 21. Zijn schoenen om te lopen of om te drinken? - lopen.Are shoes for walking or for drinking? - walking.Zijn wielen rond of vierkant? - rond.Are wheels round or square? – roundpreguntas con respuestas cortasAchmed is korter dan Ali, wie is er langer? - Ali.Achmed is shorter then Ali, who is taller? - Ali.Als een vliegtuig vliegt, is dat dan snel of langzaam? - snel.When a plane is flying, is that then fast or slow? - fast.Als iets duur is, moet je dan veel of weinig geld betalen? - veel.When something is expensive, do you have to pay a lot or a little? - a lot.Als iets eenvoudig is, is het dan makkelijk of moeilijk? - makkelijk.When something is simple, is it then easy or difficult? - easy.Als iets gemakkelijk is, is het dan makkelijk of moeilijk? - makkelijk.When something is simple, is it then easy or difficult? - easy.Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? - moeilijk.When something is complicated, is that easy or difficult? - difficult.Als iets kookt, is het dan heet of koud? - heet.When something boils, is it then hot or cold? - hot.Als iets mag, is het dan toegestaan of verboden? - toegestaan.When something is allowed, is it then permitted or unlawful - permitted.Als ik blind ben, kan ik dan niet zien of niet horen? - niet zien.If i’m blind, am i then not able to see or able to hear? - not able to see.Als ik boos ben, ga ik dan lachen? - nee.When i’m angry, am i going to laugh? - no.Als ik verdrietig ben, ben ik dan blij? - nee.When i’m sad, am i then happy? - no.Als je arm bent heb je dan veel of weinig geld? - weinig.When your pour, do you have a lot or not a lot of money? - not a lot.Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? - veel.When you have a large family, do you have many or a few children? - many.Als je iets koopt, wat zeg je dan, alsjeblieft of dank je wel? - alsjeblieft.When you buy something, what do you say, please or thank you? - please.Als je honderd(100) jaar bent, ben je dan jong? - nee.When your a hundred(100) years old, are you young then? - no.Ben je gezond of ziek als je griep hebt? - ziek.Are healthy or sick when you have the flu? - sick.Ben je groot als je klein bent? - nee.
  • 22. Are you big when your little? - no.Bijna, is dat helemaal? - nee.Almost, is that completely - no.Doe je een pet op je hoofd? - ja.Do you put a ca pon your head? - yes.Doe je het licht aan of uit als het donker is? - aan.Do you turn the light on or out when it’s dark? - on.Doe je sokken aan je handen? - nee.Do you put socks on your hands? - no.Een auto is kapot, is dat heel of stuk? - stuk.A car is broken, is that undamaged or damaged? - damaged.Een half uur, hoeveel minuten is dat? - dertig(30).A half an hour, how many minutes are that? - thirty(30).Een jurk, is dat voor een meisje of een jongen? - voor een meisje.A dress, is that for a girl or a boy? - for a girl.één(1) minuut, hoeveel seconden is dat? - zestig(60).One(1) minute, how many seconds are that? - sixty(60).één(1) uur, hoeveel kwartier is dat? - vier(4).One(1) hour, how many quarters are that? - four(4).één(1) uur,hoeveel minuten is dat? - zestig(60).One(1) hour, how many minutes are that? - sixty(60).Eet je in de ochtend een ontbijt? - ja.Do you eat breakfast in the morning? - yes.Fiets je op een rivier of op een pad? - pad.Do you cycle on a river or on a path? - path.Fluisteren, is dat zacht? - ja.Whispering, is that soft? - yes.Geeft een koe of een stier melk? - een koe.Does a cow or a bull give milk? - a cow.Geeft een leraar les? - ja.Does a teacher teach? - yes.Heeft een man een baard? - ja.Does a man have a beard? - yes.Heeft een mens vijf(5) handen of twee(2) handen? - twee(2).Does a human have five(5) or two(2) hands? - two(2).Heb je heet water nodig om te koken? - ja.Do you need hot water to cook? - yes.
  • 23. Heeft een auto een stuur? - ja.Does a car have a steering-wheel - yes.Heeft een huis een huiskamer? - ja.Does a house have a living-room - yes.Heeft een paard benen of poten? - poten.Does a horse have legs or paws? - paws.Heeft een verkeerslicht drie(3) of zes(6) lichten? - drie(3).Does a traffic light have three(3) or six(6) lights? - three(3).Heeft de mens een lichaam? - ja.Does a human have a body? - yes.Heeft een mens twee(2) of drie(3) benen? - twee(2).Does a human have two(2) or three(3) legs? - two(2).Het is twaalf(12) uur, over twintig(20) minuten is het? - tien(10) voor half één(1).It is twelve(12) o’clock, in twenty(20) minutes it is? - ten(10) before half one(1).Het is nu negen(9) uur, over een half uur is het? - half tien(10).It is now nine(9) o’clock, in half an hour it is? - half past ten(10).Het is nu twee(2) uur, over een kwartier is het? - kwart over twee(2).It is now two(2) o’clock, after a quarter it is? - quarter past two(2).Het is nu vrijdag, eergisteren was het? - woensdag.It is friday now, the day before yesterday was - wednesday.Het is nu zes(6) uur, over twee(2) uur is het? - acht(8) uur.It is now six(6) o’clock, in two(2) hours it is? - eight(8) o’clock.Het is vandaag zaterdag, overmorgen is het? - maandag.Today is Saturday, the day after tomorrow it is? - Monday.Hoe noem je de dochter van je tante? - nicht.What do you call the daughter of your aunt? - niece.Hoe noem je de man van je zus? - zwager.What do you call the husband of your sister? - brother-in-law.Hoe noem je de vader van je moeder? - opa.What do you call the father of your mother? - grandfather.Hoe noem je de vrouw van je broer? - schoonzus.Why do you call your brothers wife? - sister-in-law.Hoe noem je de zoon van je oom? - neef.What do you call the son of your uncle? - nephew.Hoe noem je een gebouw waar kinderen les krijgen? - school.What do you call a building where children are taught - school.Hoe noem je iemand die uit Nederland komt? - Nederlander.What do you call someone who is from the Netherlands? - Nederlander.
  • 24. Hoe smaakt suiker? - zoet.How does sugar taste? - sweet.Hoeveel centimeter is een meter? - honderd(100).How many centimetre is a meter? - hundred(100).Hoeveel dagen telt een week? - zeven(7).How many days does a week count? - seven(7).Hoeveel kwartier heeft een uur? - vier(4).How many quarters does an hour have? - four(4).Hoeveel maanden telt een jaar? - twaalf maanden (12).How many months does a year have? - twelve months (12).Hoeveel neuzen heeft een mens? - één(1).How many noses does a human have? - one(1).Hoeveel ogen heeft een mens? - twee(2).How many eyes does a human have? - two(2).Hoeveel seizoenen heeft een jaar? - vier(4).How many seasons does a year have? - four(4).Hoeveel uur heeft een dag? - vierentwintig(24).How many hours does a day have? - twenty-four(24).Hoeveel wielen heeft een auto? - vier (4).How many wheels does a car have? - four (4).Hoeveel vingers heeft een mens? - tien(10).How many fingers does a human have? - ten(10).Hoeveel voeten heeft een mens? - twee(2).How many feet does a human have? - two(2).Hoeveel zijden heeft een driehoek? - drie(3).How many sides does a triangle have? - three(3).Iemand met een laag salaris, heeft hij weinig of veel geld? - weinig.Someone with a low salary, does he have a little or a lot of money - a little.Iets met korting, is dat goedkoop of duur? - goedkoop.Something with discount, is that cheap or expensive? - cheap.In welk seizoen schijnt de zon het meest? - zomer.In which season does the sun shine the most? - summer.In welke maand is het kerst? - december.In which month is christmas? - december.Is de basisschool voor volwassenen? - nee.Is primary school for adults? - no.Is de zon rond of vierkant? - rond.
  • 25. Is the sun round or square? - round.Is een appel een groente of een fruit? - fruit.Is an apple a vegetable or a fruit? - fruit.Is een appel gezond? - ja.Is an apple healthy? - yes.Is een auto om mee te rijden of om te lopen? - rijden.Is a car to drive with or to walk with? - driving.Is een berg hoog of laag? - hoog.Is a mountain high or low? - high.Is een bloemkool groente of fruit? - groente.Is a cauliflower a vegetable or a fruit? - vegetable.Is een broek kleding? - ja.Are pants clothing? - yes.Is een dag langer dan een jaar? - nee.Is a day longer then a year? - no.Is een dame een man of een vrouw? - vrouw.Is a lady a male or a female? - female.Is een flat laag of hoog? - hoog.Is a apartment low or high? - high.Is een gezicht vierkant? - nee.Is a face square? - no.Is een heer een man of een vrouw? - man.Is a gentleman a male or a female? - male.Is een hengst een man of een vrouw? - man.Is a stallion a male or a female? - male.Is een hond paars? - nee.Is a dog purple? - no.Is een huis een gebouw? - ja.Is a house a building? - yes.Is een jongen, een man of een vrouw? - man.Is a boy, a man or a woman? - man.Is een kerk een gebouw of poort? - gebouw.Is a church a building or a gate? - building.Is een kind van acht(8) jaar volwassen? - nee.Is a child age eight(8) mature? - no.Is een kip een man of een vrouw? - vrouw.Is a chicken a male or a female? - female.Is een koe een mens of een dier? - dier.
  • 26. Is a cow a human or an animal? - animal.Is een kopje om te drinken of om te eten? - drinken.Is a cup to drink from or to eat? - drinking.Is een lammetje ouder dan een schaap? - nee.Is a lamb older as a sheep? - no.Is een merrie een man of een vrouw? - vrouw.Is a Mare (horse) male or female? - female.Is een peer groente? - nee.Is a pear a vegetable? - no.Is een stier een man of een vrouw? - man.Is a bull a male or a female? - male.Is een tomaat fruit? - nee.Is a tomato fruit? - no.Is een trein een vervoersmiddel? - ja.Is a train a means for transport? - yes.Is een trui kleding? - ja.Is a sweater clothing? - yes.Is het in de nacht, licht of donker? - donker.Is it at night, light or dark? - dark.Is iemand die hoofdpijn heeft ziek? - ja.Is someone who has a headache sick? - yes.Is ijs warm of koud? - koud.Is ice warm or cold? - cold.Is Jan een jongen? - ja.Is Jan a boy? - yes.Is jan een voornaam of een achternaam? - voornaam.Is Jan a first name or a last name? - first name.Is januari een seizoen? - nee.Is january a season? - no.Is je nicht een man of een vrouw? - vrouw.Is your niece a man or a woman? - woman.Is leraar een beroep? - ja.Is teacher a proffesion? - yes.Is moeder een beroep? - nee.Is a mom a profession - no.Is oktober een seizoen of een maand? - maand.Is oktober a season or a month? - month.
  • 27. Is oma een mens of een dier? - mens.Is grandma a human or an animal? - human.Is Parijs een stad of een land? - stad.Is Paris a city or a country? - city.Is roken gezond of ongezond? - ongezond.Is smoking healthy or unhealthy? - unhealthy.Is snoep gezond? - nee.Is candy healthy? - no.Is sporten gezond? - ja.Is exercise healthy? - yes.Is tekenen een hobby of een beroep? - hobby.Is drawing a hobby or a proffesion? - hobby.Is vijfendertig(35) minder dan veertig(40)? - ja.Is thirty-five(35) less then forty(40)? - yes.Is vlees om te drinken? - nee.Is meat for drinking? - no.Is zondag een werkdag? - nee.Is sunday a workday? - no.Is zuurkool groente of fruit? - groente.Is sauerkraut a vegetable or fruit? - vegetable.Kan een baby praten? - nee.Is a baby able to talk? - no.Kan een eend in het water zwemmen? - ja.Is a duck able to swim in the water? - yes.Kan een kip zwemmen? - nee.Can a chicken swim? - no.Kan een paard hinniken of blaffen? - hinniken.Can a horse neigh or bark? - neigh.Kan een paard vliegen? - nee.Can a horse fly? - no.Kan een stier melk geven? - nee.Can a bull give milk? - no.Kan een vis zwemmen? - ja.Can a fish swim? - yes.Kan een vliegtuig vliegen? - ja.Can a plane fly? - yes.Kan iemand die blind is, zien? - nee.Can anyone who is blind, see? - no.
  • 28. Kan ik met een bril kijken? - ja.Can i see with glasses? - yes.Kapot, is dat heel of stuk? - stuk.Broken, is that intact or damaged? - damaged.Kim is achttien(18) jaar en Peter is tweeëndertig(32), wie is er ouder? - Peter.Kim is eighteen(18) and Peter is thirty-two, who is older? - Peter.Kim is langer dan Peter, is Kim het langst? - ja.Kim is taller then Peter, is Kim the tallest? - yes.Komt er uit de kraan alleen warm water? - nee.Does the faucet only give warm water? - no.Kruipen, is dat snel of langzaam? - langzaam.Crawling, is that fast or slow? - slow.Kun je in een supermarkt kleren kopen? - nee.Can you buy clothing in a supermarket? - no.Kun je kleren eten? - nee.Can you eat clothing? - no.Kun je koek eten of drinken? - eten.Can you eat or drink cookies? - eat.Kun je met een auto, rijden of koken? - rijden.What can you do with a car, drive or cook? - drive.Kun je met een lepel eten? - ja.Can you eat with a spoon? - yes.Kun je met een mond zien of praten? - praten.Can you with a mouth see or talk? - talk.Kun je met een vliegtuig vliegen? - ja.Can you fly with a plane? - yes.Kun je met geld betalen? - ja.Can you pay with money? - yes.Kun je op een stoel zitten? - ja.Can you sit on a chair? - ja.Kun je rijst eten of drinken? - eten.Can you eat or drink rice? - eat.Kun je schaatsen als het koud is, of warm? - koud.Are you able to ice-skate when it’s cold or warm? - cold.Noem een werkdag. - maandag, dinsdag, woensdagDonderdag, vrijdag.Name a workday. - monday, tuesday, wednesdaythursday, friday.
  • 29. Legt een haan een ei? - nee.Does a rooster lay and egg? - no.Mijn ouders hebben elf(11) kinderen, hebben wij een klein gezin? - nee.My parents have eleven(11) children, do we have a small family? - no.Mijn vader is langer dan mijn moeder, wie is het langst? - vader.My father is taller then my mother, who is the tallest? - father.Piet is dunner dan Jan, wie is het dikst? - Jan.Piet is thinner then Jan, who is the fattest? - Jan.Renate is vijftien(15) en Anne is dertien(13), wie is er jonger? - Anne.Renate is fifteen(15) and Anne is thirteen(13), who is younger? - Anne.Rennen, is dat snel of langzaam? - snel.Running, is that fast or slow? - fast.Sandra is zwaarder dan Kim, wie is het lichtst? - Sandra.Sandra is heavier then Kim, who weighs the least? - Sandra.Schijnt de zon overdag? - ja.Does the sun shine by day? - yes.Schreeuwen, is dat hard of zacht - hard.Screeming, is that loud or soft - loud.Sneeuwt het in de winter of in de lente? - winter.Does it snow in the winter or in the spring? - winter.Staat een oven in de keuken? - ja.Is there an oven in the kitchen? - yes.Trek ik een jas aan als ik naar buiten of naar binnen ga? - buiten.Do i put on a jacket when i go outside or inside? - outside.Twee(2) dagen, hoeveel uur is dat? - achtenveertig(48).Two(2) days, how many hours are that? - forty-eight(48).Waar ga ik naartoe als ik ziek ben? - dokter.Where do i go when i’m sick? - doctor.Waar ga je naar toe als je ziek bent? - dokter.Where do you go when your sick? - doctor.Waar gebruik je een gordel voor, in de auto of in het huis? - auto.Where do you use a seat-belt for, in the car or in the house? - car.Waar gebruik je gordijnen voor, voor de ramen of de bank? - ramen.Where do you use curtains, for the windows or the couch? - windows.Waar rijdt een trein, op een spoor of op de weg? - spoor.Where does a train ride, on a railway or a road? - railway.Waar snij je brood mee? - mes.What do you use to cut bread? - knife.
  • 30. Waar woont de koningin? - paleis.Where does the queen live? - palace.Wanneer is de lunch? - ’s middags.When is lunch? - afternoon?Wanneer mag je de straat oversteken, bij rood of groen licht? - groen licht.When can you cross the street, with a red or a green light? - green light.Wat bak je, vlees of water? - vlees.What do you bake, meat or water? - meat.Wat doe je in de keuken? - koken.What do you do in the kitchen? - cooking.Wat doe je in een bed? - slapen.What do you do in a bed? - sleep.Wat doe je in een slaapkamer? - slapen.What do you do in the bedroom? - sleeping.Wat doe je in je portemonnee? - geld.What do you put in your wallet? - money.Wat doe je met een boek? - lezen.What do you do with a book? - read.Wat doe je met een bril? - kijken.What do you do with glasses? - seeing.Wat doe je met een glas? - drinken.What do you do with a glass? - drink.Wat doe je met een kam? - kammen.What do you do with a comb? - comb.Wat doe je met een mes? - snijden.What do you do with a knife? - cut.Wat doe je met een nagelschaar? - nagels knippen.What do you do with nail clippers? - nail clipping.Wat doe je met een neus? - ruiken.What do you do with a nose? - smell.Wat doe je met een oven? - bakken.What do you do with an oven? - bake.Wat doe je met een pen? - schrijven.What do you do with a pen? - write.Wat doe je met een schaar? - knippen.What do you do with scissors? - cutting.Wat doe je met een weegschaal? - wegen.What do you do with a balance? - weigh.
  • 31. Wat doe je met je mond? - praten.What do you do with your mouth? - talk.Wat doe je met speelgoed? - spelen.What do you do with toys? - play.Wat doen kinderen in een speeltuin? - spelen.What do children do on a playground? - play.Wat doet een bakker? - brood bakken.What does a baker do? - bake bread.Wat doet een geit? - mekkeren.What does a goat do? - bleat.Wat doet een poes? - miauwen.What does a cat do? - miaow.Wat doet een schilder? - schilderen.What does a painter do? - paint.Wat is de eerste dag van de week? - maandag.What is the first day of the week? - Monday.Wat is de kleur van bloed? - rood.What is the colour of blood? - red.Wat is de kleur van gras? - groen.What is the colour of grass? - green.Wat is de kleur van houtskool? - zwart.What is the colour of charcoal? - black.Wat is de laatste dag van de week? - zondag.What is the last day of the week? - sunday.Wat is duurder, een trui van vijftien(15) euro of dertig(30) euro? - dertig(30) euro.What is more expensive, a sweater of fifteen(15) euro or thirty(30) euro? -thirty(30) euro.Wat is eerder, acht(8) uur of half negen(9)? - acht(8) uur.What is sooner, eight(8) o’clock or half past nine(9)? - eight(8) o’clock.Wat is gezonder, een sinaasappel of chocolade? - sinaasappel.What is more healthy, an orange or chocolate? - orange.Wat is gezonder, melk of limonade? - melk.What is more healthy, milk or lemonade - milk.Wat is gezonder, snoep of fruit? - fruit.What is more healthy, candy or fruit? - fruit.Wat is groter, een boom of een plant? - boom.What is bigger, a tree or a plant? - tree.
  • 32. Wat is groter, een koe of een kip? - een koe.What is bigger, a cow or a chicken? - a cow.Wat is groter een muis of een konijn? - konijn.What is bigger a mouse or a rabbit? - rabbit.Wat is kleiner, een auto of een vliegtuig? - auto.What is smaller, a car or a plane? - car.Wat is korter, een kwartier of vijf(5) minuten? - vijf(5) minuten.Which is shorter, a quarter or five(5) minutes? - five(5) minutes.Wat is langer, een uur of een kwartier? - een uur.What is longer, an hour or a quarter? - an hour.Wat is later, twaalf(12) uur of half elf(11)? - twaalf uur.What is later, twelve(12) o’clock or half past ten(10)? - twelve o’clock.Wat is levend, een poes of een auto? - een poes.What is living, a cat or a car? - a cat.Wat is lichter, een koe of een kip? - een kip.What is lighter, a cow or a chicken? - a chicken.Wat is minder, vierentwintig(24) euro of elf(11) euro? - elf(11) euro.What is less, twenty-four(24) euro ore leven(11) euro? - eleven(11) euro.Wat is zoet, suiker of zout? - suiker.What is sweet, sugar or salt? - sugar.Wat komt er na de zomer? - herfst.What comes after summer? - autumn.Wat komt er uit de kraan? - water.What comes out of the faucet? - water.Wat kun je met een fluit? - fluiten.What can you do with a flute? - whistle.Wat kun je met een telefoon? - bellen.What can you do with a phone? - call.Wat kun je met een videocamera? - filmen.What can you do with a video camera? - film.Wat maakt een fietsenmaker? - fietsen.What does a cycle mender? - cycles.Wat noemen we het weekend? - zaterdag en zondag.What do we call the weekend? - saturday and sunday.Wat verkoopt een groenteman? - groenten.What does a greengrocer sell? - vegetables.Wat wordt er op vijf(5) december gevierd? - sinterklaas.What is celebrated on five(5) december? - sinterklaas.
  • 33. Welk dier legt eieren? - kip.Which animal lays eggs? - chicken.Welk getal komt na negentien(19)? - twintig(20).Which number comes after nineteen(19). - twenty(20).Welk getal komt na vijfenzestig(65)? - zesenzestig(66).Which number follows after sixty-five(65)? - sixty-six(66).Welk getal komt voor vijftien(15)? - veertien(14).Which number is before fifteen(15)? - fourteen(14).Welk seizoen is het koudst? - winter.Which season is the coldest? - winter.Welk seizoen komt na de lente? - zomer.Which season comes after spring? - summer.Welk seizoen is het warmst? - zomer.Which season is it het most warm? - summer.Welk seizoen is kouder, de herfst of de lente? - de herfst.Which season is colder, autumn or spring? - autumn.Welke kleur heeft de lucht? - blauw.Which colour does the sky have? - blue.Welke maand komt na januari? - februari.Which month comes after january? - february.Welke maand komt voor mei? - april.Which month is before may? - april.Wie woont er op een boerderij? - boer.Who lives on a farm? - farmer.Word je van patat dik? - ja.Do you get fat from fries? - yes.Wordt iets goedkoper met korting? - ja.Does something become cheaper with a discount? - yes.Zien alle mensen er hetzelfde uit? - nee.Do all people look the same? - no.Zijn dieren hetzelfde als mensen? - nee.Are animals the same as humans? - no.Zijn groente en fruit goed voor de gezondheid? - ja.Are vegetables and fruit good for your health? - yes.Zijn oorbellen sieraden? - ja.Are earrings jewelry? - yes.Zijn schoenen om te lopen of om te drinken? - lopen.
  • 34. Are shoes for walking or for drinking? - walking.Zijn wielen rond of vierkant? - rond.Are wheels round or square? - round.4) DECIR LOS ANTONIMOSgekreukeld - gestrekengelijk- ongelijkgelukkig- ongelukkiggemakkelijk- moeilijkgeschikt- ongeschiktjong- oudlang- kortlelijk- mooimals- taaimáximum- minimummeest- minstmin- plusmorgen- gisterennat- droogpositief- negatiefrijk- armscherp- botslordig- netjessmal- breedsmerig- schoonsoms- vaakspannend- saaitegen- voortraag- sneltrekken- duwenvoor- achtervrolijk- treurigwarm- koudwinnen- verliezenzwak- krachtigzwart- witRuw - GladDruk – RustigAankomen – VertrekkenDynamisch – RustigPositief – NegatiefKnap – LelijkKnippen – PlakkenMama – PapaTrouwen – ScheidenRetour – EnkelDochter – ZoonEenvoudig – MoeilijkGisteren – MorgenNegatief – PositiefOost – West East - WestJongen – Meisje Boy - GirlAchterin – Voorin In the back – In front
  • 35. Zwak – SterkZuur – ZoetToekomst - VerledenMin - Plus DroogMannelijk - VrouwelijkRuw - GladKlein - GrootOpa - OmaOmhoog - OmlaagRijk - ArmHeen - TerugAktief - PassiefBinnenland - BuitenlandGoedkoop – DuurKlein – Groot WinterDruk – RustigZiek – GezondMooi – LelijkAankomen – VertrekkenDynamisch – RustigPositief – NegatiefKnap – LelijkKnippen – PlakkenMama – PapaNergens – ErgensDood – LevendKind – VolwassenTrouwen – ScheidenRetour – Enkel DikDochter – ZoonVrouw – ManDorp – StadEenvoudig – MoeilijkGisteren – MorgenNegatief – PositiefGroot – Klein Big – SmallOmlaag – OmhoogVoorjaar – NajaarZiek – GezondNiemand – IemandBekend – OnbekendNiet – WelLang – KortNa – Voor .. 1 dik dun gordo flaco. 2 klein groot chico grande. 3 nauw breed angosto ancho. 4 lang kort largo corto. 5 liefde haat amor odio. 6 oorlog vrede guerra paz
  • 36. . 7 laatste eerste ultimo primero. 8 donker licht oscuro claro. 9 zwart wit negro blanco. 10 ochtend avond mañana noche. 11 dag nacht dia noche. 12 zwaar licht pesado ligero. 13 leuk saai divertido aburrrido. 14 aanwezig afwezig presente ausente. 15 altijd nooit siempre nunca muchas algunas. 16 vaak soms veces veces. 17 traag snel despacio rapido. 18 langzaam vlug despacio rapido. 19 negatief positief negativo positivo. 20 arm rijk rico pobre. 21 ouderwets modern antiguo moderno. 22 noord zuid norte sur. 23 oost west oeste este. 24 best slechtst mejor peor. 25 voor tegen pro contra. 26 dicht open cerrado abierto. 27 hoog laag alto bajo. 28 vorige volgende ultimo proximo. 29 boven beneden arriba abajo. 30 goed slecht bueno malo. 31 goed fout correcto incorrecto. 32 mooi lelijk bonito feo. 33 schoon vies limpio sucio. 34 duur goedkoop caro barato. 35 moe uitgerust cansado relajado. 36 dichtbij ver cerca lejos. 37 voor achter delante detras. 38 binnen buiten dentro fuera. 39 moeilijk gemakkelijk dificil facil. 40 zoet zuur dulce acido. 41 zoet bitter dulce amargo. 42 zoet zout dulce salado. 43 hard zacht solido suave. 44 boos blij enojado feliz. 45 gelukkig ongelukkig feliz infeliz. 46 koud warm frio tibio. 47 koud heet frio heel. 48 sterk zwak fuerte debil. 49 slim dom listo tonto. 50 groter kleiner mayor menor. 51 oud jong viejo joven. 52 gezond ziek saludable enfermo. 53 eenvoudig ingewikkeld simple complicado. 54 stil lawaaierig silencio ruido. 55 vroeg laat tamprano tarde. 56 ijverig lui hacendoso perezoso. 57 vol leeg lleno vacio. 58 moedig laf valiente cobarde. 59 voordeel nadeel ventaja desventaja. 60 waarheid leugen verdadero mentira. 61 waar onwaar verdad falso. 62 oud nieuw viejo nuevo
  • 37. . 63 levend dood vivo muerto. 64 omhoog omlaag arriba abajo. 65 links rechts izquierda derecha. 66 achterin voorin atras adelante. 67 gisteren morgen ayer mañana. 68 toekomst verleden futuro pasado. 69 min plus menos mas. 70 droog nat seco mojado. 71 opa oma abuelo abuela. 72 mannelijk vrouwelijk masculino femenino. 73 druk rustig ajetreado tranquilo. 74 aankomen vertrekken llegada partida. 75 retour enkel retorno una vuelta. 76 dochter zoon hija hijo. 77 mama papa mama papa. 78 trouwen scheiden casado divorciado. 79 vrouw man mujher hombre. 80 dorp stad villa ciudad. 81 jongen meisje niño niña. 82 niet wel no es este. 83 na voor despues antes. 84 nergens ergens ningun algun. 85 knippen plakken cortar pegar. 86 binnenland buitenland del interior del exterior. 87 dynamisch rustig dinamico quieto. 88 voorzichtig onvoorzichtig cuidados descuidado. 89 vriend vijand amigo villano. 90 vrolijk treurig contento triste. 91 zeker onzeker seguro inseguro. 92 zichtbaar onzichtbaar visible invisible. 93 gebruikt ongebruikt usado no usado. 94 geduldig ongeduldig paciente impaciente. 95 gekreukeld gestreken arrugado planchado. 96 gelijk ongelijk correcto incorrecto. 97 geluk pech suerte mala suerte. 98 geschikt ongeschikt califica no califica. 99 gewoon ongewoon normal anormal. 100 gezond ongezond sano no sano. 101 gierig gul avaro generoso. 102 glad stroef liso aspero. 103 glanzend dof / mat pulido aspero. 104 actief passief activo pasivo. 105 aardig onaardig agradable desagradable. 106 bang dapper miedoso valiente. 107 bekend onbekend conocido desconocido. 108 beleefd onbeleefd educado maleducado. 109 onbewust bewust consciente inconsciente. 110 bot scherp plano filoso. 111 erna ervoor despues antes. 112 daarna daarvoor despues antes. 113 dapper laf valiente cobarde. 114 diep ondiep profundo no profundo. 115 echt onecht real irreal. 116 eerlijk oneerlijk honesto deshonesto. 117 even oneven igual desigual. 118 fijn grof fino tosco. 119 handig onhandig manejable no manejable
  • 38. . 120 helder troebel claro turbio. 121 hierna hiervoor despues antes. 122houden van haten amar odiar. 123 huilen lachen llorar reir. 124 kapot heel roto entero. 125 knap dom inteligente tonto. 126 knap lelijk guapo feo. 127 los vast suelto fijo. 128 meer minder mas menos. 129 meest minst mas menos. 130 nu later ahora mas tarde. 131 op onder arriba abajo. 132 openbaar privé publico privado mas o. 133 precies ongeveer exacto menos. 134 recht krom recto torcido. 135 rond vierkant redondo cuadrado. 136 samen alleen juntos solos. 137 schuldig onschuldig culpable inocente. 138 slap stijf suave rigido. 139 slordig netjes desordenado ordenado mal buen. 140 stout lief comportam comport. 141 tam wild casero salvaje. 142 trekken duwen jalar empujar. 143 verdrietig blij triste contento. 144 vet mager graso magro. 145 iemand niemand alguien nadie. 146 iets niets algo nada. 147 ooit nooit una vez nunca. 148 broer zus hermano hemana. 149 echtgenoot echtgenote esposo esposa. 150 hier daar aqui ahi. 151 dames heren damas caballeros. 152 ingang uitgang entrada salida. 153 betalen innen pagar cobrar. 154 vrolijk verdrietig alegre triste. 155 oom tante tio tia. 156 herfst lente otoño primavera. 157 eerder later anterior posterior. 158 vraag antwoord pregunta respuesta. 159 bijzonder gewoon especial normal. 160 expres per ongeluk a proposito por accidente. 161 ouders kinderen padres hijos. 162 aankleden uitkleden vestir desvestir. 163 vriezen dooien helar deshielo. 164 openen sluiten abrir cerrar. 165 andere dezelfde otros mismos. 166 kopen verkopen comprar vender. 167 nu straks ahora despues. 168 lengte breedte longitud latitud. 169 optellen aftrekken sumar restar. 170 lawaai stilte ruido silencio. 171 zon maan solido luna. 172 schoon vuil limpio sucio. 173 boven onder arriba abajo. 174 geven nemen dar quitar
  • 39. . 175 niets alles nada todo. 176 winter zomer invierno verano. 177 delen vermenigvuldigen dividir multimplicar. 178 nep echt no genuino genuino. 179 onthouden vergeten recordar olvidar. 180 lekker vies agradable repulsivo. 181 winnen verliezen ganar perder. 182 half heel mitad entero. 183 verlagen verhogen rebajar aumentar. 184 komen gaan venir ir. 185 erin eruit dentro fuera. 186 branden blussen quemar extinguir. 187 voorkant achterkant adelante atras. 188 weinig veel poco mucho. 189 interessant saai interesante aburrido. 190 vroeger later antes despues. 191 praten zwijgen hablar callar. 192 overwinning nederlaag victoria derrota. 193 beter slechter mejor peor. 194 stoppen doorgaan parar continuar. 195 eten drinken comer beber. 196 water vuur agua fuego. 197 voorjaar najaar primavera otoño. 198 arm been brazo pierna. 199 mevrouw meneer señora señor. 200 samen apart juntos separados. 201 aarde water tieera agua. 202 hemel hel cielo infierno. 203 land water tierra agua. 204 kind volwassene niño adulto. 205 toegestaan strafbaar permitido sancionado. 206 staan zitten parado sentado. 207 aan uit prendido apagado. 208 wakker slapen despierto dormido. 209 nicht neef sobrina sobrino. 210 veel beetje mucho poco. 211 bijna helemaal casi completamente. 212 horizontaal verticaal horizontal vertical. 213 schrijven wissen escribir borrar. 214 enkel dubbel sencillo doble. 215 bezig klaar ocupado listo. 216 geen een ningun un. 217 groente fruit vegetal fruta. 218 dit dat este ese. 219 met zonder con sin. 220 zwemmen verdrinken nadar ahogar. 221 honger dorst hambre sed. 222 huwen scheiden casarse divorciarse. 223 import export importacion exportacion hacia. 224 vooruit achteruit hacia atras adelante. 225 verdienen uitgeven ganar gastar. 226 kaal behaard calvo velludo. 227 stijgen dalen subir bajar. 228 blind ziend ciego vidente. 229 meester slaaf amo esclavo. 230 regen zon lluvia sol
  • 40. . 231 zee aarde mar tierra. 232 snelweg voetpad autopista vereda. 233 raak mis acertado no acertado. 234 smal breed estrecho ancho. 235 enkelvoud meervoud singular plural. 236 vrij gevangen libre preso. 237 dame heer sra sr. 238 duivel engel diablo angel. 239 nee ja no genuino si. 240 lezen schrijven leer escribir. 241 nul een cero uno. 242 eten kotsen comer vomitar. 243 doof horend sordo oyente. 244 laden lossen cargar soltar. 245 klimmen dalen subir bajar. 246 aandoen uitdoen poner quitar. 247 getrouwd vrijgezel casado soltero. 248 winst verlies ganancia perdida. 249 groeien krimpen crecer encoger. 250 afhankelijk onafhankelijk dependiente independiente.5) Historias Cortas : verhaaltje navertellen6. Vincent wil niet naar school. “Maar,” zegt zijn moeder, “school is belangrijk als jegoed werk wilt vinden en geld wil verdienen.” Zijn vader zegt: “Het is toch leuk omal je vriendjes te zien op school?” Maar Vincent wil geen geld verdienen en hij heeftniet zoveel vriendjes. Hij gaat naar de haven om naar de boten te kijken. Hijdroomt van verre landen.1. Fred reed naar huis. Hij was niet blij, want het gesprek met de laatste klant wasniet zo goed verlopen. Fred had geen goede indruk op de klant gemaakt. Die zouvast niets van hem willen kopen. Toen hij de sleutel in het slot stak, besefte Freddat hij ook nog zijn tas bij de klant had laten staan2. De Minister heeft gisteren gezegd dat het goed is als kinderen op scholen hetWilhelmus kennen. Hij wilt kijken of kinderen misschien wel verplicht het volksliedmoeten leren op school. De minister denkt namelijk dat als kinderen het volksliedkennen, ze ook meer geïntereseerd raken in geschiedenis. En dat ze meer willenweten over wat er in de maatschappij gebeurt.3. In Engeland zijn nog zeker 10.000 koffers zoek! Een week geleden dacht deEngelse politie dat terroristen aanslagen gingen plegen. Veel vliegtuigen mochtenniet vertrekken. Op het vliegveld van Londen kregen duizenden reizigers te makenmet enorme vertragingen en raakten veel mensen hun bagage kwijt. Maar na eenweek zoeken er dus nog steeds veel koffers zoek.4. Een man uit België had op een nacht een droom dat hij de lotterij ging winnen.In zijn droom kwam zelfs het getal voorbij van zijn winnende lot: 2,6,9,11,40,41.Zes jaar lang speelde hij mee met de lotterij in België, maar won bijna niets. Totnu. Want opeens viel hij wel in de prijzen. Geen klein prijsje, maar de man wonmaar liefst 410.000 euro! In een Belgische krant zegt de man: "Dromen zijn geenbedrog".
  • 41. 5. Een 20-jarige inwoner uit Tiel is woensdagnacht gearresteerd na een inbrak ineenwoning.Debewonerhoordeeenhardeklap,gevolgddoorpianospel.Toenhijgingkijken, trof hij een rommel aan in zijn woonkamer en een man die piano speelde. Datmeldt de politie donderdag. De dief had spullen van de bewoner in zijn zakengedaan. De volgende ochtend vertelde de dief dat hij zich niets meer konherrineren omdat hij tevell gedronken had.Fred reed naar huis. Hij was niet blij, want het gesprek met de laatste klant wasniet zo goed verlopen. Fred had geen goede indruk op de klant gemaakt. Die zouvast niets van hem willen kopen. Toen hij de sleutel in het slot stak, besefte Freddat hij ook nog zijn tas bij de klant had laten staanDe Minister heeft gisteren gezegd dat het goed is als kinderen op scholen hetWilhelmus kennen. Hij wilt kijken of kinderen misschien wel verplicht het volksliedmoeten leren op school. De minister denkt namelijk dat als kinderen het volksliedkennen, ze ook meer geïntereseerd raken in geschiedenis. En dat ze meer willenweten over wat er in de maatschappij gebeurt.3. In Engeland zijn nog zeker 10.000 koffers zoek! Een week geleden dacht deEngelse politie dat terroristen aanslagen gingen plegen. Veel vliegtuigen mochtenniet vertrekken. Op het vliegveld van Londen kregen duizenden reizigers te makenmet enorme vertragingen en raakten veel mensen hun bagage kwijt. Maar na eenweek zoeken er dus nog steeds veel koffers zoek.4. Een man uit België had op een nacht een droom dat hij de lotterij ging winnen.In zijn droom kwam zelfs het getal voorbij van zijn winnende lot: 2,6,9,11,40,41.Zes jaar lang speelde hij mee met de lotterij in België, maar won bijna niets. Totnu. Want opeens viel hij wel in de prijzen. Geen klein prijsje, maar de man wonmaar liefst 410.000 euro! In een Belgische krant zegt de man: "Dromen zijn geenbedrog".5. Een 20-jarige inwoner uit Tiel is woensdagnacht gearresteerd na een inbrak ineen woning. De bewoner hoorde een harde klap, gevolgd door pianospel. Toen hijging kijken, trof hij een rommel aan in zijn woonkamer en een man die pianospeelde. Dat meldt de politie donderdag. De dief had spullen van de bewoner in zijnzaken gedaan. De volgende ochtend vertelde de dief dat hij zich niets meer konherrineren omdat hij tevell gedronken had.
  • 42. Language Exam - exampleBasic Civic Integration Examination Abroad – writtenDit gesprek kost circa 1,30 per gesprek plus de kosten bij gebruik van een mobieletelefoon.---- Welkom bij het oefenexamen Nederlandse taal Deel A - Nazeggen U hoortsteeds een zin, zeg de zin precies na. bijvoorbeeld, een stem zegt: Dat is een mooiverhaal en u zegt: Dat is een mooi verhaal Nu is het uw beurt Luister naar de zinen zeg precies na wat u hoort - Dat kan wel kloppen - Het is niet helemaal gegaan zoals we verwacht hadden - Dat was een pijnlijke vergissing - Als ze tenminste op tijd zijn - Ik weet niet hoe dat kon gebeuren - Hij gaat ieder weekend vissen - Hij moet het wat rustiger aan gaan doenDeel B - Vragen U hoort steeds een korte vraag, geef op elke vraag een kortantwoord. Bijvoorbeeld, Een stem zegt: Is januari een dag of een maand ? en uzegt: maand Nu is het uw beurt Luister naar de vraag en geef dan antwoord. - Is een auto om in te rijden of om te koken ? - Wat kun je doen met een mes? - Is een kerk een gebouw of een poort? - Hoe noem je iemand die niets kan horen? - Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? - Wie woont er op een boerderij? - Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen? - Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?
  • 43. Deel C - Nazeggen U hoort weer zinnen, zeg elke zin weer precies na. Bijvoorbeeld,een stem zegt: Dat is een mooi verhaal en u zegt: Dat is een mooi verhaal Nu ishet uw beurt Luister naar de zin en zeg precies na wat u hoort - Ik moet een nieuwe bril - Dat kun je op je vingers natellen - De aardappels zijn op - Heb je een pen bij je? - Wie is er aan de beurt? - Dat kan iedereen wel zeggen - We zien geen oplossing voor uw probleemDeel D - Tegenstellingen U hoort steeds een woord, u zegt het tegenovergestelde.Bijvoorbeeld, u hoort: hoog, dan zegt u: laag. Nu is het uw beurt Luister naar hetwoord en zeg het tegengestelde woord - arm - laatste - gister - liefde - vader - ernaDeel E - verhalen navertellen U hoort korte verhalen. U moet het verhaalnavertellen. U krijgt daarvoor 30 seconden. Vertel zoveel mogelijk. Denkbijvoorbeeld aan: wie deden er mee, wat gebeurde er, waar was het en hoe liep hetaf.Vincent wil niet naar school. Maar, zegt zijn moeder, school is belangrijk als je goed werkwilt vinden en geld wilt verdienen. Zn vader zegt: Het is toch leuk om al je vriendjes te zienop school. Maar Vincent wil geen geld verdienen, en hij heeft niet zoveel vriendjes. Hij gaatnaar de haven om naar de boten te kijken. Hij droomt van verre landen. Op het strand staateen harde wind. Henk en Jan zijn aan het voetballen. Vlakbij ligt een man op het strand teslapen. Jan schiet de bal naar Henk, maar door de wind gaat het mis. De bal komt op hethoofd van de man terecht. De man schrikt wakker en roept heel boos: Jongens, kijk noutoch eens uit!Henk en Jan zeggen: Sorry meneer, het kwam door de wind!Oh, zegt de man. Dan is het niet erg. Mag ik ook meespelen? Ik ben nu tochwakker!Dank u voor het bellen, u kunt nu ophangen.
  • 44. AnswersDeel B - Is een auto om in te rijden of om te koken ? o Om in te rijden. - Wat kun je doen met een mes? o Snijden - Is een kerk een gebouw of een poort? o Een gebouw. - Hoe noem je iemand die niets kan horen? o Doof - Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? o Veel kinderen - Wie woont er op een boerderij? o De boer - Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen? o De school - Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? o MoeilijkDeel D - arm rijk - laatste eerste - gister morgen - liefde haat (oorlog) - vader moeder - erna ervoor This text is a written representation of the trial language exam by telephone.2 parte es un poco complicado son 5 puntos : Repetición esta parte si no entiendenpor favor traten de imitar la voz pero no hay que quedarse callada por nada delmundo ok . Preguntas son cortas con opción de elegir , Repetición repetir frases
  • 45. algunas largas otras cortas pero pilas es muy rápido hay que tratar de responder okAntónimos bueno chicas esta parte hay que estudiar mucho son 9 antónimos perosi no se acuerdan de alguno anteponen la palabra ON que seria lo contrario delantónimo . Las 2 historias son 2 historias cortas cada una dan 30 segundos pararesponder ok ustedes responde lo que entendieron como donde y cuando cualquiercosa nuevamente hago énfasis en que no se queden calladas si no entienden dicenik wet het nietespero que les sirva mucho1.- La primera parte del examen es la fácil, son solo 30 preguntas de las 100, lavelocidad es la misma que la del paquete Naar Nederlands, así que esas no haymucho problema, solo aprenderlas muy bien y repetirlas fuerte y practicar lapronunciación.2.-Ahora del examen del idioma. Primera parte. Las repeticiones son rápidas,algunas son muy cortas y otras muy largas, traten de imitar hasta la entonación ysi solo entienden una sola palabra, pues la dicen, aunque sea una, puede tener algode puntuación.3.- Segunda parte: Las preguntas son del mismo formato que están en todos losexámenes de prueba, pero no son las mismas, yo estudie muchísimas y ninguna serepitió, aquí les aconsejo que hagan listas de vocabulario como meses, números,frutas, verduras, etc., así tendrán más oportunidad de contestarlas si sabes lossignificados. Si no sabes el significado de alguna de las palabras pues escoge detodos modos una de las dos opciones, así tienes el 50% de que sea correcto. Yoestudie de los exámenes que están en la página de brasileros en Holanda y tambiénencontré una lista de casi 200 preguntas en esta página:http://www.buitenlandsepartner.nl/forum/viewforum.php?f=233Esta página esta en holandés pero sus novios o esposos pueden ayudarles, mimarido grabo con su voz la lista de los antónimos y la puso en la página, como noson fáciles de enviar por mail, los subió a esa página, se las recomiendo mucho.4.-Tercera parte: La siguiente sección es de repeticiones también, es lo mismo queel punto 2, traten de enfocarse a las primeras palabras del enunciado y aunque seala primera parte que la digan correcta, pues a veces son muy largas y cuando setermine de oir completa, ya se olvido la primera parte. Entonces, es mejor decirtres palabras correctas que casi toda la frase incorrecta.5.- Los antónimos, estudien los mas que puedan y practiquen la pronunciación parapoder reconocerlos, y si no saben alguno pues solo agregan on al principio, comowaar - onwaar, así por lo menos no se quedan callados y que tal si es correcta. Yoestudie de la lista de 250 antonimos que Limeña recomendó, esta es el link:http://spreadsheets.google.com/pub?key=pqDO9EjBGjccXCht-tCI6CA6.- Los cuentos, la verdad están muy difíciles, lo único que dije del primero fue:Marie tiene un bebe, es una niña. Solo porque reconocí dos palabras y el nombreque lo dijeron al principio, pero son muy rápidos. Sobre todo el segundo cuento queno entendí nada, pero si tienen una buena puntuación con los puntos anteriores noles van a afectar mucho los cuentos y creo que no tienen puntuación, alguien creoque lo comento en el foro, no estoy muy segura.Traten de contestar fuerte y claro, yo tuve un problema con el sonido, no sé si demi parte o por parte de la computadora pero no me dieron el resultadoinmediatamente y tuve que esperar 4 dias de terrible sufrimiento porque lo iban acalificar manualmente.Estudien también las instrucciones de los exámenes de prueba para que sepancuando deben empezar a contestar, pues son exactamente iguales.http://www.ikwilnaarnederland.nl/en/examen.html
  • 46. ASi lo escuchas en la maquina Language Exam - exampleBasic Civic Integration Examination Abroad – written Dit gesprek kost circa 1,30 per gesprek plus de kosten bij gebruik van een mobieletelefoon.---- Welkom bij het oefenexamen Nederlandse taal Deel A - Nazeggen U hoortsteeds een zin, zeg de zin precies na. bijvoorbeeld, een stem zegt: Dat is een mooiverhaal en u zegt: Dat is een mooi verhaal Nu is het uw beurt Luister naar de zinen zeg precies na wat u hoort - Dat kan wel kloppen - Het is niet helemaal gegaan zoals we verwacht hadden - Dat was een pijnlijke vergissing - Als ze tenminste op tijd zijn - Ik weet niet hoe dat kon gebeuren - Hij gaat ieder weekend vissen - Hij moet het wat rustiger aan gaan doenDeel B - Vragen U hoort steeds een korte vraag, geef op elke vraag een kortantwoord. Bijvoorbeeld, Een stem zegt: Is januari een dag of een maand ? en uzegt: maand Nu is het uw beurt Luister naar de vraag en geef dan antwoord. - Is een auto om in te rijden of om te koken ? - Wat kun je doen met een mes? - Is een kerk een gebouw of een poort? - Hoe noem je iemand die niets kan horen? - Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? - Wie woont er op een boerderij? - Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen? - Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk?Deel C - Nazeggen U hoort weer zinnen, zeg elke zin weer precies na. Bijvoorbeeld,een stem zegt: Dat is een mooi verhaal en u zegt: Dat is een mooi verhaal Nu ishet uw beurt Luister naar de zin en zeg precies na wat u hoort - Ik moet een nieuwe bril - Dat kun je op je vingers natellen - De aardappels zijn op - Heb je een pen bij je? - Wie is er aan de beurt? - Dat kan iedereen wel zeggen - We zien geen oplossing voor uw probleemDeel D - Tegenstellingen U hoort steeds een woord, u zegt het tegenovergestelde.Bijvoorbeeld, u hoort: hoog, dan zegt u: laag. Nu is het uw beurt Luister naar hetwoord en zeg het tegengestelde woord - arm - laatste - gister - liefde - vader - erna
  • 47. Deel E - verhalen navertellen U hoort korte verhalen. U moet het verhaalnavertellen. U krijgt daarvoor 30 seconden. Vertel zoveel mogelijk. Denkbijvoorbeeld aan: wie deden er mee, wat gebeurde er, waar was het en hoe liep hetaf. Vincent wil niet naar school. Maar, zegt zijn moeder, school is belangrijk als je goed werk wilt vinden en geld wilt verdienen. Zn vader zegt: Het is toch leuk om al je vriendjes te zien op school. Maar Vincent wil geen geld verdienen, en hij heeft niet zoveel vriendjes. Hij gaat naar de haven om naar de boten te kijken. Hij droomt van verre landen. Op het strand staat een harde wind. Henk en Jan zijn aan het voetballen. Vlakbij ligt een man op het strand te slapen. Jan schiet de bal naar Henk, maar door de wind gaat het mis. De bal komt op het hoofd van de man terecht. De man schrikt wakker en roept heel boos: Jongens, kijk nou toch eens uit! Henk en Jan zeggen: Sorry meneer, het kwam door de wind! Oh, zegt de man. Dan is het niet erg. Mag ik ook meespelen? Ik ben nu toch wakker!Dank u voor het bellen, u kunt nu ophangen. AnswersDeel B - Is een auto om in te rijden of om te koken ? o Om in te rijden. - Wat kun je doen met een mes? o Snijden - Is een kerk een gebouw of een poort? o Een gebouw. - Hoe noem je iemand die niets kan horen? o Doof - Als je een groot gezin hebt, heb je dan veel of weinig kinderen? o Veel kinderen - Wie woont er op een boerderij? o De boer - Hoe noem je het gebouw waar kinderen les krijgen? o De school - Als iets ingewikkeld is, is het dan makkelijk of moeilijk? o MoeilijkDeel D - arm  rijk - laatste eerste - gister morgen - liefde haat (oorlog) - vader  moeder - erna  ervoorThis text is a written representation of the trial language exam by telephone

Related Documents